Eindexamen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Gebroken functie, Sinus en cosinus getransformeerd, Projectie op een lijn, Twee e-machten, Basketbal, Absolute waarde en wortelfunctie, Boogbrug, Rechthoek met drie cirkels.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2 loopt tot vraag 17. Van 15 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over functies en grafieken (5), goniometrische functies (3) en integreren (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Functies en grafieken2, 9, 12-13, 155
Goniometrische functies3-53
Integreren8, 142
Meetkunde met coördinaten16-172
Differentiëren11
Vectoren61
Exponentiële en logaritmische functies71

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde B vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over functies en grafieken (33% van de vragen, gemiddeld 13%) en goniometrische functies (20% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over bewijzen (0% van de vragen, gemiddeld 10%) en parameterkrommen (0% van de vragen, gemiddeld 10%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Gebroken functie

De functie f wordt gegeven door: x2

  • 2x f ( x) = x−3 De lijn l is de raaklijn aan de grafiek van f in O. Zie de figuur.

figuur

Vraag 1 3 punten

Bereken exact de richtingscoëfficiënt van l.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als in het eerste antwoordelement de productregel, quotiëntregel of kettingregel is gebruikt, maar niet correct, mag voor dit antwoordelement maximaal 1 scorepunt worden toegekend op basis van vakspecifieke regel 1.

De grafiek van f heeft een scheve asymptoot en een verticale asymptoot. Deze twee asymptoten snijden elkaar in het punt S. De grafiek van f ondergaat een translatie van 2 naar rechts en b omhoog. De grafiek die zo ontstaat, hoort bij de functie g. De waarde van b is zó gekozen dat S op de grafiek van g ligt.

Vraag 2 6 punten

Bereken exact de waarde van b.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Omdat (3, 4) op de grafiek van g ligt, moet (1, 4
    • b) op de grafiek van f liggen (1)

Sinus en cosinus getransformeerd

De functie f wordt gegeven door f ( x) = 2sin( x

  • 13 π) . Het lijnstuk AB verbindt de punten A(12π, 1) en B (16π, 1) . De grafiek van f snijdt dit lijnstuk in meerdere punten.

Vraag 3 4 punten

Bereken exact de x-coördinaten van deze snijpunten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking 2 sin( x − 13 π) = 1 moet worden opgelost (met 12π ≤ x ≤ 16π ) (1)
  • Dit geeft sin( x − 13 π) = 12 , dus x − 13 π = 16 π + k · 2π (met k geheel) of x − 13 π = 65 π + k · 2π (met k geheel) (1)
  • x = 12 π + k · 2π (met k geheel) of x = 1 16 π + k · 2π (met k geheel) (1)
  • De gevraagde waarden zijn x = 12 12 π , x = 13 16 π , x = 14 12 π en x = 15 16 π (1)

De functie g wordt gegeven door g ( x) = 2cos( x

  • 34 π) + 2 . Voor elke waarde van a snijdt de verticale lijn met vergelijking x = a de grafieken van f en g elk in één punt. Het midden van deze twee punten ligt voor sommige waarden van a op de x-as. Op het domein [0, 2π] is dat voor twee waarden van a het geval. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 4 3 punten

Bereken voor welke twee waarden van a dit het geval is. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het eindantwoord ‘ x = 0,39 of x = 4,59 ’ geen scorepunten in mindering brengen.

De functie h wordt gegeven door h( x) = f ( x) + 3 · g ( x) . In figuur 2 zijn de grafieken van f en h weergegeven.

[figuur 2: zie het originele examen]

Je kunt de grafiek van h laten ontstaan uit de grafiek van f door middel van meerdere translaties en één vermenigvuldiging ten opzichte van de x-as. Neem aan dat dit een vermenigvuldiging is met factor p. Daarbij geldt dat p > 0 .

Vraag 5 4 punten

Bereken deze waarde van p. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de extreme waarden van h( x) = f ( x) + 3 · g ( x) berekend kunnen worden (1)
  • Dit geeft (het minimum) −1,948... en (het maximum) 13,948... (1)
  • De amplitude van de grafiek van h is ( 13,948...−− 2 1,948... = ) 7,948... (1)
  • p = 7,948... 2 , dus het eindantwoord is 3,97 (of: de amplitude van de grafiek van f is 2, dus het eindantwoord is 3,97) (1)

Projectie op een lijn

Gegeven zijn de punten A (−2,

  • 2) , B (2, 2) en C (1 53 ,8 54 ) . Lijn l is de lijn met de vectorvoorstelling: x 1 3 = + t · y 9 −1 Het punt C is de loodrechte projectie van A op lijn l en het punt D is de loodrechte projectie van B op lijn l. Zie de figuur.

figuur

Lijnstuk AB is k keer zo lang als lijnstuk CD. Hierin is k een geheel getal.

