Eindexamen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Een gebroken functie, Buigen van metalen platen, Gedraaide parabool, Absolute sinus, Logaritmische functies, Bissectrice in een rechthoek, Exponentiële breuk.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1 loopt tot vraag 19. Van 17 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over exponentiële en logaritmische functies (5), parameterkrommen (3) en differentiëren (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Exponentiële en logaritmische functies13-14, 17-195
Parameterkrommen7-93
Differentiëren1, 102
Integreren3, 122
Meetkunde met coördinaten15-162
Bewijzen21
Functies en grafieken61
Goniometrische functies111

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde B vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over exponentiële en logaritmische functies (29% van de vragen, gemiddeld 7%) en parameterkrommen (18% van de vragen, gemiddeld 9%). Minder over functies en grafieken (6% van de vragen, gemiddeld 15%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Een gebroken functie

1 De functie f wordt voor x > 0 gegeven door f ( x ) = 2 x + . x De functie f heeft een minimum.

Vraag 1 3 punten

Bereken exact dit minimum.

Bekijk het antwoord
  • f ' ( x) = 2 − (1)
  • f ' ( x) = 0 voor x = 12 2 ( x = − 12 2 voldoet niet) (1)
  • f ( 12 2) = 2 2 (dus het minimum van f is 2 2 ) (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1)

Lijn k is de scheve asymptoot van de grafiek van f. Het vlakdeel V wordt ingesloten door de grafiek van f, lijn k en de lijnen met vergelijking x = a en x = 2 a met a > 0 . In de figuur is dit vlakdeel voor een zekere waarde van a grijsgemaakt.

figuur

De oppervlakte van dit vlakdeel is onafhankelijk van de waarde van a.

Vraag 2 5 punten

Bewijs dit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De integraal ∫ 2 x + dx min de oppervlakte van het trapezium a x (ingesloten door de x-as, de asymptoot en de lijnen x = a en x = 2a ) moet worden berekend (1p)
  • De oppervlakte is 4a 2 + ln(2a)
    • a 2
    • ln(a)
    • 2 a(2a + 4a) (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1)
  • Dit herleiden tot ln(2a)
    • ln(a) = ln(2) (en dat is onafhankelijk van a ) (1)

Verder is gegeven de lijn met vergelijking y = 3 . Deze lijn en de grafiek van f sluiten een vlakdeel W in dat wordt gewenteld om de lijn met vergelijking y = 3 .

Vraag 3 4 punten

Bereken de inhoud van het omwentelingslichaam dat zo ontstaat. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 • 2x + = 3 geeft x = 0,5 en x = 1 (1) x • Het inzicht dat de grafiek van f ( x) − 3 gewenteld moet worden om de x-as (1) • De inhoud van het omwentelingslichaam kan berekend worden met ( ( f ( x ) − 3) ) dx 1 2 π ∫ (1) 0,5 • De gevraagde inhoud is 0,02 (1) (4)

Buigen van metalen platen

In de werktuigbouw moeten vaak metalen platen in een bepaalde hoek worden gebogen. Een van de technieken die daarbij worden gebruikt is vrijbuigen. Daarbij ligt de metalen plaat op een matrijs met een bepaalde vorm. Hierna wordt een stempel met kracht op de plaat gedrukt, zodat deze de gewenste vorm krijgt. In figuur 1 is dit in een vooraanzicht weergegeven. In figuur 2 zie je een voorbeeld van een metalen plaat na het buigen.

figuur 1 figuur 2

Tijdens het vrijbuigen treedt vervorming op: aan de buitenkant rekt het metaal iets op en aan de binnenkant wordt het samengedrukt. In het inwendige van de metalen plaat bevindt zich de neutrale lijn: de lengte hiervan blijft gelijk na vervorming. In deze opgave nemen we aan dat de dikte van de plaat bij het buigen gelijk blijft. In figuur 3 is het vooraanzicht van een metalen plaat met een dikte van d mm zowel vóór als na het buigen weergegeven. Wanneer de plaat wordt gebogen over een hoek van 45°, verandert rechthoek ABCD in de vorm A'B'C'D' . Hierbij is boog C'D' de boog van een cirkel met middelpunt M en straal 2d en A'B' de boog van een cirkel met middelpunt M en straal 3d. De neutrale lijn P'Q' is een cirkelboog op een afstand van 0,4d van boog C'D' . Verder geldt dat de lengte van de neutrale lijn gelijk blijft, dus de lengte van boog P'Q' is gelijk aan de lengte van PQ.

