Eindexamen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Vierdegraadsfunctie, Druppel, Cirkels in een cirkel, Een wortelfunctie en haar inverse, Op en neer, Een raaklijn met twee cirkels, Logaritmische functies.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1 telt 18 vragen. De meeste vragen gaan over meetkunde met coördinaten (5), functies en grafieken (3) en goniometrische functies (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Meetkunde met coördinaten2, 6-7, 14-155
Functies en grafieken3, 8-93
Goniometrische functies11-133
Exponentiële en logaritmische functies16-183
Integreren5, 102
Differentiëren11
Bewijzen41

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde B vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over meetkunde met coördinaten (28% van de vragen, gemiddeld 12%) en exponentiële en logaritmische functies (17% van de vragen, gemiddeld 8%). Minder over parameterkrommen (0% van de vragen, gemiddeld 10%) en differentiëren (6% van de vragen, gemiddeld 14%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Vierdegraadsfunctie

De vierdegraadsfunctie $f$ wordt gegeven door $f(x)=x^4-30x^2$.

De grafiek van $f$ heeft twee buigpunten met dezelfde $y$-coördinaat.

De $y$-coördinaat van de buigpunten is $-125$.

Vraag 1 4 punten

Bewijs dat de $y$-coördinaat van de buigpunten $-125$ is.

Bekijk het antwoord

f'(x)=4x^3-60x

f''(x)=12x^2-60

$f''(x)=0$ als $x^2=5$

Dus de $y$-coördinaat van de buigpunten is $(5^2-30\cdot 5=)-125$.

De lijn door de buigpunten $B$ en $C$ snijdt de grafiek van $f$ in twee andere punten, $A$ en $D$. Zie de figuur.

Vraag 2 4 punten

Bereken exact de lengte van $AD$.

Grafiek van $f$ met de lijn door de buigpunten $B$ en $C$; de lijn snijdt de grafiek in $A$ en $D$. Bekijk in Opgaven, pagina 3

Bekijk het antwoord

De vergelijking $x^4-30x^2+125=0$ moet worden opgelost

Een exacte berekening waaruit volgt dat $x^2=5$ of $x^2=25$

$x_A=-5$ $(,\ x_B=-\sqrt{5},\ x_C=\sqrt{5})$ en $x_D=5$

De gevraagde lengte is $10$

Druppel

De kromme $K$ wordt gegeven door de volgende bewegingsvergelijkingen:

\begin{cases} x(t)=\sin(t)\cdot(\cos(t)-1) \\ y(t)=\cos(t) \end{cases}

met $0\le t\le 2\pi$

Deze kromme is weergegeven in de figuur.

In drie punten van deze kromme loopt de raaklijn aan de kromme verticaal.

Vraag 3 6 punten

Bereken exact de coördinaten van deze drie punten.

Kromme $K$ in een assenstelsel: een druppelvorm met de top op de $y$-as en een lus onder de $x$-as. Bekijk in Opgaven, pagina 4

Bekijk het antwoord

x'(t)=\cos(t)\cdot(\cos(t)-1)+\sin(t)\cdot(-\sin(t))

Dit herleiden tot $\cos(2t)-\cos(t)$

$\cos(2t)-\cos(t)=0$ geeft $2t=t+k\cdot 2\pi$ of $2t=-t+k\cdot 2\pi$

Dit geeft $t=0$, $t=\frac{2}{3}\pi$, $t=\frac{4}{3}\pi$ en $t=2\pi$

De coördinaten zijn $(0,1)$, $(-\frac{3}{4}\sqrt{3},-\frac{1}{2})$ en $(\frac{3}{4}\sqrt{3},-\frac{1}{2})$

of

$x(t)=\sin(t)\cdot\cos(t)-\sin(t)=0,5\sin(2t)-\sin(t)$

$x'(t)=\cos(2t)-\cos(t)$

$\cos(2t)-\cos(t)=0$ geeft $2t=t+k\cdot 2\pi$ of $2t=-t+k\cdot 2\pi$

Dit geeft $t=0$, $t=\frac{2}{3}\pi$, $t=\frac{4}{3}\pi$ en $t=2\pi$

De coördinaten zijn $(0,1)$, $(-\frac{3}{4}\sqrt{3},-\frac{1}{2})$ en $(\frac{3}{4}\sqrt{3},-\frac{1}{2})$

of

x'(t)=\cos(t)\cdot(\cos(t)-1)+\sin(t)\cdot(-\sin(t))

