Eindexamen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Rijksmuseum, Cupcakes, Daling nieuwe eerstejaars pabo’s, Verdwenen piramide?, Het nieuwe vliegen, Schildpadden.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (10), statistiek (4) en logisch redeneren (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Formules en grafieken3-4, 6-8, 17-20, 2210
Statistiek1-2, 10, 214
Logisch redeneren11-133
Ruimtemeetkunde14-163
Rijen5, 92

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over statistiek (18% van de vragen, gemiddeld 11%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Rijksmuseum

Op 13 april 2013 heropende foto het Amsterdamse Rijksmuseum (zie de foto), na een verbouwing van tien jaar. Het museum doet er sindsdien veel aan om publiciteit te genereren: er zijn grote exposities in de tuinen en er worden grote aanwinsten verworven. Ook online timmert het museum aan de weg. Zo is het gedeelte van de website van het museum waar je je eigen collectie kunt samenstellen ongekend populair.

Het aantal bezoeken aan de website nam van 2 861 948 in 2012 toe tot

6 091 312 in 2013. Daarnaast nam het gemiddelde aantal pagina’s dat per bezoek opgevraagd werd toe van 5,62 tot 7,35.

Vraag 1 3 punten

Bereken met hoeveel procent het totale aantal opgevraagde pagina’s in

2013 is toegenomen ten opzichte van 2012. Rond je antwoord af op gehele procenten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • In 2012 werden er 2 861 948 ⋅ 5, 62 (= 16 084 148) pagina’s bezocht en in 2013 werden er 6 091 312 ⋅ 7,35 (= 44 771 143) pagina’s bezocht (1)
  • ×100 (%) (1)
  • Het antwoord: 178 (%) (1)

Het aantal bezoeken aan de website nam dus toe van 2 861 948 in 2012 tot 6 091 312 in 2013. De totale verblijfsduur in 2012 van al die bezoeken samen was 15 025 248 minuten. De totale verblijfsduur in 2013 was 3,75 keer zo groot als de totale verblijfsduur in 2012.

Vraag 2 3 punten

Bereken hoeveel de gemiddelde verblijfsduur per bezoek in 2013 langer was dan in 2012. Rond je antwoord af op gehele minuten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De gemiddelde verblijfsduur per bezoek in 2012 was 15 025 248 = 5, 25... (1)
  • De gemiddelde verblijfsduur per bezoek in 2013 was 15 025 248 ⋅ 3, 75 = 9, 25... (1)
  • Het gevraagde antwoord is (9, 25... − 5, 25… =) 4 (minuten) (1)

Enige tijd later bracht het Rijksmuseum een publicatie uit over de economische waarde van het Rijksmuseum. Daarin werd beschreven wat (direct of indirect) de bijdrage van een Rijksmuseumbezoeker aan het Nederlandse bruto binnenlands product (BBP) is. Er werd toen nog uitgegaan van 1,5 miljoen bezoekers aan het museum in 2013. Als er meer dan 1,5 miljoen Rijksmuseumbezoekers zijn, dan levert elke Rijksmuseumbezoeker boven die 1,5 miljoen, direct of indirect, een bijdrage van € 110 aan het BBP. In formulevorm: B = 110 · ( x

  • 1,5) , met B de bijdrage aan het BBP in miljoenen euro’s en x het aantal bezoekers van het museum in miljoenen (met x > 1,5 ).

Vraag 3 3 punten

Bereken bij hoeveel bezoekers de bijdrage aan het BBP € 200 miljoen is. Rond je antwoord af op tienduizenden bezoekers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking 110 ⋅ ( x − 1,5) = 200 moet worden opgelost (1)
  • x = 3,31... (1)
  • Dus bij 3 320 000 (of 3,32 miljoen) (bezoekers) (1)

Onder het Rijksmuseum loopt een onderdoorgang, die veelvuldig door voetgangers en fietsers gebruikt wordt. Amsterdammers vreesden dat, na de heropening, de onderdoorgang voor fietsers verboden zou worden, omdat zich hierin ook de ingangen van het museum bevinden en het dan te druk zou kunnen gaan worden.

