Eindexamen wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Een punt en een lijn, Twee snijpunten, Perforatie en oppervlakte, Stuiterbal, Lus, Gebroken gonio, Begrensde inhoud.
Het centraal examen wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1 telt 17 vragen. De meeste vragen gaan over functies en grafieken (5), integreren (3) en parameterkrommen (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Functies en grafieken | 3-6, 9 | 5 |
| Integreren | 7, 16-17 | 3 |
| Parameterkrommen | 10-12 | 3 |
| Goniometrische functies | 13-15 | 3 |
| Meetkunde met coördinaten | 1-2 | 2 |
| Differentiëren | 8 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde B vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over functies en grafieken (29% van de vragen, gemiddeld 14%) en parameterkrommen (18% van de vragen, gemiddeld 9%). Minder over bewijzen (0% van de vragen, gemiddeld 10%) en exponentiële en logaritmische functies (0% van de vragen, gemiddeld 9%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Een punt en een lijn
Gegeven is het punt $P(7, 24)$ en de lijn $k$ met vergelijking $3x-4y=0$.
De cirkel $c$ heeft middelpunt $O$ en gaat door punt $P$. Cirkel $c$ snijdt lijn $k$ rechts van de $y$-as in het punt $S$. In figuur 1 is deze situatie weergegeven.
Vraag 1 4 punten
Bereken exact de coördinaten van $S$.
Cirkel c met middelpunt O door P(7, 24), lijn k door O en het snijpunt S van c en k rechts van de y-as. Bekijk in Opgaven, pagina 3
Bekijk het antwoord
$7^2+24^2=625$, dus de vergelijking van de cirkel is $x^2+y^2=625$
De vergelijking van $k$ is te schrijven als $y=\frac{3}{4}x$, dus voor de $x$-coördinaat van $S$ geldt $x^2+\left(\frac{3}{4}x\right)^2=625$
$\frac{25}{16}x^2=625$ geeft $x=20$ ($x=-20$ voldoet niet)
($x=20$ invullen in $y=\frac{3}{4}x$ geeft) de coördinaten van $S$ zijn $(20, 15)$
Het punt $A$ ligt op lijn $k$ met vergelijking $3x-4y=0$. Het punt $B$ is de loodrechte projectie van punt $A$ op de $y$-as. Punt $A$ kan zo worden gekozen dat de bissectrice (deellijn) van hoek $OAB$ door punt $P(7, 24)$ gaat. In figuur 2 is deze bissectrice gestippeld weergegeven.
Vraag 2 5 punten
Bereken algebraïsch de coördinaten van $A$.
Assenstelsel met lijn k door O, punt P(7, 24), punt B op de y-as, punt A op k rechts van P en de gestippelde bissectrice van hoek OAB door P. Bekijk in Opgaven, pagina 3
Bekijk het antwoord
De coördinaten van $A$ zijn van de vorm $\left(a, \frac{3}{4}a\right)$
$\overrightarrow{PA}=\begin{pmatrix} a-7 \\ \frac{3}{4}a-24 \end{pmatrix}$
\frac{\begin{pmatrix}4\\3\end{pmatrix}\cdot\begin{pmatrix}a-7\\ \frac{3}{4}a-24\end{pmatrix}}{\left|\begin{pmatrix}4\\3\end{pmatrix}\right|\cdot\left|\begin{pmatrix}a-7\\ \frac{3}{4}a-24\end{pmatrix}\right|}=\frac{\begin{pmatrix}1\\0\end{pmatrix}\cdot\begin{pmatrix}a-7\\ \frac{3}{4}a-24\end{pmatrix}}{\left|\begin{pmatrix}1\\0\end{pmatrix}\right|\cdot\left|\begin{pmatrix}a-7\\ \frac{3}{4}a-24\end{pmatrix}\right|}
Dit geeft $\frac{4(a-7)+3\left(\frac{3}{4}a-24\right)}{5}=\frac{a-7}{1}$
(Dit geeft $a=52$, dus) de coördinaten van $A$ zijn $(52, 39)$
of
De richtingscoëfficiënt van $k$ is $\frac{3}{4}$ en de hoek tussen $k$ en de $x$-as is gelijk aan $\angle OAB$ (Z-hoeken)
$\tan(\angle OAB)=\frac{3}{4}$ geeft $\angle OAB=36{,}86\ldots^\circ$ dus $\angle OAP=18{,}43\ldots^\circ$
$\tan(\angle OAP)=0{,}33\ldots$ en dus $0{,}33\ldots=\frac{0{,}75a-24}{a-7}$
Beschrijven hoe op algebraïsche wijze hieruit de waarde van $a$ gevonden kan worden
(Dit geeft $a=52$, dus) de coördinaten van $A$ zijn $(52, 39)$
Twee snijpunten
De functie $f$ wordt voor $0<x\leq 2$ gegeven door:
f(x)=2\ln(x)+\frac{3}{2x}-1
Op de grafiek van $f$ ligt het punt $P$ met $x_P=\frac{1}{2}$. De lijn $k$ raakt de grafiek van $f$ in $P$. De lijn $m$ staat loodrecht op lijn $k$ en raakt de grafiek van $f$ in het punt $Q$. Zie de figuur.