Dit herleiden tot $2\cos^2(t)-\cos(t)-1$

$2\cos^2(t)-\cos(t)-1=0$ geeft (met behulp van substitutie) $\cos(t)=1$ of $\cos(t)=-\frac{1}{2}$

Dit geeft $t=0$, $t=\frac{2}{3}\pi$, $t=\frac{4}{3}\pi$ en $t=2\pi$

De coördinaten zijn $(0,1)$, $(-\frac{3}{4}\sqrt{3},-\frac{1}{2})$ en $(\frac{3}{4}\sqrt{3},-\frac{1}{2})$

Opmerking

Voor het eerste antwoordelement van het eerste antwoordalternatief, het tweede antwoordelement van het tweede antwoordalternatief en het eerste antwoordelement van het derde antwoordalternatief uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen, tenzij de enige fout een rekenfout betreft (zie vakspecifieke regel 1). In dat geval mag 1 scorepunt worden toegekend.

Voor de punten op kromme $K$ geldt:

x^2=-y^4+2y^3-2y+1

Vraag 4 4 punten

Bewijs dit.

Bekijk het antwoord

x^2=\sin^2(t)\cdot(\cos(t)-1)^2

x^2=(1-\cos^2(t))\cdot(\cos(t)-1)^2

x^2=(1-y^2)\cdot(y-1)^2

$x^2=-y^4+2y^3-2y+1$ (en dus geldt dit voor alle punten van $K$)

of

(Voor iedere waarde van $t$ moet gelden:)

\sin^2(t)\cdot(\cos(t)-1)^2=-\cos^4(t)+2\cos^3(t)-2\cos(t)+1

(1-\cos^2(t))\cdot(\cos(t)-1)^2=-\cos^4(t)+2\cos^3(t)-2\cos(t)+1

(1-\cos^2(t))\cdot(\cos^2(t)-2\cos(t)+1)=-\cos^4(t)+2\cos^3(t)-2\cos(t)+1

-\cos^4(t)+2\cos^3(t)-2\cos(t)+1=-\cos^4(t)+2\cos^3(t)-2\cos(t)+1

(en dus geldt $x^2=-y^4+2y^3-2y+1$ voor alle punten van $K$)

Kromme $K$ sluit een vlakdeel in dat symmetrisch is in de $y$-as. Door dit vlakdeel te wentelen om de $y$-as ontstaat een omwentelingslichaam in de vorm van een druppel.

Vraag 5 4 punten

Bereken exact de inhoud van dit omwentelingslichaam.

Zelfde kromme $K$ als bij vraag 3, met het symmetrische vlakdeel dat om de $y$-as wordt gewenteld. Bekijk in Opgaven, pagina 4

Bekijk het antwoord

Het bereik van $y$ is $[-1,1]$

I=\pi\cdot\int_{-1}^{1}x^2\,dy=\pi\cdot\int_{-1}^{1}(-y^4+2y^3-2y+1)\,dy

Een primitieve van $-y^4+2y^3-2y+1$ is $-\frac{1}{5}y^5+\frac{1}{2}y^4-y^2+y$

I=1\frac{3}{5}\pi

Cirkels in een cirkel

Gegeven is de cirkel $c_1$ met middelpunt $M$ en straal $3$.

Verder zijn gegeven de cirkels $c_2$, $c_3$ en $c_4$, zó dat geldt:

  • Cirkels $c_2$, $c_3$ en $c_4$ raken cirkel $c_1$.
  • Cirkel $c_2$ heeft middelpunt $N$ en straal $2$.
  • Cirkel $c_3$ heeft middelpunt $P$ en straal $r$.
  • Cirkel $c_4$ heeft middelpunt $Q$ en straal $r$.
  • Cirkel $c_3$ en $c_4$ raken elkaar in punt $S$.
  • Cirkels $c_3$ en $c_4$ raken $c_2$.

Zie de figuur. Deze figuur staat ook op de uitwerkbijlage.

Er geldt: $MS=\sqrt{9-6r}$

Vraag 6 3 punten

Bewijs dit. Je kunt hierbij gebruikmaken van de figuur op de uitwerkbijlage.