Vraag 6 7 punten

Bereken exact de waarde van k.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • = cos(∠ABB' ) (1) AB

1 (3)

  • Een richtingsvector van AB is en van BB' (1p)

1 −1

3 1

−1 1

  • Er geldt dus cos(∠ABB' ) = (1p)

2 · 10

3 (1)

−1 1 (1)

  • Beschrijven hoe de vergelijking = exact kan worden

2 · 10 k opgelost (1)

Twee e-machten

( ) De functies f en g worden gegeven door f ( x ) = e x

  • 1 en g ( x ) = 3 1
  • e
  • x . In de figuur zijn de grafieken van f en g weergegeven.

figuur

De x-coördinaten van de enige twee snijpunten van de grafieken van f en g zijn x = 0 en x = ln(3) .

Vraag 7 4 punten

Bewijs dat dit juist is door de vergelijking f ( x ) = g ( x) exact op te lossen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • f ( x) = g ( x) geeft 3e − x + e x − 4 = 0 (1)
  • Vermenigvuldigen met e x geeft e 2 x − 4e x + 3 = 0 (1)
  • Substitutie van e x = p geeft p 2 − 4 p + 3 = 0 (1)
  • Hieruit volgt p = 1 of p = 3 , dus x = 0 of x = ln(3) (1)

De grafieken van deze functies sluiten een vlakdeel in. In de figuur is dit vlakdeel grijs gemaakt.

Vraag 8 4 punten

Bereken exact de oppervlakte van dit vlakdeel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De integraal − e x dx moet worden berekend (1)
  • Een primitieve van 4 − 3e − x − e x is 4 x + 3e − x − e x (1)
  • Substitutie van x = ln(3) geeft 4 ln(3) − 2 (1)
  • Substitutie van x = 0 geeft 2, dus de gevraagde oppervlakte is ( 4 ln(3) − 2 − 2 = ) 4 ln(3) − 4 (1)

De functie h wordt gegeven door: f ( x) h ( x) = g ( x) De grafiek van h heeft één perforatie.

Vraag 9 3 punten

Bereken exact de coördinaten van deze perforatie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • Uit g ( x) = 0 (of f ( x) = 0 ) volgt dat voor de x-coördinaat van de perforatie moet gelden: x = 0 (er geldt dan ook f (0) = 0 respectievelijk g (0) = 0 ) (1) • h( x ) = ex −1 = ( ) (of h( x) = e − 1 = e (1 − e ) ) ex ex −1 x x −x 1 3 (1 − e ) 3 ( e − 1) −x x 3 (1 − e ) 3 (1 − e ) −x −x ex 1 • lim h( x) = lim = 3 en dit is de y-coördinaat van de perforatie (dus de x →0 x →0 3 coördinaten van de perforatie zijn (0, 13 ) ) (1) (3)

Basketbal

In deze opgave kijken we naar de baan van een basketbal, wanneer een speler deze mikt op de basket, het cirkelvormige doel. We gebruiken hiervoor een wiskundig model, waarbij we de bal als een punt beschouwen. We nemen aan dat de bal vanaf 2,55 meter hoogte wordt losgelaten.

Voor de baan van de bal geldt: x(t ) = v · cos(α) · t 2 y (t ) = v · sin(α) · t

  • 4,9t + 2,55 Hierbij geldt:
  • t is de tijd in seconden vanaf het moment van loslaten;
  • x is de horizontale afstand van de bal tot de speler in meters;
  • y is de hoogte van de bal in meters;
  • v is de snelheid in meters per seconde van de bal op het moment van loslaten;
  • α is de grootte van de hoek in graden tussen de werprichting en een horizontale lijn op het moment van loslaten. De vorm van de baan is afhankelijk van de parameters v en α.

Zie figuur 1, waarin een deel van de baan is getekend.

[figuur 1: zie het originele examen]

Een basketballer staat op een horizontale afstand van 6 meter van het midden van de basket. De basket hangt op een hoogte van 3,05 meter.

De basketballer gooit de bal met een bepaalde snelheid onder een hoek α van 60° . In deze situatie geldt: x(t ) = v · cos(60°) · t 2 y (t ) = v · sin(60°) · t

  • 4,9t + 2,55 Als de bal op een horizontale afstand van 6 meter vanaf de speler een hoogte van 3,05 meter heeft, scoort hij.

