Eindexamen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Inverse van ln(x), Letter op het computerbeeldscherm, Gebroken sinusfunctie, Raaklijn verschuiven, Vulkaan, Scheve asymptoot, Vlieger.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 17. Van 16 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over meetkunde met coördinaten (4), parameterkrommen (3) en integreren (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Meetkunde met coördinaten4, 6, 16-174
Parameterkrommen12-143
Integreren2, 102
Differentiëren3, 112
Bewijzen9, 152
Exponentiële en logaritmische functies11
Vectoren71
Goniometrische functies81

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde B vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over meetkunde met coördinaten (25% van de vragen, gemiddeld 12%) en parameterkrommen (19% van de vragen, gemiddeld 9%). Minder over functies en grafieken (0% van de vragen, gemiddeld 15%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Inverse van ln(x)

x De functies f p en g p zijn gegeven door f p ( x) = p ln( x) en g p ( x) = e p , voor p ≠ 0 . De functies f p en g p zijn elkaars inverse. [figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 1 3 punten

Bewijs dit. y Neem p =

  • 1 . V is het gebied dat wordt ingesloten door de grafieken van f −1 en f−1 g −1 , de x-as en de y-as. Zie figuur 1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Er moet gelden: g p ( f p ( x)) = x (voor alle x) (1) p ln( x )
  • De standaardfuncties f1 en g1 zijn elkaars inverse (1p)
  • De grafiek van f p ontstaat uit de grafiek van f1 door een vermenigvuldiging met p ten opzichte van de x-as (1p)
  • De grafiek van g p ontstaat uit de grafiek van g1 door een vermenigvuldiging met p ten opzichte van de y-as (dus f p en g p zijn elkaars inverse) (1p)

Opmerking Voor het tweede antwoordelement van het eerste, tweede, derde en vierde antwoordalternatief mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.

Vraag 2 5 punten

Bereken de oppervlakte van V. Geef je eindantwoord in twee decimalen. g−1 V

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe het snijpunt van de grafieken van f −1 en g −1 (of het snijpunt van een van beide grafieken met de lijn y = x ) gevonden kan worden (1)
  • De grafieken van f −1 en g−1 snijden elkaar voor x = 0, 567... (1)
  • ∫ 0 g −1 ( x) dx + ∫ f ( x) dx moet worden berekend 0,567... −1 (1)
  • Beschrijven hoe deze integralen kunnen worden berekend (1)
  • De gevraagde oppervlakte is (0, 432... + 0,111... =) 0,54 (1)

O x

[figuur 2: zie het originele examen] Er bestaat een waarde van p waarbij de y lijn y = x de gemeenschappelijke raaklijn y=x is van de grafieken van f p en g p . Deze situatie is in figuur 2 weergegeven.

Vraag 3 4 punten

Bereken exact de waarde van p waarvoor de lijn y = x de gemeenschappelijke gp raaklijn is van de grafieken van fp f p en g p . O x

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Uit e = x met p = x volgt: p = e (1p)

Opmerking Als een kandidaat alleen opmerkt dat moet gelden f p ( x) = g p ( x) = x en f p′ ( x) = g p′ ( x) = 1 , voor deze vraag 1 scorepunt toekennen.

Letter op het computerbeeldscherm

De rand van een letter op een computerbeeldscherm is een aaneenschakeling van meerdere krommen. Zo is de rand van de (uitvergrote) letter ‘a’ in figuur 1 gemaakt met behulp van zestien krommen, die je in figuur 2 ziet.

figuur 1 figuur 2 figuur 3 figuur 4

Elk van de zestien krommen kan met een formule worden beschreven. Computers hebben die formules nodig om de letters op het scherm te kunnen tekenen. Als voorbeeld bekijken we de kromme K tussen A en B, die in figuur 2 dikker is getekend.

We gaan ervan uit dat er vier gegevens bekend zijn:

  • de coördinaten van A;
  • de coördinaten van B;
  • de richting van de raaklijn in A aan de kromme;
  • de richting van de raaklijn in B aan de kromme. Zie figuur 3. De vraag is nu hoe je uit deze vier gegevens een formule voor de kromme K maakt.