Cirkel $c_1$ met de cirkels $c_2$, $c_3$ en $c_4$ en de punten $M$, $N$, $P$, $Q$ en $S$; dezelfde figuur staat op de uitwerkbijlage. Bekijk in Opgaven, pagina 5

Bekijk het antwoord

$MP=3-r$

(De stelling van Pythagoras in driehoek $MSP$ geeft) $MS=\sqrt{(3-r)^2-r^2}$

Herleiden tot $MS=\sqrt{9-6r}$

Er geldt verder dat $MN=1$.

Vraag 7 6 punten

Bereken exact de waarde van $r$. Je kunt hierbij gebruikmaken van de figuur op de uitwerkbijlage.

Twee lege kopieën van de figuur met $c_1$ tot en met $c_4$, bij vraag 6 en 7. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 2

Bekijk het antwoord

$NP=r+2$

$NS=\sqrt{9-6r}+1$

(De stelling van Pythagoras in driehoek $NSP$ geeft)

r^2+\left(\sqrt{9-6r}+1\right)^2=(r+2)^2

Herleiden tot $\sqrt{9-6r}=5r-3$

Hieruit volgt $25r^2-24r=0$

De oplossing $r=\frac{24}{25}$ ($r=0$ voldoet niet)

Een wortelfunctie en haar inverse

Voor $x\ge 0$ worden de functies $f$ en $g$ gegeven door $f(x)=\sqrt{\frac{1}{2}x^2-1}$ en $g(x)=\sqrt{2x^2+2}$. De functies $f$ en $g$ zijn elkaars inverse.

Vraag 8 3 punten

Bewijs dat $f$ en $g$ elkaars inverse zijn.

Bekijk het antwoord

Voor punten op de grafiek van $f$ geldt: $y=\sqrt{\frac{1}{2}x^2-1}$, dus voor de inverse geldt (door spiegeling in de lijn met vergelijking $y=x$) het verband $x=\sqrt{\frac{1}{2}y^2-1}$

Dit geeft $x^2+1=\frac{1}{2}y^2$

Herleiden tot $y=\sqrt{2x^2+2}$ ($y=-\sqrt{2x^2+2}$ voldoet niet) (en dus zijn $f$ en $g$ elkaars inverse)

of

Voor punten op de grafiek van $g$ geldt: $y=\sqrt{2x^2+2}$, dus voor de inverse geldt (door spiegeling in de lijn met vergelijking $y=x$) het verband $x=\sqrt{2y^2+2}$

Dit geeft $x^2-2=2y^2$

Herleiden tot $y=\sqrt{\frac{1}{2}x^2-1}$ ($y=-\sqrt{\frac{1}{2}x^2-1}$ voldoet niet) (en dus zijn $f$ en $g$ elkaars inverse)

of

Er moet gelden $g(f(x))=x$ (of $f(g(x))=x$)

g(f(x))=\sqrt{2\left(\frac{1}{2}x^2-1\right)+2}

Herleiden tot $\sqrt{x^2}=x$ ($\sqrt{x^2}=-x$ voldoet niet) (en dus zijn $f$ en $g$ elkaars inverse)

Lijn $k$ met vergelijking $y=-x+a$, met $a\ge\sqrt{2}$, snijdt de grafiek van $f$ in punt $P$ en de grafiek van $g$ in punt $Q$. Zie figuur 1.

De lengte van lijnstuk $PQ$ is afhankelijk van $a$.

Er geldt:

PQ=3a\sqrt{2}-4\sqrt{a^2-1}

Er is een waarde van $a$ waarvoor de lengte van lijnstuk $PQ$ minimaal is.

Vraag 9 5 punten

Bereken exact deze waarde van $a$.

Grafieken van $f$ en $g$ met lijn $k$ en de snijpunten $P$ en $Q$ (figuur 1). Bekijk in Opgaven, pagina 6

Bekijk het antwoord

\frac{dPQ}{da}=3\sqrt{2}-4\cdot\frac{1}{2\sqrt{a^2-1}}\cdot 2a

$PQ$ is minimaal als $\frac{4a}{\sqrt{a^2-1}}=3\sqrt{2}$

Herleiden tot $16a^2=18(a^2-1)$

Het antwoord $a=3$ ($a=-3$ voldoet niet)

of

f'(x)=\frac{1}{2\sqrt{\frac{1}{2}x^2-1}}\cdot x

$PQ$ is minimaal als $f'(x)=1$

$\frac{1}{2\sqrt{\frac{1}{2}x^2-1}}\cdot x=1$ herleiden tot $x^2=4\left(\frac{1}{2}x^2-1\right)$