Vóór de heropening is dan ook onderzoek gedaan naar het aantal voetgangers dat zich tegelijkertijd zou gaan ophouden in de onderdoorgang. Hierbij was vooral het aantal voetgangers tijdens de piekuren op drukke dagen van belang. Uitgaande van het aantal van

2 miljoen jaarlijkse museumbezoekers, andere passanten én rekening houdend met enkele aannames die onder de tabel staan, kan de tabel worden ingevuld. Deze tabel staat ook op de uitwerkbijlage.

tabel totaal aantal voetgangers (museumbezoekers en passanten samen) Aantal per dag gemiddeld piekuur minuut in minuut in uur een een Op een… gemiddeld piekuur uur rustige dag gemiddelde dag 15 100 drukke dag

− Op een drukke dag zijn er driemaal zoveel voetgangers als op een gemiddelde dag; op een rustige dag is dat 1/3e deel van het aantal voetgangers op een gemiddelde dag.

  • In een gemiddeld uur loopt er 1/10e deel van het dagelijks aantal voetgangers, tijdens een piekuur loopt er 1/5e deel van het dagelijkse aantal.
  • Elke minuut loopt er 1/60e deel van het aantal dat er in een uur loopt.

Om een beeld te krijgen van de drukte wordt uit de voorgaande cijfers de voetgangersdichtheid k berekend, het aantal voetgangers per vierkante meter: aantal voetgangers per minuut k=

60 × loopsnelheid × breedte van het voetpad Hierin is de loopsnelheid in m/s en de breedte van het voetpad in m. De gemiddelde loopsnelheid is 0,75 m/s. De beschikbare breedte van de voetpaden in de onderdoorgang is 6 meter. Als de voetgangersdichtheid boven de 0,71 komt, is er sprake van onacceptabele drukte.

Vraag 4 4 punten

Ga met een berekening na of de voetgangersdichtheid op het drukste moment, een minuut tijdens een piekuur op een drukke dag, onder de 0,71 blijft. Je kunt hierbij gebruikmaken van de tabel op de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • • (4)

Cupcakes

Carmen gaat cupcakes (zie foto 1) bakken. foto 1

Zij gebruikt daarvoor de onderstaande ingrediënten:

Voor 12 vanille cupcakes

  • 180 gram boter
  • 135 gram suiker
  • 8 gram vanillesuiker
  • 4 eieren
  • 180 gram zelfrijzend bakmeel
  • snufje zout

Carmen heeft 300 gram suiker in huis en van alle andere ingrediënten heeft ze ruim voldoende. Ze wil zo veel mogelijk cupcakes bakken.

Vraag 5 3 punten

Bereken hoeveel cupcakes Carmen maximaal kan bakken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • 135 gram suiker voor 12 cupcakes, dus 135 12 = 11, 25 gram per cupcake (1p)
  • 300 cupcakes maken Met 300 gram suiker kun je dan 11,25 (1p)

Volgens het recept moeten de cupcakes 20 minuten gebakken worden op een temperatuur van 175 °C . Carmen weet dat cupcakes gaar zijn als de kerntemperatuur van de cupcakes 95 °C is.

Carmen veronderstelt daarom dat de kerntemperatuur van cupcakes in

20 minuten van kamertemperatuur (20 °C) stijgt naar 95 °C. Als deze toename exponentieel verloopt, dan hoort daar de volgende formule bij: K = 20 ·1,081t , met K de kerntemperatuur en t de tijd in minuten. Hierbij is t = 0 het tijdstip waarop de cupcakes de oven ingaan.

De groeifactor 1,081 in de formule is afgerond op drie decimalen.

Vraag 6 3 punten

Bereken de waarde van deze groeifactor in vijf decimalen nauwkeurig.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De groeifactor per 20 minuten is (= 4, 75) (1)
  • De groeifactor per minuut is   (1)
  • Het antwoord: 1,08102 (1)

Carmen vraagt zich af of ze ook had kunnen aannemen dat de kerntemperatuur lineair stijgt. Ze wil onderzoeken welk model het beste past: het lineaire of het eerder gebruikte exponentiële model. Daartoe meet Carmen na 12 minuten de kerntemperatuur van haar cupcakes. Deze blijkt 52 °C te zijn.