Vraag 3 6 punten
Bereken exact de $x$-coördinaat van $Q$.
Grafiek van f met punt P, raaklijn k in P, lijn m loodrecht op k en het raakpunt Q van m met de grafiek. Bekijk in Opgaven, pagina 4
Bekijk het antwoord
$f'(x)=\frac{2}{x}-\frac{3}{2x^2}$
$f'\left(\frac{1}{2}\right)=-2$
Dus de richtingscoëfficiënt van $m$ is $\frac{1}{2}$
De vergelijking moet worden opgelost: $\frac{2}{x}-\frac{3}{2x^2}=\frac{1}{2}$
Herleiden tot $x^2-4x+3=0$
Een exacte berekening waaruit volgt $x_Q=1$ ($x=3$ voldoet niet)
De functie $g$ wordt gegeven door:
g(x)=2\ln(2x)+\frac{3}{4x}-1
Het is mogelijk de grafiek van $g$ te laten ontstaan uit de grafiek van $f$ door middel van één transformatie.
Vraag 4 2 punten
Geef deze transformatie.
Bekijk het antwoord
Het inzicht dat (het vervangen van $x$ door $2x$ betekent dat) er sprake is van een vermenigvuldiging ten opzichte van de $y$-as
De bijbehorende factor is $\frac{1}{2}$
De grafieken van $f$ en $g$ snijden elkaar in het punt $S$.
Vraag 5 4 punten
Bereken exact de $x$-coördinaat van $S$.
Bekijk het antwoord
Uit $2\ln(x)+\frac{3}{2x}-1=2\ln(2x)+\frac{3}{4x}-1$ volgt $\frac{3}{2x}-\frac{3}{4x}=2\ln(2x)-2\ln(x)$
$\frac{3}{2x}-\frac{3}{4x}=\frac{3}{4x}$
$2\ln(2x)-2\ln(x)=2\ln(2)$
$\frac{3}{4x}=2\ln(2)$ geeft $x=\frac{3}{8\ln(2)}$ (of een gelijkwaardige uitdrukking)
Perforatie en oppervlakte
De functie $f_p$ wordt gegeven door:
f_p(x)=\frac{|x-2|+p}{x-1}
Voor één waarde van $p$ heeft de grafiek van $f_p$ een perforatie.
Vraag 6 5 punten
Bereken exact de coördinaten van deze perforatie.
Bekijk het antwoord
(Uit $x-1=0$ volgt:) de $x$-coördinaat van de perforatie is $1$
Voor $x=1$ moet gelden dat $|x-2|+p=0$
Hieruit volgt $1+p=0$, dus $p=-1$
\lim_{x\to 1} f_{-1}(x)=\lim_{x\to 1}\frac{|x-2|-1}{x-1}=\lim_{x\to 1}\frac{-(x-2)-1}{x-1}=\lim_{x\to 1}\frac{-x+1}{x-1}=-1
De coördinaten van de perforatie zijn $(1, -1)$
Het functievoorschrift van $f_0$ kan voor $x>1$ worden geschreven als:
f_0(x)=\left|1-\frac{1}{x-1}\right|
In de figuur is de grafiek hiervan weergegeven.
Het punt $(2, 0)$ is het snijpunt van de grafiek van $f_0$ met de $x$-as.
$V$ is het vlakdeel dat wordt ingesloten door de grafiek van $f_0$, de $x$-as en de lijn met vergelijking $x=5$. Dit vlakdeel is in de figuur grijs gemaakt.
Vraag 7 3 punten
Bereken exact de oppervlakte van $V$.