[figuur 3: zie het originele examen]

Vraag 4 5 punten

Bereken algebraïsch hoeveel procent de oppervlakte van vlakdeel A'B'C'D' groter is dan de oppervlakte van vlakdeel ABCD. Geef je eindantwoord als geheel getal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • P'Q' = 360 45 · 2 · π· 2, 4d = 53 d · π (1) • Oppervlakte ABCD = 53 d · π · d = 53 π · d 2 (1) · π · ( 3d ) − 360 · π· ( 2d ) = 85 π · d 2 2 (2) • Oppervlakte A'B'C'D' = 360 45 (45) 1 5 π·d2 8 • = 1, 041... (1) 3 π·d2 5 • Het gevraagde percentage is 4 (1) (5)

De kracht die uitgeoefend moet worden op een metalen plaat om deze te buigen, hangt af van het soort metaal, de dikte van het metaal en de breedte van de opening van de matrijs. De formule om deze kracht uit te rekenen luidt: R · d 2 4d F= 1 + (formule 1) V V Hierbij is:

  • F de benodigde kracht (in kN/m);
  • R een constante die afhangt van het soort metaal;
  • d de dikte van het metaal (in mm);
  • V de breedte van de opening van de matrijs (in mm).

Voor het buigen van een metalen plaat met een dikte van 10 mm op een matrijs met een opening van 200 mm is een kracht van 420 kN/m nodig. Als je deze metalen plaat zou buigen op een matrijs met een opening van

100 mm is meer kracht nodig.

Vraag 5 3 punten

Bereken algebraïsch hoeveel kracht er nodig is om deze metalen plaat te buigen op een matrijs met een opening van 100 mm breed. Geef je eindantwoord als een geheel getal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking 420 = 1 + moet worden opgelost (1)
  • Dit geeft R = 700 (1)
  • Dus F = 980 (kN/m) (1)

Om bij een gegeven plaatdikte de breedte van de opening van de matrijs te berekenen, wordt de volgende formule gebruikt: V = d 1,75 (formule 2) Door formule 1 en formule 2 te combineren krijg je een formule die de benodigde kracht F uitdrukt in R en d.

Er is een plaatdikte d waarbij de benodigde kracht F minimaal is.

Vraag 6 4 punten

Bereken exact deze waarde van d.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Substitutie van formule 2 in formule 1 geeft F = R · d 0,25 + 4 R · d − 0,5 (1)
  • = 0, 25 R · d − 0,75 − 2 R · d −1,5 (1)
  • = 0 als d 0,75 = 8 (1)
  • Dit geeft d = 16 (1)

Gedraaide parabool

De bewegingsvergelijkingen van een punt P worden gegeven door: xP (t ) = 2t 2 yP (t ) = 2t υυυρ Punt M is het midden van lijnstuk OP. Vector MP wordt υυυυrechtsom ρ geroteerd om M over 90°. Zo ontstaat de beeldvector MQ . In figuur 1 is voor een waarde van t de situatie weergegeven. [figuur 1: zie het originele examen] Tijdens de beweging van P beschrijft ook het punt Q een baan. In figuur 1 is deze baan gestippeld weergegeven.

De bewegingsvergelijkingen van Q worden gegeven door: xQ (t ) = t + t 2

2 yQ (t ) = t

  • t

Vraag 7 3 punten

Bewijs dat dit inderdaad de bewegingsvergelijkingen van Q zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • OM = 2 (1)
  • MQ = (1)
  • OQ = OM + MQ = (dus xQ (t ) = t + t 2 en yQ (t ) = t 2 − t ) (1)

2 De snelheid waarmee P beweegt, is gegeven door 4 + 16t . Voor elke waarde van t is deze snelheid een factor c keer zo groot als de snelheid van Q.

Vraag 8 3 punten

Bereken exact de waarde van c.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als in het tweede en derde antwoordelement een specifieke waarde van t is genomen, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Voor elke waarde van t wordt de lengte L van lijnstuk PQ bepaald. Er geldt: L = t · 2t 2 + 2 [figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 9 3 punten

Bewijs dit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • (Omdat M het midden is van OP en MQ ⊥ OP geldt) PQ = OQ dus

(t + t ) + (t

  • t )

2 2 2 (2) L= (1)

In figuur 2 is de grafiek van L weergegeven. In de oorsprong, bij t = 0 , zien we een knik. Als t vanaf links of vanaf rechts tot 0 nadert, nadert de waarde van L in beide situaties ook tot 0. De helling van de grafiek van L nadert echter niet in beide situaties tot dezelfde waarde.