Vraag 7 4 punten

Onderzoek of het lineaire of het exponentiële model het beste past bij deze waarneming.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De temperatuurstoename per minuut is 3,75 (oC) (1)
  • De kerntemperatuur zal met een lineaire toename na 12 minuten gelijk 65 (oC) zijn aan 20 + 12 ⋅ 3, 75 = (1)
  • Volgens het exponentiële model is de kerntemperatuur na 12 minuten gelijk aan 50,9… (oC) (1)
  • Het exponentiële model past dus beter bij de waarneming (1)

Het Amerikaanse bedrijf Tasty Layers heeft zich gespecialiseerd in het maken van heel hoge en grote torens van cupcakes. Voor grote feesten en bruiloften maakt Tasty Layers bouwwerken met daarop honderden cupcakes.

Op foto 2 zie je een voorbeeld van zo’n foto 2 bouwwerk. De toren op foto 2 heeft 9 lagen.

Om uit te rekenen hoeveel cupcakes er (ongeveer) op deze toren staan gebruiken we het volgende model:

An = 1, 4 · An−1

A1 = 6

In deze formule is An een benadering van het aantal cupcakes op de ne laag, met n = 1 voor de bovenste laag.

Omdat er natuurlijk op iedere laag een geheel aantal cupcakes staat, moeten we de waarden van An op de gebruikelijke manier op helen afronden. Omdat A2 = 8, 4 komen er 8 cupcakes op de tweede laag, en omdat A3 = 1, 4 · 8, 4 = 11,76 komen er dus 12 cupcakes op de derde laag. Enzovoort. Zo krijg je voor de bovenste vijf lagen 6, 8, 12, 16 en 23 cupcakes, dus in totaal 65 cupcakes.

In werkelijkheid staan er 300 cupcakes op de toren.

Vraag 8 4 punten

Bereken hoeveel cupcakes het model afwijkt van de werkelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking In het tweede scorebolletje voor elke foute of ontbrekende waarde een scorepunt in mindering brengen tot een maximum van twee scorepunten.

Voor een groot bedrijfsfeest krijgt Tasty Layers de opdracht een cupcaketoren te maken met daarop 1000 cupcakes. Het bedrijf gebruikt voor deze opdracht een toren met op de bovenste laag 6 cupcakes en op elke volgende laag 18 cupcakes meer. We nemen weer n = 1 voor de bovenste laag.

Vraag 9 4 punten

Stel een formule op voor het aantal cupcakes op de ne laag en bereken daarmee vanaf welke laag er meer dan 160 cupcakes op een laag staan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • (Het aantal cupcakes An op de n e laag is) An =6 + 18(n
    • 1) (of een gelijkwaardige uitdrukking) (met n = 1 de bovenste laag) (1)
  • Beschrijven hoe de vergelijking 6 + 18(n
    • 1) =

160 opgelost kan worden (1)

Daling nieuwe eerstejaars pabo’s

De onderstaande tekst is gebaseerd op een artikel van februari 2016 uit het Onderwijsblad van de Algemene Onderwijsbond.

De pabo’s krijgen gemiddeld een derde minder nieuwe eerstejaars binnen. Schrijnend is de situatie bij de Haagse Hogeschool waar, volgens de cijfers van Vereniging Hogescholen, de instroom keldert met 58%. Het Onderwijsblad voorspelde al een flinke duikeling bij de pabo’s door de vele toelatingstoetsen. Uiteindelijk noteren de pabo’s 1820 nieuwe eerstejaars minder, een daling van 32 procent. Minister Jet Bussemaker is niet verrast. Zij wijt de daling aan de afschaffing van de studiebeurs en de strengere eisen op de pabo’s.

Het artikel spreekt van een daling van 32% nieuwe eerstejaars in 2015 ten opzichte van het jaar ervoor.

Vraag 10 3 punten

Bereken het aantal nieuwe eerstejaars in 2014. Rond je antwoord af op tientallen.

Bekijk het antwoord
  • 1820 staat gelijk aan een afname van 32% (1)
  • Het aantal nieuwe eerstejaars in het jaar ervoor is (1)
  • Het antwoord: ( = 5687,5 , dus) 5690 (eerstejaars) (1)

We kijken nu naar de laatste zin van het artikel. Hiervoor introduceren we de volgende afkortingen: D: daling van het aantal nieuwe eerstejaars A: afschaffing van de studiebeurs S: strengere eisen op de pabo’s Stel nu dat minister Bussemaker met het woordje ‘en’ bedoelt dat de afschaffing van de studiebeurs in combinatie met de strengere eisen op de pabo’s zorgt voor een daling van het aantal nieuwe eerstejaars.