Vraag 10 5 punten

Bereken in deze situatie algebraïsch de snelheid v van de bal op het moment van loslaten. Geef je eindantwoord in meters per seconde in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 6 = v · cos(60°) · t • Het stelsel (2) moet worden opgelost (1) 3, 05 = v · sin(60°) · t − 4,9t + 2,55 6 • v ·t = ( = 12 ) (1) cos(60°) • Invullen geeft 3, 05 = 12sin(60°) − 4,9t 2 + 2,55 (1) • Algebraïsch oplossen geeft t = 1, 42... ( t = −1, 42... voldoet niet) (1) 6 • v= dus de gevraagde snelheid is 8,4 (m/s) (1) cos(60°) ·1, 42... of 6 = v · cos(60°) · t • Het stelsel (2) moet worden opgelost (1) 3, 05 = v · sin(60°) · t − 4,9t + 2,55 6 • v ·t = ( = 12 ) (1) cos(60°) ( ) + 2,55 2 • Dus t = 12v ; invullen geeft 3, 05 = v · sin(60°) · 12v − 4,9 · 12v (1) ( ) 2 • Herleiden tot 0,5 − 12sin(60°) = −4,9 · 12v (1) • Verder algebraïsch oplossen geeft de gevraagde snelheid 8,4 (m/s) ( −8, 4 voldoet niet) (1) (5)

Op een ander moment staat de basketballer opnieuw op een horizontale afstand van 6 meter van het midden van de basket. Hij gooit de bal onder een hoek α van 50° , nu met een snelheid van 8 meters per seconde. In deze situatie geldt: x(t ) = 8cos(50°) · t 2 y (t ) = 8sin(50°) · t

  • 4,9t + 2,55 De bal gaat dan onder een bepaalde hoek β door de basket. Deze hoek is in figuur 2 aangegeven.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 11 5 punten

Bereken algebraïsch de grootte van hoek β in graden. Geef je eindantwoord als geheel getal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voor het tijdstip waarop de bal door de basket gaat, geldt 3, 05 = 8sin(50°) · t
    • 4,9t 2 + 2,55 ; een algebraïsche berekening waaruit volgt t = 1,162... ( t = 0, 08... voldoet niet) (1)
  • x' (1,162...) = 5,14... en y' (1,162...) = −5, 26... (1) −5, 26...
  • Er geldt t = (1) 8cos(50°)
  • Voor punten op de baan geldt 2 x x y = 8sin(50°) ·
    • 4,9 · + 2,55 (1) 8cos(50°) 8cos(50°) dy 8sin(50°) x

Absolute waarde en wortelfunctie

De functie f wordt gegeven door f ( x) = −3 + x · x + 3 met x ≥ −3 . De grafiek van f heeft links van de y-as een top T. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 12 5 punten

Bereken exact de x-coördinaat van punt T.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als in het tweede antwoordelement de productregel, quotiëntregel of kettingregel is gebruikt, maar niet correct, mag voor dit antwoordelement maximaal 1 scorepunt worden toegekend op basis van vakspecifieke regel 1.

Lijn k is de lijn door het randpunt P (−3,

  • 3) van de grafiek van f en de oorsprong O. Lijn k snijdt de grafiek van f rechts van de y-as in het punt S. Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 13 5 punten

Bereken exact de x-coördinaat van punt S.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De lijn door O en P heeft vergelijking y = x (1)
  • ( xS > 0 , dus) de vergelijking −3 + x x + 3 = x moet worden opgelost (1)
  • Dit geeft x x + 3 (1)
  • Dus x 2 = x + 3 ( x = − 3 geeft P), dus x 2 − x − 3 = 0 (1)
  • x= (of een gelijkwaardige vorm) ( x = voldoet niet) (1)

De horizontale lijn l heeft vergelijking y = −3 . Deze lijn heeft twee punten gemeenschappelijk met de grafiek van f , namelijk P (−3,

  • 3) en (0,
  • 3) . Het gebied V wordt ingesloten door de grafiek van f en lijn l. In figuur 3 is dit gebied grijs gemaakt.

[figuur 3: zie het originele examen]

Gebied V wordt gewenteld om lijn l.

