Eindexamen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Twee functies, Cobb-Douglas-productiefunctie, Loodrecht op de snelheidsvector, Passende parabool, Lijnenparen, Absolute logaritme, Lijnstukken bij een exponentiële functie.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2 telt 16 vragen. De meeste vragen gaan over exponentiële en logaritmische functies (4), functies en grafieken (3) en parameterkrommen (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Exponentiële en logaritmische functies13-164
Functies en grafieken1, 9-103
Parameterkrommen6-83
Bewijzen3, 52
Differentiëren4, 112
Integreren21
Meetkunde met coördinaten121

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde B vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over exponentiële en logaritmische functies (25% van de vragen, gemiddeld 7%) en parameterkrommen (19% van de vragen, gemiddeld 9%). Minder over goniometrische functies (0% van de vragen, gemiddeld 11%) en meetkunde met coördinaten (6% van de vragen, gemiddeld 13%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Twee functies

De functies f en g worden gegeven door f ( x ) = 72

  • x 3 en g ( x) = x x . Het snijpunt van de grafieken van f en g is het punt S. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 1 4 punten

Bereken exact de coördinaten van S.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De vergelijking 72
    • x3 = x x herschrijven tot x3 + x x
    • 72 = 0 (1)
  • Hieruit volgt x = 4 ( x x = −9 geeft geen oplossingen) (1p)
  • De vergelijking 72
    • x3 = x x herleiden tot x 6
    • 145 x 3 + 5184 = 0 (1)

De lijn k heeft vergelijking y =

  • 12 x + 88 . Lijn k raakt aan de grafiek van f in het punt P rechts van de y-as. Het vlakdeel V wordt ingesloten door de grafiek van f , lijn k en de y-as. In figuur 2 is dit vlakdeel grijs weergegeven.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 2 5 punten

Bereken exact de oppervlakte van V.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • f ' ( x ) = −3 x 2 (1)
  • − 3 x = − 12 geeft x = 2 ( x = − 2 voldoet niet) (1)
  • De integraal ∫ (−12 x + 88 − (72 − x3 )) dx moet worden berekend (1)
  • Een primitieve van x 3 − 12 x + 16 is 14 x 4 − 6 x 2 + 16 x (1)
  • Invullen van de grenzen geeft oppervlakte 12 (1)

Cobb-Douglas-productiefunctie

De Cobb-Douglas-productiefunctie is een wiskundig model dat economen gebruiken om de productie Y te voorspellen. In dit model hangt de productie af van twee factoren: arbeid en kapitaal. Met arbeid L wordt het aantal voltijdbanen van werknemers bedoeld. Met kapitaal K wordt in deze opgave het aantal machines bedoeld dat beschikbaar is voor de productie.

De formule bij dit model luidt: Y = A · Lα · K β Hierbij zijn A, α en β constanten die afhangen van het soort bedrijf.

Iemand wil € 1 000 000 per jaar investeren in een nieuw bedrijf. Voor een bedrijf in deze sector geldt A = 40 , α = 0, 7 en β = 0,3 . De kosten per voltijdbaan per jaar bedragen € 50 000 en de kosten per machine per jaar bedragen € 20 000. Er geldt dus: 50 000 L + 20 000 K = 1 000 000 Uit deze gegevens is af te leiden dat: Y = 40 · L0,7 · (50

  • 2,5L)0,3

Vraag 3 2 punten

Toon aan dat Y = 40 · L0,7 · (50

  • 2,5L)0,3 .
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het aantal machines bij 0 voltijdbanen is = 50 en voor elke

20 000

50 000 voltijdbaan kunnen = 2,5 machines minder worden besteld, dus

20 000 het aantal machines is K = 50

  • 2,5L (1p)

De investeerder wil het volledige bedrag van € 1 000 000 investeren in arbeid en kapitaal, en wel in zo’n verhouding dat de productie Y maximaal is.