Vraag 11 2 punten

Schrijf dan de uitspraak van minister Bussemaker met behulp van logische symbolen en bovenstaande afkortingen.

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Voor deze vraag uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
  • Als de haakjes in het antwoord ontbreken, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Naar aanleiding van de uitspraak van minister Bussemaker vermoedde men op sommige pabo’s dat het volgende zou gaan gelden: ( A ⇒ D) ⇒ V Hierin betekent de afkorting V: het collegegeld wordt verlaagd.

Vraag 12 2 punten

Vertaal de bewering ( A ⇒ D) ⇒ V in een gewone zin.

Bekijk het antwoord
  • A ⇒ D vertalen in een zin als “Afschaffing van de studiebeurs zorgt voor een daling (van het aantal nieuwe eerstejaars).” (1)
  • ( A ⇒ D) ⇒ V vertalen in een zin als “Als afschaffing van de studiebeurs zorgt voor een daling (van het aantal nieuwe eerstejaars) dan wordt het collegegeld verlaagd.” (1)

Bij sommige pabo’s krijgen studenten aan het begin van hun eerste jaar een rekentoets. Bij een onvoldoende worden ze in de loop van het eerste jaar bijgespijkerd en krijgen ze voor de zomer een nieuwe rekentoets. Als ze hier niet voor slagen, mogen ze niet door naar het tweede jaar. We introduceren weer afkortingen: R: slagen voor rekentoets O: overgaan naar tweede jaar

Vraag 13 3 punten

Onderzoek of R ⇒ O volgt uit de tekst hierboven.

Bekijk het antwoord
  • Als ze wel slagen, hoeft dat nog niet te betekenen dat ze ook naar het tweede jaar mogen (2)
  • Dus R ⇒ O volgt niet uit de tekst (1)

Verdwenen piramide?

Op foto 1 zie je de piramide van het Louvre, die fungeert als ingang voor het museum. Het is een regelmatige vierzijdige piramide met zijvlakken die bestaan uit ruitvormige en driehoekige glazen panelen.

[foto 1: zie het originele examen]

Sommige mensen beweren dat er in totaal 666 glazen panelen in de wanden verwerkt zijn. Dit is echter niet juist. De drie zijvlakken zonder ingang hebben aan de onderkant elk 18 driehoekige panelen en daarboven 17 rijen ruitvormige panelen. De onderste van deze 17 rijen heeft 17 ruitvormige panelen en de rijen daarboven hebben telkens één paneel minder. Het vierde zijvlak is op dezelfde manier opgebouwd, maar het heeft

2 driehoekige en 9 ruitvormige panelen minder doordat daar een opening is voor de ingang. Voor de som van de getallen 1 tot en met n geldt de volgende formule: som = 12 n (1 + n)

Vraag 14 3 punten

Bereken het totale aantal glazen panelen in de wanden van de piramide.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Dit zijn 12 ⋅17 ⋅ (1 + 17) =153 ruitvormige panelen (1p)
  • Er zijn 4 ⋅153
    • 9 = 603 ruitvormige panelen, en 4 ⋅18
    • 2 =70 driehoekige panelen dus 603 + 70 = 673 panelen in totaal (1)

Opmerking Als de som van de getallen 1 tot en met 17 respectievelijk 18 is berekend door deze getallen direct bij elkaar op te tellen (dus zonder gebruik te maken van de gegeven formule), hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

In juni 2016 liet de Franse kunstenaar JR het voorste zijvlak van de piramide beplakken met een reusachtige foto van het gebouw dat zich achter de piramide bevindt. Zie foto’s 2 en 3. [foto 2: zie het originele examen]

[foto 3: zie het originele examen]

Precies vanaf de plek waar foto 3 is gemaakt, leek het net alsof de piramide verdwenen was. De maker van foto 4 stond niet precies op deze plek, want de foto op de piramide sluit niet precies aan bij het gebouw daarachter.

[foto 4: zie het originele examen]

Vraag 15 3 punten

Leg met behulp van een schets van het zijaanzicht van de situatie uit of de maker van foto 4 dichter bij de piramide stond dan de maker van foto 3 of juist verder weg.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking De schets hoeft niet op schaal te zijn. Voorbeeld van een schets:

Als het voorste zijvlak van de piramide verticaal was geweest, had de kunstenaar de foto van het gebouw gewoon vergroot op die verticale wand kunnen plakken. Omdat het voorste zijvlak van de piramide schuin is, moest hij de foto bewerken om het juiste effect te krijgen. Om hiervan een indruk te krijgen is in figuur 1 een vereenvoudigde situatie weergegeven. De vierhoek ABCD op de piramide wordt door het oog waargenomen als de verticaal staande rechthoek ABC'D' .