Grafiek van f0 met een tak naar boven bij x=1 en een minimum in (2, 0), het grijze vlakdeel tussen de grafiek, de x-as en de gestippelde lijn x=5. Bekijk in Opgaven, pagina 5
Bekijk het antwoord
De gevraagde oppervlakte kan berekend worden met behulp van $\int_{2}^{5}\left(1-\frac{1}{x-1}\right)\,dx$
Een primitieve van $1-\frac{1}{x-1}$ (voor $x\geq 2$) is $x-\ln(x-1)$
Invullen van de grenzen geeft: de oppervlakte van $V$ is $3-\ln(4)$
Stuiterbal
In deze opgave bekijken we een vereenvoudigd model van de situatie waarin iemand een stuiterbal recht omlaag laat vallen. Deze bal zal dan een aantal keer stuiteren. Het moment waarop de bal de grond raakt noemen we stuit. Na elke stuit komt de stuiterbal minder hoog dan na de voorgaande stuit.
De hoogte van de stuiterbal tussen twee opeenvolgende keren stuiten wordt steeds beschreven door een kwadratische functie van de tijd $t$. Vanaf het loslaten tot aan de eerste stuit heet de functie $h_0$, tussen de eerste en de tweede stuit heet de functie $h_1$, vervolgens $h_2$ enzovoorts. De grafieken van deze functies zijn delen van parabolen.
In deze opgave bekijken we een stuiterbal die wordt losgelaten vanaf een hoogte van 1 meter op tijdstip $t=0$. De eerste stuit is na 0,45 seconden. Zie figuur 1.
Er geldt (bij benadering) $h_0(t)=-4{,}9t^2+1$, met $t$ in seconden en $h_0$ de hoogte in meters.
Vraag 8 2 punten
Bereken algebraïsch de snelheid in m/s waarmee de stuiterbal voor het eerst de grond raakt. Geef je eindantwoord in één decimaal.
Hoogte van de stuiterbal tegen de tijd met de parabolen h0 tot en met h3 en de stuiten 1 tot en met 4 op de tijdas. Bekijk in Opgaven, pagina 6
Bekijk het antwoord
$h_0'(t)=-9{,}8\cdot t$
$0{,}45$ invullen geeft de gevraagde snelheid is $(-)4{,}4$ (m/s)
Tussen twee opeenvolgende stuiten bereikt de stuiterbal een hoogste punt. Iedere keer is de hoogte van dat hoogste punt 64% van de hoogte van het voorgaande hoogste punt.
In de figuur hierboven is te zien dat de tijdsduur tussen twee opeenvolgende stuiten steeds korter wordt. Deze tijdsduur $T_n$ is in seconden. We geven deze tijdsduur in seconden aan met $T_n$. Zo is $T_1=0{,}72$ de tijdsduur tussen de eerste en de tweede stuit, $T_2$ de tijdsduur tussen de tweede en derde stuit enzovoorts. $T_3$ loopt van tijdstip $K$ tot tijdstip $L$.
Een formule voor $T_n$ is:
T_n=0{,}9\cdot 0{,}8^n \text{ met } n\geq 1
Vraag 9 7 punten
Stel met bovenstaande gegevens een functievoorschrift op van $h_3$. Geef de getallen in je eindantwoord in twee decimalen.