Vraag 10 4 punten

Bereken exact tot welke waarde de helling van de grafiek van L nadert als t vanaf links tot 0 nadert.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • Voor t < 0 geldt L = −t · 2t 2 + 2 (1) 4t • De afgeleide van 2t 2 + 2 is (1) 2 2t 2 + 2 dL 4t • = − 2t 2 + 2 − t · (1) dt 2 2t 2 + 2 dL • lim = − 2 − 0 = − 2 (dus de helling van de grafiek van L nadert t ↑0 d t tot − 2 als t vanaf links tot 0 nadert) (1) of • Voor t > 0 geldt L = t · 2t 2 + 2 (1) 4t • De afgeleide van 2t 2 + 2 is (1) 2 2t 2 + 2 dL 4t dL • = 2t 2 + 2 + t · en lim = 2 + 0 = 2 (1) dt 2 2t 2 + 2 t ↓0 d t • Vanwege symmetrie nadert de helling van de grafiek van L dan tot − 2 als t vanaf links tot 0 nadert (1) (4)

Absolute sinus

1 De functie f wordt gegeven door f ( x) = sin( x) + 2 3 . In de figuur is de grafiek van f als doorgetrokken lijn weergegeven.

figuur

In de figuur zijn de toppen A en B van de grafiek van f aangegeven.

A en B zijn de toppen die horen bij de eerste twee maxima van f rechts van de y-as.

Er bestaat een sinusoïde die gegeven wordt door g ( x ) = a + b sin( x) , waarvan twee opeenvolgende toppen samenvallen met de punten A en B. De grafiek van g is in de figuur gestippeld weergegeven.

Vraag 11 3 punten

Bereken exact de waarde van a en b.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De y-coördinaat van A is 1 + 2 3 en de y-coördinaat van B is 1 − 2 3 1 (want −1 + 2 3 < 0 ) (1)
  • Het gemiddelde van 1 − 2 3 en 1 + 2 3 is 1 dus a = 1 (1)
  • Dus b = 2 3 (1)

De grafiek van f en de x-as sluiten twee soorten vlakdelen in: kleine vlakdelen en grote vlakdelen. In de figuur is een van de kleine vlakdelen grijsgemaakt.

Vraag 12 5 punten

Bereken exact de oppervlakte van een klein vlakdeel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • f ( x ) = 0 als sin( x) = − 12 3 (1) 4 (5) • Dit geeft x = 3 π (+ k · 2π) en x = 3 π (+ k · 2π) (1) • De oppervlakte van een klein vlakdeel kan berekend worden met behulp 5 π ( ) 3 van ∫ sin( x) + 12 3 dx (1) 4 3 π 1 (1) • Een primitieve van sin( x) + 2 3 is − cos( x) + 2 3 · x (1) • De gevraagde oppervlakte is 1 − 16 3 · π (1) (5)

Logaritmische functies

De functie f wordt gegeven door: figuur 1 f ( x) = ln( x) De functie g wordt gegeven door:

g ( x) = 1 + e2 · (1

  • ln( x) ) In figuur 1 zijn de grafieken van f en g weergegeven. De raaklijnen aan de grafieken van f en g snijden elkaar loodrecht in het snijpunt.

Vraag 13 6 punten

Bewijs dit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit f ( x) = g ( x) volgt (1 + e 2 ) · ln( x ) = 1 + e 2 (1)
  • Dit geeft ln( x) = 1 dus x = e (1)
  • f ' ( x) = (1)
  • g' ( x) = − (1)
  • f ' (e) = en g' (e) = − = −e (1)
  • f ' (e) · g' (e) = · −e = −1 dus de grafieken snijden elkaar loodrecht (1)

In figuur 2 zijn de grafieken van f en figuur 2 g opnieuw weergegeven. Ook is voor een waarde van q de lijn met vergelijking y = q weergegeven. Deze lijn snijdt de grafiek van g in punt A en de grafiek van f in punt B, waarbij punt A links van punt B ligt.

Er geldt dat AB = 3 .