[figuur 1: zie het originele examen]

piramide 130 325 C C'

D D'

O

165

B 55 A

Het oog bevindt zich op 165 cm hoogte in punt O. Het vlak door O, C, D, C' en D' is horizontaal. In figuur 2 is dit vlak apart getekend met daarin aangegeven de maten in cm.

[figuur 2: zie het originele examen]

130 325 C C'

55 O

D' D

Op de uitwerkbijlage is een begin gemaakt met de tekening van vierhoek ABCD op schaal 1:20.

Vraag 16 6 punten

Maak de tekening op de uitwerkbijlage af. Licht je antwoord toe met berekeningen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De hoogte van (het trapezium) ABCD is h = 1302 + 1652 = 210,... (cm) (1)
  • Driehoek OCD is gelijkvormig met driehoek OC'D' (met O is het oog) (1)
  • De vergrotingsfactor is = 1, 4 (1)
  • CD = 1, 4 ⋅ C'D' = 1, 4 ⋅ 55 = 77 (cm) (1)
  • Een tekening van het gelijkbenige trapezium ABCD met hoogte (ongeveer) 105 mm en CD (ongeveer) 39 mm (2)

Het nieuwe vliegen

Vliegtuigen stoten veel vervuilend CO2 uit. Daarom moet de luchtvaart een belangrijke bijdrage leveren aan de vermindering van de CO 2-uitstoot. De CO2-uitstoot van vliegtuigen wordt gemeten in gram CO2 per zogeheten vliegtuigkilometer. Een vliegtuigkilometer is een afgelegde kilometer door een vliegtuigpassagier. In figuur 1 zie je vanaf het jaar 1970 de jaarlijkse gemiddelde CO2-uitstoot per vliegtuigkilometer.

[figuur 1: zie het originele examen] 450 jaarlijkse gemiddelde CO2-uitstoot in gram 400 per vliegtuigkilometer

350

300

250

200

150

100

50

0

1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030 2040 2050 2060 jaar

In figuur 1 is te zien dat de jaarlijkse gemiddelde CO2 -uitstoot per vliegtuigkilometer sinds 1970 sterk daalt.

In de periode van 1980 tot 2010 is de jaarlijkse gemiddelde CO2-uitstoot per vliegtuigkilometer vrijwel lineair gedaald van 250 tot 135 gram.

Neem aan dat deze lineaire daling zich zo voortzet.

Vraag 17 3 punten

Bereken in welk jaar de jaarlijkse gemiddelde CO 2-uitstoot per vliegtuigkilometer dan voor het eerst onder de 50 gram zal komen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De uitstoot daalt met = 3,83Κ gram per jaar (1)
  • Dalen tot 50 gram kost nog = 22,1Κ jaar (1)
  • Dus in het jaar 2033 (1)

Het is niet waarschijnlijk dat de uitstoot lineair zal blijven dalen. Een realistischer model gaat uit van een daling die telkens minder sterk wordt tot een zekere grenswaarde is bereikt. Hiervoor geldt de formule:

C = 40 + a · bt Hierbij is C de jaarlijkse gemiddelde CO2 -uitstoot per vliegtuigkilometer in grammen en t in jaren met t = 0 in 1980.

Vraag 18 4 punten

Bereken de waarden van a en b om dit model in overeenstemming te krijgen met de eerder gegeven waarden in 1980 en 2010. Geef in je antwoord a als een geheel getal en b afgerond op drie decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • In 1980 was de uitstoot 250, dus a = 250 − 40 = 210 (1)
  • In 2010 was de uitstoot 135, dus 135 =40 + 210 ⋅ b30 (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • De gevraagde waarde van b is 0,974 (1)

In figuur 1 is goed te zien dat de aanvankelijk sterke daling van de jaren 70 steeds minder werd. Daarom wordt ook wel gerekend met een model waarin de jaarlijkse gemiddelde CO2-uitstoot per vliegtuigkilometer in de periode van 1970 tot 2010 exponentieel is gedaald met 2,7% per jaar. Deze daling zal niet het gewenste effect hebben. Het aantal vliegtuigkilometers per jaar stijgt exponentieel. Zie figuur 2. En als het aantal vliegtuigkilometers per jaar blijft stijgen zoals het de afgelopen decennia heeft gedaan, zal de totale jaarlijkse CO2-uitstoot niet dalen maar blijven toenemen.