In figuur 4 zie je de punten A en B en de twee raaklijnen, geplaatst in een assenstelsel. Gegeven is dat A de coördinaten ( 151 , 43 ) heeft, B de ( coördinaten 1, 19

10 ) , dat de raaklijn in B horizontaal is en dat de richtingscoëfficiënt van de raaklijn in A gelijk is aan 4. Het punt C is het snijpunt van de twee raaklijnen en speelt een belangrijke rol bij de constructie van de kromme K.

Vraag 4 3 punten

Bereken exact de x-coördinaat van C.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor elk van de drie punten geldt: een afwijking van maximaal 1 mm is toegestaan. Als P en/of Q niet binnen de marge zijn getekend, maar R wel is getekend, uitgaande van de getekende P en Q, en wél binnen de marge van

1 mm, dan voor R geen scorepunt in mindering brengen.

Om de kromme K te kunnen construeren, worden er, behalve de drie vaste punten A, B en C, drie bewegende punten P, Q en R gebruikt. Deze bewegen als volgt:

  • Punt P beweegt voor 0 ≤ t ≤ 1 met een constante snelheid over lijnstuk υυυρ υυυρ υυυρ AC van A naar C. Er geldt: OP = OA + t ⋅ AC
  • Punt Q beweegt voor 0 ≤ t ≤ 1 met een constante snelheid over lijnstuk υυυρ υυυρ υυυρ CB van C naar B. Er geldt: OQ = OC + t ⋅ CB
  • Terwijl punten P en Q bewegen, schuift punt R op het bewegende υυυρ υυυρ υυυρ lijnstuk PQ van P naar Q. Er geldt: OR = OP + t ⋅ PQ Het punt R doorloopt van t = 0 tot t = 1 een kromme van A naar B. Deze kromme wordt de Bézierkromme (van A, B en C) genoemd, en dat is kromme K uit figuur 2.

Figuur 4 is op de uitwerkbijlage uitvergroot weergegeven.

Vraag 6 5 punten

Bewijs dit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • waarin υυυρ υυυminimaal ρ υυυρ twee van de volgende zes formules zijn gebruikt: υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ OP = OA + t · AC , OQ = OC + t · CB , OR = OP + t · PQ , AC = OC − OA , υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ CB = OB − OC , PQ = OQ − OP (1)
  • waarin minimaal vier van de hierboven genoemde formules zijn gebruikt (1)
  • waarin υυυρalle zes hierboven genoemde formules zijn gebruikt υυυρ υυυρ (1)
  • van OR tot een formule zonder haakjes uitgedrukt in t, OA , OB en υυυρ OC , bijvoorbeeld υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ OA + t · OC − t · OA + t · OC + t 2 · OB − t 2 · OC − t · OA − t 2 · OC + t 2 · OA (1)
  • van OR tot OR = (1 − t ) 2 · OA + t 2 · OB + 2t (1 − t ) · OC (1)

In de rest van deze opgave kijken we naar een ander voorbeeld. Het gaat niet meer om de letter ‘a’. De coördinaten van A, B en C zijn nu als volgt: A (0, 4) , B (2, 2) en

C (3, 0) . Ook nu is C het snijpunt van de raaklijnen in A en B. υυυρ De Bézierkromme van A, B en C is, volgens de formule voor OR , te beschrijven met behulp van vectoren. Het is echter ook mogelijk deze Bézierkromme met bewegingsvergelijkingen te beschrijven.

We bekijken het punt L met de volgende figuur 5 bewegingsvergelijkingen: x(t ) = −4t 2 + 6t met 0 ≤ t ≤ 1 2 y (t ) = 6t

  • 8t + 4 De baan van L is weergegeven in figuur 5.

Er geldt: de baan van L is de Bézierkromme die hoort bij de punten A, B en C. υυυρ

Vraag 7 3 punten

Bewijs dit met behulp van de formule voor OR .

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voor de rest van de herleiding (1p)

Gebroken sinusfunctie

De functie f is voor −π < x < π gegeven door: sin( x) f ( x) = sin(2 x) De functie g is gegeven door g ( x ) = sin( x ) . In de figuur zijn de grafieken van f en g weergegeven.

figuur

Vraag 8 8 punten

Bewijs dat de grafieken van f en g elkaar in twee punten raken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Voor het vijfde antwoordelement mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.
  • Als een kandidaat alleen opmerkt dat moet gelden f ( x) = g ( x) en f ' ( x) = g' ( x) , voor deze vraag 1 scorepunt toekennen.