Vraag 14 4 punten

Bereken de bijbehorende waarde van q. Geef je eindantwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • f ( xB ) = q dus xB = eq (1) q −1 1− 2

Bissectrice in een rechthoek

Gegeven is rechthoek OABC met O ( 0, 0 ) , A ( 8, 0 ) en C ( 0, 4 ) . De punten F en E zijn de middens van respectievelijk OA en BC. Op de negatieve y-as ligt punt P ( 0, p ) . Punt D is het snijpunt van het verlengde van lijnstuk PF en lijnstuk AC. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

De lijn door E en F is de bissectrice van hoek PED.

Vraag 15 5 punten

Bewijs dit voor het geval p = −2 .

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • • Een vergelijking van AC is x + 2 y = 8 (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1) • Een vergelijking van PF is x − 2 y = 4 (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1) • Dan volgt dat de coördinaten van D ( 6, 1) zijn (1) υυυρ −4 υυυρ 2 • EP = en ED = (1) −6 −3 −4 (0) υυυρ υυυρ · −6 −1 6 (3) • cos(∠( EP, EF )) = = = en −4 0 52 (13) · −6 −1 2 0 υυυρ υυυρ · υυυρ υυυρ υυυρ υυυρ −3 −1 (3) cos(∠( ED, EF )) = = (dus ∠( EP, EF ) = ∠( ED, EF ) 2 0 (13) · −3 −1 waaruit volgt dat de lijn door E en F de bissectrice is van hoek PED) (1) of • Een vergelijking van AC is x + 2 y = 8 (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1) • Een vergelijking van PF is x − 2 y = 4 (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1) • De coördinaten van D zijn ( 6, 1) (1) υυυρ −4 υυυρ 2 • EP = en ED = (1) −6 −3 • Dus de lijn door E en P en de lijn door E en D zijn elkaars beeld bij spiegelen in de lijn EF, dus de lijn door E en F is de bissectrice van hoek PED (1) of • Een vergelijking van AC is x + 2 y = 8 (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1) • Een vergelijking van PF is x − 2 y = 4 (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1) • De coördinaten van D zijn ( 6, 1) (1) • ∠PEF = ∠EPC (Z-hoeken) dus tan(∠PEF ) = tan(∠EPC ) = 64 = 23 (1) • In driehoek D'ED (met D' de loodrechte projectie van D op EF) geldt: D'D 2 tan(∠D'ED ) = = (dus ∠D'ED = ∠PEF waaruit volgt dat de lijn D'E 3 door E en F de bissectrice is van hoek PED) (1) of • Uit de gelijkvormigheid van driehoek AOC met driehoek FOP volgt dat driehoek CPD gelijkbenig is, dus DC = DP (1) −2 + 4 • Hieruit volgt yD = =1 (1) 2 • De coördinaten van D zijn ( 6, 1) (1) • In driehoek P'EP (met P' de loodrechte projectie van P op het P'P 4 2 verlengde van EF) geldt: tan(∠P'EP ) = = = (1) P'E 6 3 • In driehoek D'ED (met D' de loodrechte projectie van D op EF) geldt: D'D 2 tan(∠D'ED ) = = (dus ∠D'ED = ∠P'EP waaruit volgt dat de lijn D'E 3 door E en F de bissectrice is van hoek PED) (1) (5)

M ( 4, 2 ) is het snijpunt van AC en EF. Cirkel c heeft middelpunt M en gaat door D. Afhankelijk van de positie van punt P (en dus van de waarde van p) is de cirkel groter of kleiner. Er is precies één waarde van p waarvoor cirkel c raakt aan OA en BC. In figuur 2 is deze situatie weergegeven.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 16 6 punten