Hoogte tegen de tijd met het hoogste punt van h1 op 0,64, de tijdsduren T1, T2 en T3 en de punten K en L op de tijdas. Bekijk in Opgaven, pagina 7
Bekijk het antwoord
Invullen van $n=2$ geeft $T_2=0{,}576$
$t_K=0{,}45+0{,}72+T_2=1{,}746$
$t_L=\left(0{,}45+0{,}72+T_2+0{,}9\cdot 0{,}8^3=\right)2{,}2068$
$h_3$ heeft een functievoorschrift van de vorm $h_3(t)=p(t-1{,}746)(t-2{,}2068)$
Voor het hoogste punt na stuit 3 geldt: $t=\frac{1}{2}(1{,}746+2{,}2068)=1{,}9764$
Er moet gelden $h_3(1{,}9764)=0{,}64^3\ (=0{,}262144)$
Hieruit volgt $p=-4{,}938\ldots$, dus $h_3(t)=-4{,}94(t-1{,}75)(t-2{,}21)$ (voor $1{,}75\leq t\leq 2{,}21$)
of
Invullen van $n=2$ geeft $T_2=0{,}576$
Voor het hoogste punt na stuit 3 geldt: $t=0{,}45+0{,}72+T_2+\frac{1}{2}T_3$
Dus $t=\left(0{,}45+0{,}72+T_2+\frac{1}{2}\cdot 0{,}9\cdot 0{,}8^3=\right)1{,}9764$
Er moet gelden $h_3(1{,}9764)=0{,}64^3\ (=0{,}262144)$ (dus de coördinaten van de top zijn $(1{,}9764;\ 0{,}262144)$)
$h_3$ heeft dus een functievoorschrift van de vorm $h_3(t)=p(t-1{,}9764)^2+0{,}262144$
$t_K=0{,}45+0{,}72+T_2=1{,}746$, dus er moet gelden $h_3(1{,}746)=0$
Hieruit volgt $p=-4{,}938\ldots$, dus $h_3(t)=-4{,}94(t-1{,}98)^2+0{,}26$ (voor $1{,}75\leq t\leq 2{,}21$)
Opmerkingen
- Als voor $p$ de waarde $-4{,}9$ (uit de vorige vraag) wordt gebruikt, voor deze vraag maximaal 5 scorepunten toekennen.
- Als een leerling het functievoorschrift in de volgende vorm heeft weergegeven: $h_3(t)=-4{,}94t^2+19{,}52t-19{,}03$, mogen alle scorepunten worden toegekend.
Lus
Het punt $P$ beweegt volgens de bewegingsvergelijkingen
x(t)=t^2(2-t)
y(t)=2t(2-t)
met $0\leq t\leq 2$ en $t$ in seconden.
De snelheidsvector op tijdstip $t$ is
\vec{v}=\begin{pmatrix}4t-3t^2\\ 4-4t\end{pmatrix}
De baansnelheid van $P$ is op één tijdstip $t$ minimaal.
Vraag 10 3 punten
Bereken deze waarde van $t$. Geef je eindantwoord in twee decimalen.
Bekijk het antwoord
De baansnelheid wordt gegeven door $v(t)=\sqrt{\left(4t-3t^2\right)^2+\left(4-4t\right)^2}$
Beschrijven hoe het minimum kan worden berekend
De gevraagde waarde van $t$ is $1{,}12$
De baan die $P$ doorloopt is in figuur 1 weergegeven. De pijl geeft de richting aan waarin het punt de baan doorloopt.
Het punt $Q$ doorloopt dezelfde baan als punt $P$. $Q$ loopt steeds 1 seconde achter op punt $P$ en beweegt in dezelfde richting als $P$.
Er is één tijdstip $t$ waarop de punten $P$ en $Q$ op gelijke hoogte liggen. In figuur 1 is deze situatie weergegeven.
Vraag 11 4 punten
Bereken exact de lengte van lijnstuk $PQ$ in deze situatie.
Baan van P met een lus, het punt Q op dezelfde baan links van P, de pijl die de doorlooprichting aangeeft en de horizontale lijn op gelijke hoogte van P en Q. Bekijk in Opgaven, pagina 8
Bekijk het antwoord
$P$ en $Q$ liggen op gelijke hoogte als geldt: $2t(2-t)=2(t-1)(2-(t-1))$
Dit geeft $4t-2t^2=-2t^2+8t-6$
$4t=8t-6$ geeft $t=1\frac{1}{2}$
De lengte van lijnstuk $PQ$ is $\left(x\left(1\frac{1}{2}\right)-x\left(\frac{1}{2}\right)=\frac{9}{8}-\frac{3}{8}=\right)\frac{3}{4}$
De bewegingsvergelijkingen van een ander punt zijn gegeven door:
x(t)=t^2(2-t)
y(t)=at(2-t)
Hierin is $a$ een constante, waarbij $a\neq 0$.
Punt $A$ is het punt van de baan waarbij de $x$-coördinaat maximaal is; punt $B$ is het punt van de baan waarbij de $y$-coördinaat maximaal is.
Er is een waarde van $a$ waarvoor de richtingscoëfficiënt van de lijn door $A$ en $B$ gelijk is aan $-1$. In figuur 2 is deze situatie weergegeven.
Vraag 12 6 punten
Bereken exact deze waarde van $a$.