Vraag 4 5 punten

Bereken algebraïsch hoeveel voltijdbanen de investeerder moet inzetten om de productie Y maximaal te krijgen.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als in het eerste antwoordelement de productregel en/of de kettingregel niet is gebruikt, mogen voor dit antwoordelement geen scorepunten worden toegekend. Als de productregel en/of de kettingregel wel is gebruikt, maar niet correct, mag voor dit antwoordelement hoogstens 1 scorepunt worden toegekend op basis van vakspecifieke regel 1.

Als β = 1

  • α dan spreken economen van een constant schaalvoordeel. Dat wil zeggen dat de inzet van arbeid en kapitaal evenredig is met de productie. Ofwel: als zowel L als K met dezelfde factor g groeit, dan groeit ook de productie Y = A · Lα · K β met diezelfde factor g.

Vraag 5 4 punten

Bewijs dat bij β = 1

  • α geldt: als zowel L als K met dezelfde factor g groeit, dan groeit ook de productie Y met diezelfde factor g.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Dan volgt (omdat α + β = 1 ) g · A · L · K = g · A · L · K = gY (1p)

Loodrecht op de snelheidsvector

De beweging van een punt P wordt gegeven door de volgende bewegingsvergelijkingen: x(t ) = sin(t )

1 met 0 ≤ t ≤ 2π y (t ) = cos(t

  • 4 π) In figuur 1 is de baan van P weergegeven. figuur 1

Punt A (0, 12 2) is het snijpunt van de baan van P met de positieve y-as. Er is een positie van punt P waarvoor de afstand tussen de punten A en P maximaal is.

Vraag 6 3 punten

Bereken deze maximale afstand. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • AP = (sin(t ))2 + ( 12 2 − cos(t − 4 π))2 (1)
  • Beschrijven hoe het maximum van AP kan worden berekend (1)
  • De maximale afstand is gelijk aan 1,88 (1)

In figuur 2 is een situatie weergegeven figuur 2 waarbij de vector loodrecht staat op de snelheidsvector in punt P. ( Hieruit volgt: sin ( 2t ) = sin 2t

  • 12 π ) υυυρ

Vraag 7 4 punten

Bewijs dat uit het feit dat de vector OP loodrecht staat op de snelheidsvector in punt P ( inderdaad volgt: sin ( 2t ) = sin 2t

  • 12 π ) Er zijn vier posities van P waarbij een situatie zoals in figuur 2 voorkomt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • x' (t ) = cos(t ) (1)
  • y' (t ) = − sin(t − 14 π) (1)
  • Uit OP ⊥ v volgt sin(t ) · cos(t ) − cos(t − 14 π) · sin(t − 14 π) = 0 (1)
  • Dit herleiden tot sin(2t ) = sin(2t − 12 π) (1)

Vraag 8 3 punten

Bereken exact de vier waarden van t die horen bij deze posities.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • sin(2t ) = sin(2t − 2 π) geeft 2t = π − 2t + 2 π + k · 2π ( 2t = 2t − 2 π + k · 2π geeft geen oplossing) (1)
  • Dit geeft 4t = 1 12 π + k · 2 π (1)
  • Dit geeft voor t de waarden 83 π , 87 π , 11 8 15 π en 8 π (1)

Passende parabool

De kwadratische functie f figuur wordt gegeven door f ( x) = ax 2 + bx + c . De grafiek van f snijdt de y-as in het punt S (0, 2) .

De raaklijn aan de grafiek van f in punt S snijdt de x-as in het punt ( 2

3 ) 3, 0 .

Verder is gegeven dat de grafiek van f een dalparabool is die de positieve x-as raakt. Zie de figuur.