Hieruit volgt $x=2$ ($x=-2$ voldoet niet), dus $P(2,1)$. Omdat $P$ op de lijn met vergelijking $y=-x+a$ ligt, volgt $a=3$

of

g'(x)=\frac{1}{2\sqrt{2x^2+2}}\cdot 4x

$PQ$ is minimaal als $g'(x)=1$

$\frac{1}{2\sqrt{2x^2+2}}\cdot 4x=1$ herleiden tot $4x^2=2x^2+2$

Hieruit volgt $x=1$ ($x=-1$ voldoet niet), dus $Q(1,2)$. Omdat $Q$ op de lijn met vergelijking $y=-x+a$ ligt, volgt $a=3$

Opmerking

Voor het eerste antwoordelement uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen, tenzij de enige fout een rekenfout betreft (zie vakspecifieke regel 1). In dat geval mag 1 scorepunt worden toegekend.

In figuur 2 zijn opnieuw de grafieken van $f$, $g$ en $k$ weergegeven, nu voor $a=17$. Lijn $k$ snijdt de grafiek van $f$ in het punt $(10,7)$.

Vlakdeel $V$ is het gebied dat begrensd wordt door de grafieken van $f$ en $g$, de $x$-as, de $y$-as en lijn $k$. In figuur 2 is $V$ grijs gemaakt.

Vraag 10 6 punten

Bereken de oppervlakte van $V$. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Grafieken van $f$ en $g$ en lijn $k$ voor $a=17$; vlakdeel $V$ is grijs gemaakt (figuur 2). Bekijk in Opgaven, pagina 7

Bekijk het antwoord

De grafiek van $f$ snijdt de $x$-as voor $x=1,41\dots$ (of $x=\sqrt{2}$)

Lijn $k$ snijdt de grafiek van $g$ in het punt $(7,10)$

De oppervlakte is gelijk aan

\int_{0}^{1,41\dots}g(x)\,dx+\int_{1,41\dots}^{7}\left(g(x)-f(x)\right)dx+\int_{7}^{10}\left(-x+17-f(x)\right)dx

Beschrijven hoe deze oppervlakte berekend kan worden

De gevraagde oppervlakte is 29,24

of

De grafiek van $f$ snijdt de $x$-as voor $x=1,41\dots$ (of $x=\sqrt{2}$)

Lijn $k$ snijdt de grafiek van $g$ in het punt $(7,10)$

De oppervlakte is gelijk aan een vierkant van 10 bij 10 waarvan drie stukken worden afgehaald, ofwel $10^2-\frac{1}{2}\cdot 3^2-2\cdot\int_{1,41\dots}^{10}f(x)\,dx$

Beschrijven hoe deze oppervlakte berekend kan worden

De gevraagde oppervlakte is 29,24

of

De grafiek van $f$ snijdt de $x$-as voor $x=1,41\dots$ (of $x=\sqrt{2}$)

Lijn $k$ snijdt de grafiek van $g$ in het punt $(7,10)$

De oppervlakte is gelijk aan

\int_{0}^{7}g(x)\,dx+\int_{7}^{10}(-x+17)\,dx-\int_{1,41\dots}^{10}f(x)\,dx

Beschrijven hoe deze oppervlakte berekend kan worden

De gevraagde oppervlakte is 29,24

Opmerkingen

  • Bij het eerste en derde antwoordalternatief mag voor het derde antwoordelement 1 scorepunt worden toegekend als twee van de drie vlakdelen juist zijn.
  • Bij het tweede antwoordalternatief mogen voor het derde antwoordelement geen scorepunten worden toegekend als alleen $10^2-\frac{1}{2}\cdot 3^2$ genoemd is.

Op en neer

Twee leerlingen doen als volgt een onderzoek voor hun profielwerkstuk:

Een metalen blokje hangt aan een lange veer die is bevestigd aan een plafond op een hoogte van 350 cm. Het blokje wordt recht naar beneden getrokken en op $t=0$ losgelaten. Het blokje beweegt vervolgens op en neer. Zie figuur 1.

De afmetingen van het blokje en de wrijvingskracht worden verwaarloosd.

Zowel het blokje als de veer heeft een zwaartepunt. In deze opgave bekijken we eerst de zwaartepunten van het blokje en de veer apart.