Vraag 14 5 punten

Bereken exact de inhoud van het omwentelingslichaam dat zo ontstaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het inzicht dat de grafiek van f ( x) + 3 gewenteld moet worden om de x-as (1)
  • De inhoud van het omwentelingslichaam kan berekend worden met 0 ( ) dx 2 π∫ x x+3 (1)
  • ( ) Dat is gelijk aan π ∫ x3 + 3x 2 dx (1)
  • Een primitieve van x3 + 3 x 2 is 14 x 4 + x3 (1)
  • Invullen van de grenzen geeft: de inhoud is 6 34 π (1)

Boogbrug

In Amsterdam komen boogbruggen voor. Zie de foto.

foto

In een andere stad moet een soortgelijke brug worden gemaakt. Het aanzicht van het wegdek, gezien vanaf het water, wordt door het volgende model beschreven: f ( x ) = 0,00004 x 4

  • 0,012 x 2 + 2,3 met −10 ≤ x ≤ 10 Hierin is x in meters en f ( x) de hoogte van het wegdek in meters ten opzichte van het water. In figuur 1 is de grafiek van f weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

De ontwerper heeft als eis gesteld dat het hellingspercentage van het wegdek maximaal 12% mag zijn. Dit wil zeggen dat de absolute waarde van de helling van f overal kleiner dan of gelijk aan 0,12 moet zijn. Dit kun je controleren door te bepalen hoe groot het maximum van de absolute waarde van de helling is.

Vraag 15 5 punten

Onderzoek op algebraïsche wijze of het model aan deze eis voldoet.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kandidaat vermeldt dat de grafiek symmetrisch is ten opzichte van de y-as, dan is het voldoende dat één oplossing van f '' ( x) = 0 wordt genoemd (en daarmee verder wordt gerekend).
  • Als alleen voor x = ±10 de waarden van f ' ( x) worden vergeleken met 0,12, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.

Onder het wegdek wil de ontwerper drie doorgangen maken. In het midden komt een brede doorgang. Daarnaast komt aan beide kanten een doorgang in de vorm van een halve cirkel. We bekijken in de rest van deze opgave alleen de rechter doorgang.

Het middelpunt M van de doorgang ligt 5 meter rechts van de oorsprong. Het punt P ( p, f ( p )) is een punt op het wegdek. Om de straal van de doorgang te berekenen houdt de ontwerper rekening met de eis dat het punt op het wegdek met de kleinste afstand tot de doorgang zich op 0,30 meter van de doorgang moet bevinden.

In figuur 2 is de doorgang weergegeven die aan deze eis voldoet. In deze situatie geldt:

  • de lengte van lijnstuk PM is minimaal én
  • de lengte van lijnstuk PR is 0,30 meter, waarbij R het snijpunt is van PM en de halve cirkel.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 16 6 punten

Bereken de straal MR van de cirkelvormige doorgang in meters. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De richtingscoëfficiënt van MP is dus , dus er moet gelden p −5 f ( p) · f ' ( p) = −1 (want de raaklijn aan de grafiek van f in P moet p −5 loodrecht op MP staan) (1p)
  • Dit geeft p = 5, 205... met f ( p) = 2, 004... ; hieruit volgt MP = (5, 205...
    • 5)2 + 2, 004...2 = 2, 014... (1)

Rechthoek met drie cirkels

In de figuur is een rechthoek ABCD getekend met daarin drie cirkels. Ook is de diagonaal BD getekend. Hierdoor ontstaan de driehoeken ABD en BCD. Gegeven is verder:

− de drie cirkels hebben dezelfde straal r;

  • de onderste cirkel heeft middelpunt M en raakt aan elke zijde van driehoek ABD. Deze cirkel raakt zijde BD in het punt F. Er geldt dus dat MF loodrecht op zijde BD staat;
  • de bovenste cirkel heeft middelpunt N en raakt aan elke zijde van driehoek BCD. Deze cirkel raakt zijde BD in het punt G. Er geldt dus dat NG loodrecht op zijde BD staat;
  • het middelpunt S van de middelste cirkel is het snijpunt van FG en MN;
  • de middelste cirkel raakt aan de bovenste en aan de onderste cirkel.

In de figuur is vierhoek MFNG figuur aangegeven. Deze vierhoek is te verdelen in twee rechthoekige driehoeken MFG en FNG.

Vraag 17 5 punten

Onderzoek of de oppervlakte van vierhoek MFNG groter dan, kleiner dan of gelijk aan de oppervlakte van een van de cirkels is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als gewerkt wordt met één gekozen waarde van r, en uitgelegd wordt waarom dit geen invloed heeft op de juistheid van de conclusie, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen. Als deze uitleg ontbreekt, voor deze vraag maximaal 3 scorepunten toekennen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde B 2023, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-2/vw-1025-a-23-2-o

Andere examens wiskunde B vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde B per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde B toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2?

Het centraal examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2 loopt tot vraag 17. Van 15 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over functies en grafieken (5), goniometrische functies (3) en integreren (2).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-2/vw-1025-a-23-2-c).

Hoe oefen ik met het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.