Vraag 9 6 punten

Bereken exact de waarden van a, b en c.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voor de top van de grafiek van f geldt x = en uit f = 0 volgt 2a 2 a

3

  • 3 +2=0 (1) 4a 2a
  • Een vergelijking van een parabool is y = a( x
    • p)2 , dus = 2a ( x
    • p ) (1) dx
  • ( (0, 2) ligt op de parabool, dus) 2 = a(0
    • p) en dus 2 = ap (1) dy
  • In (0, 2) geldt =
    • 3 dus 2a(0
    • p) =
    • 3 en dus 2ap = 3 (1) dx
  • Een exacte berekening waaruit volgt dat p = 4 en a = 83 (1) 3

( ) herleiden tot f ( x) = x

  • 3 · x + 2 (en dus b = 3 en 2 2

Lijnenparen

De lijn k heeft vergelijking y = ax met a > 0 . De lijn m heeft richtingscoëfficiënt –a en gaat door het punt P (10, 4) . Het punt S is het snijpunt van de lijnen k en m. Punt S ligt op de grafiek 2x van de functie f die wordt gegeven door y = waarbij geldt: x > 5 x−5 In figuur 1 is voor drie waarden van a de situatie weergegeven. De grafiek van f is gestippeld weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

a = 3,7 a = 1,55 a = 0, 2

Vraag 10 4 punten

Bewijs dat voor elke positieve waarde van a punt S op de grafiek van f ligt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Dit invullen in y = geeft y = = = 5a + 2 (en dat is x −5 2 (2) 5+ −5 a de y-coördinaat van S, dus S ligt op de grafiek van f ) (1) of
  • Een vergelijking van lijn m is y = −a( x
    • 10) + 4 (1) y y
  • Een herleiding waaruit volgt dat y = (1) x −5 of
  • Een vergelijking van lijn m is y = −a( x
    • 10) + 4 (1) 2x
  • = ax geeft ax 2
    • 5ax
    • 2 x = 0 (1) x −5 5a + 2
  • Hieruit volgt x = ( x = 0 voldoet niet) en y = 5a + 2 (1) a 2
  • Dit invullen in y = −a( x
    • 10) + 4 geeft y = −a
    • 5 + 4 = 2 + 5a (en dus a liggen het snijpunt van k en de grafiek van f op lijn m) (1)

Vraag 11 3 punten

Bewijs dat de grafiek van f voor elke waarde van x > 5 daalt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • y= herschrijven tot y = 2 + (1) x −5 x −5 10

[figuur 2: zie het originele examen] Het is voor iedere waarde van a mogelijk om een cirkel c door de punten O, S en P te tekenen. Hierbij wordt de situatie dat S en P samenvallen buiten beschouwing gelaten. 2x De coördinaten van S zijn x, . x −5 Er is één waarde van a waarvoor deze cirkel raakt aan de y-as. Het middelpunt M (r , 0) van deze cirkel ligt op de x-as. Deze situatie is in figuur 2 weergegeven.

Vraag 12 6 punten

Bereken de waarde van a waarvoor de cirkel raakt aan de y-as. Rond je eindantwoord af op twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De middelloodlijn van lijnstuk OP gaat door (5,2) en heeft richtingscoëfficiënt
    • 52 , dus een vergelijking is y =
    • 52 ( x
    • 5) + 2 (1)
  • M is het snijpunt van de x-as met de middelloodlijn met vergelijking y =
    • 52 ( x
    • 5) + 2 (1)
  • Dit geeft M (5 54 , 0) dus r = 5,8 (1) 2x
  • S x, invullen in de vergelijking van c geeft x−5 2 ( x
    • 5,8 )2 + 2x (2) = 5,8 (1) x−5
  • Voor c geldt: ( x
    • r )2 + y 2 = r 2 (1)

2 2 (2)

  • P ligt op c, dus (10
    • r ) + 4 = r (1)

2 2 (2)

  • Hieruit volgt r = 5,8 , dus een vergelijking van c is ( x
    • 5,8) + y = 5,8 (1) 2x
  • S x, invullen in de vergelijking van c geeft x−5 2 ( x
    • 5,8 ) +

2 2x (2) = 5,8 (1) x

  • 5

Absolute logaritme

2 De functie f18 wordt gegeven door f18 ( x) = log( x2

  • 18x + 69) .