De hoogte van het zwaartepunt van het blokje wordt benaderd door het volgende model:

Z_{\text{blokje}}(t)=150-100\cos(4t)

Hierbij is $Z_{\text{blokje}}$ de hoogte van het zwaartepunt van het blokje in cm en $t$ de tijd in seconden.

Het zwaartepunt van de veer bevindt zich op elk moment in het midden van de veer.

Vraag 11 3 punten

Laat met behulp van het gegeven model van het blokje en figuur 1 zien dat voor de hoogte van het zwaartepunt van de veer in cm geldt: de amplitude is 50 en de evenwichtsstand is 250.

Blokje aan een veer tussen het plafond en het zwaartepunt van de veer; links het laagste punt op $t=0$, rechts $t=\frac{1}{4}\pi$ (figuur 1). Bekijk in Opgaven, pagina 8

Bekijk het antwoord

In het laagste punt geldt $Z_{\text{blokje}}=50$ dus $Z_{\text{veer}}=200$

In het hoogste punt geldt $Z_{\text{blokje}}=250$ dus $Z_{\text{veer}}=300$

Een toelichting waaruit blijkt dat de evenwichtsstand 250 is en de amplitude 50

of

Het inzicht dat het gemiddelde van 350 en $Z_{\text{blokje}}$ de formule voor $Z_{\text{veer}}$ geeft

Z_{\text{veer}}=\frac{1}{2}\cdot\left(350+150-100\cos(4t)\right)

Een toelichting waaruit blijkt dat de evenwichtsstand 250 is en de amplitude 50

Op het moment dat het blokje in het laagste punt wordt losgelaten, is zijn snelheid $0$. Daarna neemt de snelheid toe tot de maximale snelheid, om vervolgens weer af te nemen, totdat in het hoogste punt de snelheid weer $0$ is. In figuur 2 is de grafiek van de snelheid $v$ tijdens de opgaande beweging weergegeven.

Tijdens de opgaande beweging zijn er twee hoogtes waarop de snelheid van het blokje gelijk is aan $255$ cm/seconde.

Vraag 12 3 punten

Bereken deze twee hoogtes. Geef je eindantwoord in centimeters nauwkeurig.

Grafiek van de snelheid $v$ tegen de tijd $t$ tijdens de opgaande beweging; de snelheid begint bij $0$, bereikt een maximum en daalt weer naar $0$ (figuur 2). Bekijk in Opgaven, pagina 9

Bekijk het antwoord

($v$ is de afgeleide van $Z_{\text{blokje}}$ dus) $v(t)=400\sin(4t)$

Uit $400\sin(4t)=255$ volgt $4t=0,69\dots$ of $4t=2,45\dots$

De gevraagde hoogtes zijn $150-77=73$ (cm) en $150+77=227$ (cm)

of

Beschrijven hoe de vergelijking $\frac{d}{dt}\left(150-100\cos(4t)\right)=255$ opgelost kan worden

Uit $400\sin(4t)=255$ volgt $t=0,17\dots$ of $t=0,61\dots$

De gevraagde hoogtes zijn $150-77=73$ (cm) en $150+77=227$ (cm)

Aanvulling: Op pagina 14, bij vraag 12 moet in het tweede antwoordalternatief, bij de tweede deelscore "Uit 400sin(4t) = 255 volgt t = 0,17... of t = 0,61..." vervangen worden door "Hieruit volgt t = 0,17... of t = 0,61...".

Opmerking

Als de kandidaat slechts één van de gevraagde hoogtes berekent, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.

De hoogte van het zwaartepunt van de veer wordt benaderd door het volgende model:

Z_{\text{veer}}(t)=250-50\cos(4t)

Hierbij is $Z_{\text{veer}}$ de hoogte van het zwaartepunt van de veer in cm en $t$ de tijd in seconden.

Er kan ook gekeken worden naar het zwaartepunt van het blokje en de veer samen. De massa van de veer is 600 gram en de massa van het blokje is 1000 gram. $Z_{\text{totaal}}$ is de hoogte van het zwaartepunt van blokje en veer samen.

Vraag 13 3 punten

Stel een formule op van $Z_{\text{totaal}}$ in de vorm $Z_{\text{totaal}}(t)=a+b\cos(4t)$. Licht je werkwijze toe.