Figuur 2: dezelfde lus met het punt A rechts op de baan waar x maximaal is, het punt B boven waar y maximaal is, en de lijn door A en B met richtingscoëfficiënt -1. Bekijk in Opgaven, pagina 8
Bekijk het antwoord
$x'(t)=0$ geeft $t=\frac{4}{3}$ ($t=0$ voldoet niet)
De coördinaten van $A$ zijn $\left(\frac{32}{27},\frac{8}{9}a\right)$
$y'(t)=2a-2at$
$y'(t)=0$ geeft $t=1$; hieruit volgt dat $(1,a)$ de coördinaten van $B$ zijn
De richtingscoëfficiënt van $AB$ is $\frac{\frac{8}{9}a-a}{\frac{32}{27}-1}\left(=-\frac{3}{5}a\right)$
$-\frac{3}{5}a=-1$ geeft $a=\frac{5}{3}$
of
$x'(t)=0$ geeft $t=\frac{4}{3}$ ($t=0$ voldoet niet)
De coördinaten van $A$ zijn $\left(\frac{32}{27},\frac{8}{9}a\right)$
$y'(t)=2a-2at$
$y'(t)=0$ geeft $t=1$; hieruit volgt dat $(1,a)$ de coördinaten van $B$ zijn
De driehoek $ASB$ (met $S$ het snijpunt van de verticale lijn door $A$ en de horizontale lijn door $B$) moet gelijkbenig zijn, dus $\frac{1}{9}a=\frac{5}{27}$
$\frac{1}{9}a=\frac{5}{27}$ geeft $a=\frac{5}{3}$
of
De baan van deze vraag ontstaat uit de baan van de vorige vraag door een vermenigvuldiging ten opzichte van de $x$-as met factor $\frac{1}{2}a$
$x'(t)=0$ geeft $t=\frac{4}{3}$ ($t=0$ voldoet niet)
Voor $a=2$ zijn de coördinaten van $A$ $\left(\frac{32}{27},\frac{16}{9}\right)$
$y'(t)=0$ geeft $t=1$; hieruit volgt (voor $a=2$) dat $(1,2)$ de coördinaten van $B$ zijn
Dus (voor $a=2$) is de richtingscoëfficiënt van $AB$ gelijk aan $\frac{2-\frac{16}{9}}{1-\frac{32}{27}}\left(=-\frac{6}{5}\right)$
(Dus voor de vermenigvuldigingsfactor $\frac{1}{2}a$ geldt) $\frac{1}{2}a\cdot -\frac{6}{5}=-1$ en hieruit volgt $a=\frac{5}{3}$
Gebroken gonio
De functie $f$ wordt gegeven door:
f(x)=\frac{1+2\sin(x)}{1+\cos(x)} \quad \text{voor } 0\leq x<\pi \text{ en } \pi<x<3\pi
De lijn met vergelijking $y=1$ snijdt de grafiek van $f$ in de punten $A$, $B$ en $C$, met $x_A<x_B<x_C$. Zie de figuur. Hierin zijn de twee verticale asymptoten gestippeld weergegeven.
Vraag 13 3 punten
Toon op algebraïsche wijze aan dat $AB=BC$.
Grafiek van f met de lijn y=1 die f snijdt in A, B en C, de verticale asymptoten x=π en x=3π en het minimum T onder de x-as. Bekijk in Opgaven, pagina 9
Bekijk het antwoord
$f(x)=1$ geeft $2\sin(x)=\cos(x)$
Dus $\tan(x)=\frac{1}{2}$
De oplossingen zijn periodiek met periode $\pi$ (of: het oplossen van de vergelijking geeft $x=0{,}46\ldots+k\cdot\pi$) dus $AB=BC=\pi$
De grafiek van $f$ heeft een top $T$. Deze ligt onder de $x$-as. Zie de figuur.
Voor de $x$-coördinaat van $T$ geldt:
5\cos^2(x)+8\cos(x)+3=0
Vraag 14 6 punten
Bewijs dat dit juist is.
Bekijk het antwoord
$\frac{d(1+2\sin(x))}{dx}=2\cos(x)$ en $\frac{d(1+\cos(x))}{dx}=-\sin(x)$
$f'(x)=\frac{(1+\cos(x))\cdot 2\cos(x)-(1+2\sin(x))\cdot(-\sin(x))}{(1+\cos(x))^2}$
$f'(x)=0$ als $2\cos(x)+2\cos^2(x)+\sin(x)+2\sin^2(x)=0$
($\sin^2(x)+\cos^2(x)=1$ dus) $2\cos(x)+2+\sin(x)=0$
$2\cos(x)+2=-\sin(x)$ kwadrateren geeft $4\cos^2(x)+8\cos(x)+4=\sin^2(x)$
Gebruikmaken van $\sin^2(x)=1-\cos^2(x)$ geeft $5\cos^2(x)+8\cos(x)+3=0$
Vraag 15 5 punten
Bereken algebraïsch de $y$-coördinaat van $T$.