Raaklijn verschuiven

De functie f is gegeven door figuur 2 f ( x) = x

  • 2 x x + x met x ≥ 0 .

In de figuur is de grafiek van f met haar raaklijn k in de oorsprong weergegeven.

De grafiek van f heeft de punten (0, 0) en (1, 0) gemeenschappelijk met de x-as.

Vraag 9 4 punten

Bewijs dat er geen andere gemeenschappelijke punten van de grafiek van f met de x-as zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • x
    • 2 x + 1 = 0 geeft 2 x = x + 1 en dan volgt x 2
    • 2 x + 1 = 0 (1)

Vraag 10 4 punten

Bereken exact de oppervlakte van het vlakdeel ingesloten door de grafiek van f en de x-as.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het tweede antwoordelement mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.

Er is een waarde van a, met a ≠ 0 , waarbij een verschuiving van de a raaklijn k over de vector weer een raaklijn aan de grafiek van f geeft. 0

Vraag 11 7 punten

Bereken exact deze waarde van a.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • • f ' ( x) = 2 x − 3 x + 1 (1) • f ' (0) = 1 (1) • Uit 2 x − 3 x + 1 = 1 volgt 2 x ( x − 32 ) = 0 (of 2x = 3 x ) (1) • Dit geeft ( x = 0 of) ( x = 32 dus) x = 94 (1) • f ( 94 ) = 16 9 (1) • De raaklijn bij x = 94 heeft vergelijking y = ( x − 94 ) + 16 9 (1) • (Dit is gelijk aan y = x − 16 27 , dus) a = 16 27 1 of • f ' ( x) = 2 x − 3 x + 1 (1) • f ' (0) = 1 (dus lijn k heeft vergelijking y = x ) (1) • ( 2 ) Uit 2 x − 3 x + 1 = 1 volgt 2 x x − 3 = 0 (of 2 x = 3 x ) (1) • Dit geeft ( x = 0 of) ( x = 32 dus) x = 94 (1) • f ( 94 ) = 16 9 (1) a • Lijn k verschuiven over de vector geeft vergelijking y = x − a (1) 0 • 9 = 9 − a geeft a = 27 (1) 16 4 (16) (7)

Vulkaan

Een vulkaan kan op verschillende manieren tot uitbarsting komen. Bij een zogenoemde plinische uitbarsting wordt de druk binnen de vulkaan steeds groter totdat de vulkaan met groot geweld tot uitbarsting komt. Bij de uitbarsting worden brokken gesmolten steen weggeslingerd die lavabommen worden genoemd.

In een model van de baan van een lavabom wordt ervan uitgegaan dat op het moment van de uitbarsting alle lavabommen een snelheid hebben van

210 meter per seconde. Een tweede uitgangspunt is dat elke lavabom een parabolische baan beschrijft. De hoogte van de vulkaan ten opzichte van de grond is 2000 meter.

In figuur 1 zie je de banen van een aantal lavabommen die in het vlak door de x-as en de y-as bewegen.

[figuur 1: zie het originele examen]

De bewegingsvergelijkingen van een lavabom hangen af van de richting waarin de lavabom tijdens de uitbarsting wordt weggeslingerd. In het model worden de volgende bewegingsvergelijkingen als uitgangspunt genomen: x(t ) = 210cos(α) ⋅ t 2 (1) y (t ) = 2000 + 210sin(α) ⋅ t

  • 4,9t Hierbij is α de hoek die de baan van de lavabom op het moment van wegslingeren maakt met een horizontale lijn, waarbij 0 < α < π . Verder is t de tijd in seconden (waarbij t = 0 het moment van wegslingeren is) en zijn x(t ) en y (t ) in meters.

Uitgaande van stelsel 1 kan de y-coördinaat van de baan worden uitgedrukt in x en α . Er geldt (voor α ≠ 12 π ):

1 y = 2000 + tan(α) ⋅ x

  • 2 ⋅ x2 (2) 9000cos (α)

Vraag 12 3 punten

Bewijs dit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • t= (1p)

210 cos(α) 2 x x

  • y = 2000 + 210sin(α) ·
    • 4,9 · (1)

210 cos(α) 210 cos(α) 4,9 1 (1)

  • = , dus y = 2000 + tan(α) · x
    • · x2 (1)