Bereken exact deze waarde van p.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een vergelijking van c is ( x − 4 ) + ( y − 2 ) = 4 en een vergelijking van 2 (2) • AC is y = − 12 x + 4 (1) c snijden met AC geeft ( x − 4 ) + ( − 12 x + 2 ) = 4 dus 1 14 x 2 − 10 x + 16 = 0 2 (2) • (1) • ( Dit geeft D 4 + 54 5, 2 − 52 5 ) (1) • Driehoek FDD'' (met D'' de loodrechte projectie van D op OA) is PO DD'' gelijkvormig met driehoek FPO dus = (1) FO FD'' − p 2 − 52 5 −p 2 5 −2 • Dit geeft = ofwel = (1) 4 (4) 5 5 4 (4) • Dus p = 2 − 2 5 (1) of • Een vergelijking van PF is y = − 14 px + p (of een gelijkwaardige uitdrukking) (1) • Punt D is het snijpunt van AC met PF, dus moet gelden − 14 px + p = − 12 x + 4 (1) 4 p − 16 2 p • Dit geeft D , (1) p−2 p−2 2 (2) 4 p − 16 2p (2) • MD = 2 dus − 4 + 2 − =2 (1) p−2 p−2 64 (16) • Herleiden tot (bijvoorbeeld) (2) + =4 (1) ( p − 2) ( p − 2) 2 • p = 2 − 20 ( p = 2 + 20 voldoet niet) (1) of 4− p p−4 • rcED = − rcEP = − = (1) 4 (4) −p • rcPF = (1) 4 • Punt M is het midden van EF, dus EF is de middellijn van de cirkel (1) • D ligt op de cirkel, dus geldt ∠FDE = 90° (1) p−4 −p • Er moet dus gelden dat rcED · rcPF = · = −1 (1) 4 (4) • Dan volgt p = 2 − 20 ( p = 2 + 20 voldoet niet) (1) of • Driehoek AOC is gelijkvormig met driehoek DD'M (met D' de AO DD' CO MD' loodrechte projectie van D op EF), dus = en = (1) AC DM CA MD • DM = 2 en AC = 80 geeft D'M = 52 5 en D'D = 54 5 (1) • ( D 4 + 54 5, 2 − 52 5 ) (1) 2 − 52 5 • De richtingscoëfficiënt van de lijn door F en D is = 12 5 − 12 (1) 4 (5) 5 • Een vergelijking van de lijn door F en D is y = ( 12 5 − 12 )( x − 4) (1) • ( ) Het snijpunt met de y-as is P 0, 2 − 2 5 en dus is p = 2 − 2 5 (1) of x 8 −2 • Een vectorvoorstelling van AC is = + t · en een y 0 (1) x 4 −4 vectorvoorstelling van PF is = + v · (1) y 0 p 8 − 2t = 4 − 4v • Voor het snijpunt D geldt: (1) t = p · v 16 −4 p • Hieruit volgt dat voor de coördinaten van D geldt 4 + , 4−2p 4−2p 16 − 4 p −2 p ofwel , (1) 2− p 2− p 2 (2) 16 − 4 p −2 p (2) • MD = 2 dus − 4 + 2 − =2 (1) 2− p 2− p 64 (16) • Herleiden tot (bijvoorbeeld) (6)

Exponentiële breuk

1 De functie f wordt gegeven door f ( x) = x . e +1

De grafiek van f heeft twee horizontale asymptoten.

Vraag 17 3 punten

Bereken exact de afstand tussen deze twee horizontale asymptoten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Als x onbeperkt afneemt, dan nadert e x naar 0 en als x onbeperkt toeneemt, dan neemt e x onbeperkt toe (1) 1
  • Als x onbeperkt afneemt, dan nadert naar 1 (1) 1+ ex 1
  • Als x onbeperkt toeneemt, dan nadert naar 0 en dus is de 1+ ex gevraagde afstand 1 (1p)

Een primitieve van f is F ( x ) = x

  • ln e x + 1 . ( )

Vraag 18 3 punten

Bewijs dit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking: Als in het eerste antwoordelement de kettingregel niet is gebruikt, mogen voor dit antwoordelement geen scorepunten worden toegekend. Als de kettingregel wel is gebruikt, maar niet correct, mag voor dit antwoordelement hoogstens 1 scorepunt worden toegekend op basis van vakspecifieke regel 1.

Lijn k heeft vergelijking x = a , met a > 0 . De grafiek van f , de x-as, de y-as en lijn k sluiten een vlakdeel in. De oppervlakte van dit vlakdeel is voor elke waarde van a kleiner dan ln ( 2 ) .

Vraag 19 4 punten

Bewijs dit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De oppervlakte van het vlakdeel kan worden berekend met ∫ x dx (1)
  • ( ) F (a) − F (0) = a − ln e a + 1 + ln ( 2 ) (1)
  • ( ) ( ) ln ea + 1 >ln ea = a , dus a − ln(e a + 1) < 0 (of een gelijkwaardige redenering) (1)
  • Hieruit volgt dat F (a ) − F (0) < ln ( 2 ) (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde B 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-1/vw-1025-a-23-1-o

Andere examens wiskunde B vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde B per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde B toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1 loopt tot vraag 19. Van 17 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over exponentiële en logaritmische functies (5), parameterkrommen (3) en differentiëren (2).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-1/vw-1025-a-23-1-c).

Hoe oefen ik met het examen wiskunde B vwo 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.