Bekijk het antwoord

Het aandeel van $Z_{\text{blokje}}$ is $\frac{1000}{1600}$ en het aandeel van $Z_{\text{veer}}$ is $\frac{600}{1600}$ (of gelijkwaardige uitdrukkingen)

Dus $Z_{\text{totaal}}(t)=\frac{1000}{1600}\cdot(150-100\cos(4t))+\frac{600}{1600}\cdot(250-50\cos(4t))$

Dit herleiden tot $Z_{\text{totaal}}(t)=187{,}5-81{,}25\cos(4t)$

Opmerking

Als de kandidaat geen gebruik maakt van de getallen 600 en 1000, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.

Een raaklijn met twee cirkels

Gegeven zijn de punten $A(-6,-6)$ en $B(-18,-2)$.

Lijn $k$ is de lijn met vectorvoorstelling

\begin{pmatrix}x\\y\end{pmatrix}=\begin{pmatrix}0\\20\end{pmatrix}+t\begin{pmatrix}1\\-1\end{pmatrix}

Er bestaan twee cirkels $c_1$ en $c_2$ die voldoen aan de volgende eisen:

  • Punt $A$ en punt $B$ liggen op de cirkel.
  • De cirkel raakt aan lijn $k$.

Cirkel $c_1$ heeft middelpunt $M_1$ en raakt aan lijn $k$ in het punt $R_1$. Cirkel $c_2$ heeft middelpunt $M_2$ en raakt aan lijn $k$ in het punt $R_2$.

Zie de figuur. In de figuur is $c_2$ vanwege de grootte slechts gedeeltelijk weergegeven. Middelpunt $M_2$ valt buiten de figuur.

Voor een willekeurig punt $P$ op de middelloodlijn van $AB$ geldt: $P(p,3p+32)$

De loodrechte projectie van punt $P$ op lijn $k$ is $P'$. Zie de figuur.

De coördinaten van $P'$ zijn $(-p-6,\ p+26)$.

Vraag 14 4 punten

Bewijs dat de coördinaten van $P'$ juist zijn.

Cirkels $c_1$ en $c_2$ met de lijn $k$, de middelloodlijn van $AB$ en de punten $P$ en $P'$. Bekijk in Opgaven, pagina 10

Bekijk het antwoord

Een vectorvoorstelling van de lijn door $P$, loodrecht op $k$ is

\begin{pmatrix}x\\y\end{pmatrix}=\begin{pmatrix}p\\3p+32\end{pmatrix}+s\begin{pmatrix}1\\1\end{pmatrix}

Voor het snijpunt met lijn $k$ geldt

\begin{cases} p+s=t \\ 3p+32+s=20-t \end{cases}

Dit geeft $s=-2p-6$ (of $t=-p-6$) dus $x=-p-6$

$y=3p+32-2p-6=p+26$ (en dus zijn de coördinaten van $P'$ juist)

of

Een vergelijking van lijn $k$ is $y=-x+20$

Een vergelijking van de lijn door $P$, loodrecht op $k$ is $y=x+2p+32$

Uit $x+2p+32=-x+20$ volgt $x=-p-6$

$y=-(-p-6)+20=p+26$ (en dus zijn de coördinaten van $P'$ juist)

of

De richtingscoëfficiënt van lijn $k$ is $-1$ (en $P'$ ligt op $k$)

(Omdat $PP'$ loodrecht staat op $k$, moet gelden:) de richtingscoëfficiënt van $PP'$ is gelijk aan $1$

\frac{3p+32-(p+26)}{p-(-p-6)}=1

Hieruit volgt $2p+6=2p+6$ (ofwel dat de coördinaten van $P'$ juist zijn)

$M_1$ en $M_2$ liggen, net als $P$, op de middelloodlijn van $AB$. Als $P$ samenvalt met $M_1$, dan geldt dat $PP'$ gelijk is aan de straal van de bijbehorende cirkel en dus ook gelijk aan $PB$ en $PA$. Met behulp hiervan kunnen de coördinaten van $M_1$ en $M_2$ worden berekend.

Vraag 15 5 punten

Bereken exact de coördinaten van $M_1$ en $M_2$.

Bekijk het antwoord

$PP'=\sqrt{\left(-p-6-p\right)^2+\left(p+26-(3p+32)\right)^2}=\sqrt{8p^2+48p+72}$

$PB=\sqrt{\left(-18-p\right)^2+\left(-2-(3p+32)\right)^2}=\sqrt{10p^2+240p+1480}$

$PP'=PB$ herleiden tot $p^2+96p+704=0$ (of een vergelijkbare kwadratische uitdrukking in $p$)

Dit geeft $p=-8$ en $p=-88$

De gevraagde coördinaten zijn $(-8,8)$ en $(-88,-232)$

Logaritmische functies

De functie $f$ wordt gegeven door $f(x)=\left|\ln(x+1)\right|$.