Zelfde grafiek als bij vraag 13, met het minimum T onder de x-as tussen de asymptoten x=π en x=3π. Bekijk in Opgaven, pagina 9
Bekijk het antwoord
Substitutie van $p=\cos(x)$ in $5\cos^2(x)+8\cos(x)+3=0$ geeft $5p^2+8p+3=0$
Een algebraïsche berekening waaruit volgt $p=-0{,}6$ of $p=-1$
$\cos(x)=-0{,}6$ ($\cos(x)=-1$ voldoet niet)
$\cos(x)=-0{,}6$ geeft $\sin(x)=-0{,}8$ of $\sin(x)=0{,}8$
De $y$-coördinaat van $T$ is dus $-1{,}5$ ($6{,}5$ voldoet niet)
Begrensde inhoud
De functie $f$ wordt gegeven door
f(x)=e^{-x}-e^{-2x}
In figuur 1 is de grafiek van $f$ weergegeven. De grafiek snijdt de $x$-as in de oorsprong. Ook is voor een waarde van $p>0$ de lijn met vergelijking $x=p$ weergegeven.
We bekijken het gebied dat wordt begrensd door de lijn met vergelijking $x=p$, de $x$-as en de grafiek van $f$. Dit gebied is in figuur 1 met grijs weergegeven.
Het grijze gebied wordt gewenteld om de $x$-as. Zo ontstaat een omwentelingslichaam. Zie figuur 2.
De inhoud van het omwentelingslichaam is $L_p$. Hiervoor geldt:
L_p=\frac{1}{12}\pi\left(1-6e^{-2p}+8e^{-3p}-3e^{-4p}\right)
Vraag 16 6 punten
Bewijs dat bovenstaande formule voor $L_p$ juist is.
Figuur 1: de grafiek van f met het grijze gebied tot x=p. Figuur 2: het omwentelingslichaam rond de x-as. Bekijk in Opgaven, pagina 10
Bekijk het antwoord
L_p=\int_{0}^{p}\pi\left(e^{-x}-e^{-2x}\right)^2\,dx
$\left(e^{-x}-e^{-2x}\right)^2=e^{-2x}-2e^{-3x}+e^{-4x}$
Een primitieve van $e^{-2x}+e^{-4x}$ is $-\frac{1}{2}e^{-2x}-\frac{1}{4}e^{-4x}$
Een primitieve van $2e^{-3x}$ is $-\frac{2}{3}e^{-3x}$
$x=p$ geeft $-\frac{1}{2}e^{-2p}+\frac{2}{3}e^{-3p}-\frac{1}{4}e^{-4p}$ en $x=0$ geeft $-\frac{1}{12}$
De rest van de afleiding van $L_p=\frac{1}{12}\pi\left(1-6e^{-2p}+8e^{-3p}-3e^{-4p}\right)$
Als $p$ onbegrensd toeneemt, nadert $L_p$ tot een limietwaarde $L$. Er is een waarde van $p$ waarvoor $L_p$ gelijk is aan de helft van de limietwaarde $L$.
Vraag 17 4 punten
Bereken deze waarde van $p$. Rond je eindantwoord af op twee decimalen.
Bekijk het antwoord
Het inzicht dat $L=\frac{1}{12}\pi$ (of $0{,}26\ldots$)
De vergelijking $L_p=\frac{1}{12}\pi\left(1-6e^{-2p}+8e^{-3p}-3e^{-4p}\right)=\frac{1}{24}\pi$ (of: $1-6e^{-2p}+8e^{-3p}-3e^{-4p}=\frac{1}{2}$) moet worden opgelost
Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost
De gevraagde waarde van $p$ is $0{,}95$
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde B 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens wiskunde B vwo
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde B per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde B toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1 telt 17 vragen. De meeste vragen gaan over functies en grafieken (5), integreren (3) en parameterkrommen (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-1/vw-1025-a-26-1-c).
Hoe oefen ik met het examen wiskunde B vwo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.