[figuur 2: zie het originele examen] 7000 aantal vliegtuigkilometers per jaar wereldwijd in miljarden 6000

5000

4000

3000

2000

1000

0

1945 1955 1965 1975 1985 1995 2005 2015 jaartal

Neem aan dat het aantal vliegtuigkilometers per jaar exponentieel blijft toenemen zoals in de periode van 1980 tot 2015 in figuur 2 en dat de jaarlijkse gemiddelde CO2-uitstoot per vliegtuigkilometer blijft dalen met 2,7% per jaar.

Vraag 19 6 punten

Bereken met hoeveel procent per jaar de totale jaarlijkse CO2-uitstoot dan stijgt in de komende jaren. Rond je antwoord af op één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Per afgelezen punt is een afleesmarge van 100 miljard vliegtuigkilometers toegestaan.

Schildpadden

Sommige mensen hebben een schildpad als huisdier. Bepaalde soorten houden onder natuurlijke omstandigheden een winterslaap. De eigenaar kan ervoor kiezen om zijn schildpad ook in winterslaap te laten gaan, omdat hij anders de hele winter extra licht en warmte moet geven aan zijn huisdier. Een schildpad moet een gezond gewicht hebben bij het begin van zijn winterslaap, anders is er een kans dat hij het niet overleeft. Om vast te stellen of de schildpad een gezond gewicht heeft, wordt vaak de Jackson Ratio gebruikt. G De Jackson Ratio R wordt berekend met de formule R = . L3 Hierin is G het gewicht van de schildpad in gram en L de lengte van het schild van de schildpad in cm. Voor de Griekse landschildpad geldt de volgende vuistregel: een schildpad kan veilig aan een winterslaap beginnen als zijn Jackson Ratio tussen 0,18 en 0,22 ligt.

Jesse heeft een Griekse landschildpad met een schildlengte van 15 cm en wil hem een winterslaap laten houden.

Vraag 20 3 punten

Bereken in hele grammen nauwkeurig tussen welke waarden zijn gewicht dan mag liggen volgens de vuistregel.

Bekijk het antwoord
  • 0,18 < < 0, 22 (1)
  • Beschrijven hoe deze ongelijkheid kan worden opgelost (1)
  • Het antwoord: G moet liggen tussen 607 en 743 (of: vanaf 608 tot en met 742) (gram) (1)

De lengte van het schild moet recht gemeten worden, bijvoorbeeld door de schildpad met ingetrokken kop tussen een schuifmaat te zetten (zie foto 1). Veronderstel dat iemand toch de lengte over het schild heen meet (zie foto 2).

foto 1 foto 2

Vraag 21 3 punten

Beredeneer of een schildpad door op die manier te meten een grotere of een kleinere Jackson Ratio krijgt dan hij in werkelijkheid heeft.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De lengte wordt groter (dan bij een correcte meting) (1)
  • (Het gewicht verandert niet, dus de teller in de formule voor R blijft gelijk en) de noemer wordt groter (1)
  • Dus de schildpad krijgt een kleinere Jackson Ratio (dan hij in werkelijkheid heeft) (1)

Op een Engelse website staat het volgende: als je het gewicht meet in Engelse ponden (lbs) en de schildlengte in inches, kun je de Jackson W Ratio berekenen met de formule R = c · 3 . l Hierin is W het gewicht in Engelse ponden en l de schildlengte in inches.

1 Engels pond (lb) ≈ 454 gram en 1 inch = 2,54 cm. De Jackson Ratio moet dan ook weer dezelfde waarde opleveren.

Vraag 22 3 punten

Bereken de waarde van c in deze formule. Rond je antwoord af op één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking 2,543 Als de kandidaat gerekend heeft met c = voor deze vraag geen 454 scorepunten toekennen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2018, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-18-2-o

Andere examens wiskunde C vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2?

Het centraal examen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (10), statistiek (4) en logisch redeneren (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-18-2-c).

Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2018, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.