De functie $g_p$ wordt gegeven door $g_p(x)=\ln(px)$ voor $0<p\le 1$.

De grafiek van $g_p$ ligt geheel onder de grafiek van $f$.

In figuur 1 is de grafiek van $f$ weergegeven. Ook is voor een waarde van $p$ de grafiek van $g_p$ weergegeven.

De lijn met vergelijking $x=a$ (met $a>0$) snijdt de grafieken van $f$ en $g_p$ in de punten $A$ en $B$.

Voor $p=1$ is er een waarde van $a$ waarvoor geldt: $OB=OA+2$

Vraag 16 4 punten

Bereken deze waarde van $a$. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Grafiek van $f$ en van $g_p$ voor een waarde van $p$, met de lijn $x=a$ en de punten $A$ en $B$ (figuur 1). Bekijk in Opgaven, pagina 11

Bekijk het antwoord

De afstand van $A$ tot $O$ is $\sqrt{a^2+\ln^2(a+1)}$ en de afstand van $B$ tot $O$ is $\sqrt{a^2+\ln^2(a)}$

De vergelijking $\sqrt{a^2+\ln^2(a)}-\sqrt{a^2+\ln^2(a+1)}=2$ moet worden opgelost

Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost

De gevraagde waarde van $a$ is $0{,}12$

Voor een bepaalde waarde van $p$ geldt: als $a$ onbegrensd toeneemt, nadert de afstand $AB$ tot $1$.

Vraag 17 4 punten

Bereken exact deze waarde van $p$.

Bekijk het antwoord

Afstand $AB$ is $\ln(a+1)-\ln(pa)$

$\ln(a+1)-\ln(pa)=\ln\left(\frac{a+1}{pa}\right)$

$\frac{a+1}{pa}=\frac{1+\frac{1}{a}}{p}$ dus $\lim_{a\to\infty}\left(\frac{1+\frac{1}{a}}{p}\right)=\frac{1}{p}$

$\ln\left(\frac{1}{p}\right)=1$ geeft $p=\frac{1}{e}$

of

Afstand $AB$ is $\ln(a+1)-\ln(pa)$

$\ln(a+1)-\ln(pa)=\ln(a+1)-\ln(p)-\ln(a)=\ln\left(\frac{a+1}{a}\right)-\ln(p)$

$\frac{a+1}{a}=1+\frac{1}{a}$ dus $\lim_{a\to\infty}\left(\frac{a+1}{a}\right)=1$

$-\ln(p)=1$ (ofwel $\ln(p)=-1$) geeft $p=\frac{1}{e}$

De functie $h_q$ wordt gegeven door $h_q(x)=\frac{1}{2}\ln(-x)+q$.

In figuur 2 is voor een bepaalde waarde van $q$ de grafiek van $h_q$ weergegeven. Voor deze waarde van $q$ raakt de grafiek van $h_q$ de grafiek van $f$ links van de $y$-as.

Vraag 18 6 punten

Bereken algebraïsch deze waarde van $q$. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Grafieken van $h_q$ en $f$; $h_q$ raakt de grafiek van $f$ links van de $y$-as (figuur 2). Bekijk in Opgaven, pagina 11

Bekijk het antwoord

$h_q'(x)=\frac{1}{2x}$ (voor $x<0$)

Voor punten op de grafiek van $f$ met een negatieve $x$-coördinaat geldt $y=-\ln(x+1)$

Voor deze punten geldt $\frac{dy}{dx}=-\frac{1}{x+1}$

$\frac{1}{2x}=-\frac{1}{x+1}$ geeft $x=-\frac{1}{3}$

Er moet gelden $\frac{1}{2}\ln\left(\frac{1}{3}\right)+q=-\ln\left(\frac{2}{3}\right)$

Dit geeft $q=-\ln\left(\frac{2}{3}\right)-\frac{1}{2}\ln\left(\frac{1}{3}\right)$, dus de gevraagde waarde van $q$ is $0{,}95$

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde B 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens wiskunde B vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde B per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde B toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1 telt 18 vragen. De meeste vragen gaan over meetkunde met coördinaten (5), functies en grafieken (3) en goniometrische functies (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-1/vw-1025-a-25-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde B vwo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.