De grafiek van f18 snijdt de lijn met vergelijking y = 2 in vier punten.

Vraag 13 4 punten

Bereken exact de x-coördinaten van deze vier punten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit 2 log( x 2 − 18x + 69) = 2 volgt x 2 − 18 x + 65 = 0 (1)
  • Een exacte berekening waaruit volgt x = 5 of x = 13 (1)
  • Uit 2 log( x 2 − 18 x + 69) = −2 volgt x 2 − 18 x + 68 34 = 0 (1)
  • Een exacte berekening waaruit volgt x = 5 12 of x = 12 12 (1)

De functie f a wordt gegeven door f a ( x ) = 2 log( x 2

  • ax + 69) met a > 0 . Voor een bepaalde waarde van a heeft de grafiek van f a twee verticale asymptoten met een onderlinge afstand van 20.

Vraag 14 4 punten

Bereken exact deze waarde van a.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De constante termen in deze vergelijking zijn gelijk als p 2 + 20 p
    • 69 = 0 (1)
  • De oplossing van deze vergelijking is p = 3 ( p =
    • 23 voldoet niet) (1)
  • Hieruit volgt a = 2 p + 20 (1) 2
  • Invullen in een van beide vergelijkingen geeft p + 20 p
    • 69 = 0 (1)

Lijnstukken bij een exponentiële functie

De functie f a wordt gegeven door figuur 1 f a ( x) = eax met a > 0 . De lijn k met vergelijking y = e snijdt de grafiek van f a in S. In figuur 1 zijn voor een waarde van a de grafiek van f a en lijn k weergegeven. Ook is de raaklijn aan de grafiek van f a door S weergegeven.

Vraag 15 5 punten

Bewijs dat deze raaklijn voor elke waarde van a door de oorsprong gaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Dus de lijn door de oorsprong die raakt aan de grafiek, gaat door het (raak)punt met y-coördinaat e (1p)

In figuur 2 is opnieuw voor een waarde figuur 2 van a de grafiek van f a weergegeven. Op deze grafiek liggen de punten A (0, 1) ,

B (1, ea ) en C (2, e 2 a ) . Ook is de grafiek van de inverse van f a (gestippeld) weergegeven. De punten D, E en F zijn de beeldpunten van respectievelijk A, B en C bij spiegeling in de lijn y = x .

Er is een waarde van a waarvoor geldt: AD + BE = CF

Vraag 16 7 punten

Bereken exact deze waarde van a.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • AD = 2 en BE is de schuine zijde van een 1
    • 1
    • 2 -driehoek met rechthoekszijde ea
    • 1 , dus BE = 2(e a
    • 1) (1)
  • CF is de schuine zijde van een 1
    • 1
    • 2 -driehoek met rechthoekszijde e2a
    • 2 , dus CF = 2(e 2 a
    • 2) (1) a 2a
  • Kwadrateren geeft 8e 2 a
    • 32e a + 16 = 2e 4 a
    • 9e 2 a + 4e ( a 2 ) (1)
  • Een exacte berekening waaruit volgt a = ln(2) (1p)

of

  • Het inzicht dat het volstaat de afstanden van A, B en C tot de lijn l met vergelijking y = x te bekijken (ofwel dat geldt: d( A, l ) + d( B, l ) = d(C , l ) ) (1) a 2a

0 −1 1− e 2−e

  • Het inzicht dat de vergelijking 1
    • 1 + e a =
    • 2 + e 2 a opgelost moet worden (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde B 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1025-a-24-2-o

Andere examens wiskunde B vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde B per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde B toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2?

Het centraal examen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2 telt 16 vragen. De meeste vragen gaan over exponentiële en logaritmische functies (4), functies en grafieken (3) en parameterkrommen (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1025-a-24-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde B vwo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.