210 2

9000 9000 cos 2 (α ) of

  • x = 210 cos(α) · t en y = 2000 + 210sin(α) · t
    • 4,9t 2 invullen in formule 2 geeft 1 · ( 210 cos(α) · t ) 2 210sin(α) · t
    • 4,9t 2 = tan(α) · 210 cos(α) · t
    • (2) 1

9000 cos (α)

2sin(α) 44 100 cos 2 (α) · t 2

  • Dit geeft 210sin(α) · t
    • 4,9t = · 210 cos(α) · t
    • (1) cos(α) 9000 cos 2 (α)
  • Dit geeft 210sin(α) · t
    • 4,9t 2 = 210sin(α) · t
    • 4,9t 2 dus deze gelijkheid geldt (voor elke waarde van α en t) (en hiermee is formule 2 bewezen) (1)

Een lavabom wordt onder een hoek α = 1 (radiaal) weggeslingerd. Deze lavabom komt op een bepaalde afstand van de vulkaan op de grond. Voor dit punt geldt y = 0 .

Vraag 13 3 punten

Bereken deze afstand. Geef je eindantwoord in honderden meters nauwkeurig.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • 1 • De vergelijking 0 = 2000 + tan(1) · x − (2) · x 2 moet worden 9000 cos (1) opgelost (1) • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1) • De gevraagde afstand is 5100 (meter) (het antwoord –1000 voldoet niet) (1) (3)

Formule 2 kan worden herleid tot:

1 + tan 2 (α) 2 y=− ⋅ x + tan(α) ⋅ x + 2000 (3) 9000 In figuur 2 is bij de parabolische banen van een aantal lavabommen een gestippelde kromme getekend. Deze kromme stelt de uiterste grens voor van het gebied dat door deze lavabommen kan worden bereikt.

[figuur 2: zie het originele examen]

De formule van de gestippelde kromme is: 1 y=− ⋅ x 2 + 4250 (4) 9000 Alle banen van de lavabommen hebben precies één punt gemeen- schappelijk met de gestippelde kromme en raken dus aan deze kromme.

Vraag 14 4 punten

Bewijs dat alle banen van de lavabommen raken aan de gestippelde kromme.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Er geldt voor formule 3: = · x + tan(α) en voor de dx 4500 dy −1 formule van de gestippelde kromme: = ·x (1) dx 4500 4500
  • Gelijkstellen geeft x = (1) tan(α) 4500
  • x= invullen in formule 3 geeft: tan(α) −1
    • tan 2 ( α ) 4500 2

4500 4500 y= · + tan(α) · + 2000 =

  • + 4250 (1p)

9000 tan(α) tan(α) 2 tan 2 (α) 4500

  • x= invullen in formule 4 geeft: tan(α) 2

1 4500 4500 y=− · + 4250 =

  • + 4250 (en dus is er voor

9000 tan(α) 2 tan 2 (α) iedere waarde van α een punt waarin de functiewaarden en de afgeleiden aan elkaar gelijk zijn, dus raken de banen in dat punt aan de gestippelde kromme) (1)

Opmerking Als een kandidaat alleen opmerkt dat moet gelden

1 + tan 2 (α) 2 (1)

  • · x + tan(α) · x + 2000 =
  • · x 2 + 4250 en

9000 9000 d 1 + tan 2 (α) 2 d (1)

  • · x + tan(α) · x + 2000 =
  • · x 2 + 4250 , voor deze dx 9000 dx 9000 vraag 1 scorepunt toekennen.

Scheve asymptoot

2 De functie f is gegeven door f ( x ) = x + . x De grafiek van f heeft een verticale asymptoot met vergelijking x = 0 en een scheve asymptoot. In onderstaande figuur is voor x > 0 de grafiek van f weergegeven. De scheve asymptoot is gestippeld weergegeven.

figuur y

Q f

P

R

O x

2 Op de grafiek van f ligt een willekeurig punt P ( p, p + ). p De raaklijn aan de grafiek van f in P snijdt de verticale asymptoot in punt Q en de scheve asymptoot in punt R. Zie de figuur.

Vraag 15 8 punten

Bewijs dat P het midden is van lijnstuk QR.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Een vergelijking van de raaklijn in P is y
    • p
    • = (1
    • 2 )( x
    • p ) (of p p een gelijkwaardige uitdrukking) (2)
  • Uit xQ = 0 en xP = p volgt dat moet gelden dat xR = 2 p (1p)

2 2 (4)

  • xQ = 0 geeft yQ
    • p
    • =
    • p + ofwel yQ = (1) p p p

4 (2)

  • Uit yQ = en yP = p + volgt dat moet gelden dat yR = 2 p (1) p p

Opmerking Voor het derde antwoordelement van het tweede en derde antwoordalternatief mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.

Vlieger

Gegeven zijn voor a > 0 de punten A (0, a ) , figuur 1

B (1, 0) , C (0,

  • 1) en D (−1, 0) . y Vierhoek ABCD is een vlieger. A 2 In figuur 1 is de vlieger getekend voor a = 2 .

De middelloodlijn van een lijnstuk gaat door het midden van dat lijnstuk en staat loodrecht op dat lijnstuk. D B −1 O 1 x Voor a = 2 gaat de middelloodlijn van lijnstuk AB niet −1 C door D.

Vraag 16 5 punten

Bereken exact voor welke waarde van a de middelloodlijn van lijnstuk AB wél door D gaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De lijn moet door D(–1,0) gaan, dus er moet gelden 0 =
    • 1a + 12 a
    • 21a (1)
  • Een berekening waaruit volgt (omdat a > 0 ) dat a = 3 (1) of
  • Pythagoras in rechthoekige driehoek BDM geeft DM 2 + MB 2 = DB 2 , ofwel 14 a 2 + 94 + 14 a 2 + 14 = 4 (1p)
  • Hieruit volgt (omdat a > 0 ) a = 3 (1) of
  • Als de middelloodlijn van AB door D gaat, dan is driehoek DMB gelijkvormig met driehoek DMA, waarbij M het midden is van lijnstuk AB (2p)
  • is een richtingsvector van AB (1) −a

1 1

  • Een berekening waaruit volgt (omdat a > 0 ) dat a = 3 (1) of
  • Hoek BMD is 90° dus M ligt op de cirkel met middellijn DB (1p)
  • Een vergelijking van de cirkel met middellijn DB is x 2 + y 2 = 1 (1p)

( ) + ( a) = 1

2 (2)

1 (1)

  • Een berekening waaruit volgt (omdat a > 0 ) dat a = 3 (1) of
  • Voor de punten P ( x, y ) op de middelloodlijn van AB geldt d( P, A) = d( P, B) (1p)

2 2 2 (2)

  • De middelloodlijn gaat door D, dus (−1, 0) is een oplossing van deze vergelijking (1p)
  • Substitutie geeft 1 + a 2 = 4 (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1p)
  • Een berekening waaruit volgt (omdat a > 0 ) dat a = 3 (1p)

Opmerking Voor het tweede antwoordelement van het vierde antwoordalternatief en het eerste antwoordelement van het vijfde antwoordalternatief mogen 0, 1 of 2 scorepunten worden toegekend.

figuur 2 figuur 3 In de hoekpunten van de y y vlieger bevinden zich A puntmassa’s: 2 2

  • in punt A met gewicht 2;

1 A

  • in zowel B als D met gewicht 1;
  • in punt C met gewicht a. Z

D Z B D B O x O x −1 1 −1 1 In figuur 2 zijn de vlieger, de −1 C −1 C puntmassa’s en het zwaartepunt Z van de puntmassa’s getekend voor het geval a = 1 . In figuur 3 zijn de vlieger, de puntmassa’s en het zwaartepunt Z getekend voor het geval a = 2 .

Wanneer a groter wordt, verschuift het punt A (0, a ) over de y-as omhoog en neemt het gewicht in C toe. Ook het zwaartepunt Z van de vier puntmassa’s verandert dan van plaats. Wanneer a onbegrensd toeneemt, nadert het zwaartepunt Z tot een vast punt P.

Vraag 17 4 punten

Bewijs dat de y-coördinaat van dat punt P gelijk is aan 1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • (Vanwege symmetrie ligt Z op de y-as, en) voor het zwaartepunt Z van 1 de puntmassa’s geldt yZ = ( −1 · a + a · 2 ) (1) 4+a a

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde B 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-1/vw-1025-a-22-1-o

Andere examens wiskunde B vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde B per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde B toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 17. Van 16 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over meetkunde met coördinaten (4), parameterkrommen (3) en integreren (2).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-1/vw-1025-a-22-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde B vwo 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.