Eindexamen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Wie is de Mol?, Plastic, The Mastaba, Temperatuursverwachting, Boundaries of Infinity, Jongleren.
Het centraal examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (10), ruimtemeetkunde (6) en logisch redeneren (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Formules en grafieken | 5-8, 13-15, 21-23 | 10 |
| Ruimtemeetkunde | 9-11, 17-19 | 6 |
| Logisch redeneren | 2-4 | 3 |
| Rijen | 12, 16 | 2 |
| Statistiek | 1 | 1 |
| Kansrekening | 20 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over ruimtemeetkunde (26% van de vragen, gemiddeld 16%). Minder over statistiek (4% van de vragen, gemiddeld 12%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Wie is de Mol?
‘Wie is de Mol?’ is een tv-programma waarin tien bekende Nederlanders opdrachten uitvoeren. Een van hen is de Mol, die het spel probeert te saboteren.
Het tv-programma wordt goed bekeken. De kijkcijfers van de afleveringen van 2016 zijn in de figuur weergegeven.
figuur
Als het uitgesteld kijken ook meegeteld wordt, zie je zowel van aflevering
5 naar 6 als van aflevering 7 naar 8 een toename van de kijkcijfers.
Vraag 1 3 punten
Bereken of de procentuele toename van de kijkcijfers van aflevering 5 naar 6 groter is dan de procentuele toename van aflevering 7 naar 8.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
2 769 000
- 2 620 000
- ·100 = 5, 6... (%) (1p)
2 620 000
2 618 000
- 2 485 000
Per aflevering krijgen de kandidaten een aantal vragen. Om de vragen goed te kunnen beantwoorden, moeten de kandidaten elkaar voortdurend in de gaten houden.
Bij een diner in een van de afleveringen kunnen de kandidaten kiezen uit kipschotel, paddenstoelenrisotto of maaltijdsalade. De volgende twee uitspraken over de voorkeur van de Mol zijn allebei waar:
A De Mol houdt óf van kipschotel óf van paddenstoelenrisotto.
B De Mol houdt óf van maaltijdsalade óf niet van kipschotel.
Stel dat de Mol niet van maaltijdsalade houdt.
Vraag 2 2 punten
Beredeneer aan de hand van bovenstaande uitspraken of de Mol dan van paddenstoelenrisotto houdt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als de Mol niet van maaltijdsalade houdt, dan houdt de Mol volgens uitspraak B niet van kipschotel (1)
- Als de Mol niet van kipschotel houdt, dan houdt de Mol volgens uitspraak A wel van paddenstoelenrisotto (1)
Tijdens een opdracht werd de vraag gesteld of hun gezamenlijke huisdier, de hond Evert, mocht blijven of weg moest. Als Evert meer ‘weg- stemmen’ kreeg dan ‘blijf-stemmen’, moest hij weg. Vervolgens werden de drie kandidaten die nog in het spel waren ondervraagd: Manu, Harco en Irene. Hieronder zie je de beweringen van deze drie:
- Harco: “Irene vindt Evert heel stom en Manu knuffelt heel vaak met Evert.”
- Manu: “Ik ben allergisch voor Evert en kan daarom nooit met hem ravotten of knuffelen. En ik vind het wel vervelend dat ik Evert soms moet uitlaten, maar ik heb Evert geen ‘weg-stem’ gegeven.”
- Irene: “Ik heb zowel Harco als Manu samen met Evert zien ravotten en bovendien weet ik zeker dat een van beiden Evert heeft weggestemd.”
Slechts een van de drie is de Mol en mag liegen; we nemen aan dat de twee anderen de waarheid spreken.
Om uit te zoeken wie de Mol is, bekijken we de volgende twee beweringen: M: Manu spreekt de waarheid I: Irene spreekt de waarheid
Uit bovenstaande beweringen volgt dat geldt: M ⇒ ¬ I
Vraag 3 3 punten
Toon aan dat M ⇒ ¬ I inderdaad uit bovenstaande beweringen volgt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als Manu de waarheid zou spreken, dan zou hij nooit met Evert (knuffelen of) ravotten (1)
- Als Irene de waarheid zou spreken, dan zou Manu wel met Evert ravotten (1)
- Dus als Manu de waarheid spreekt, dan kan Irene de waarheid niet spreken, dus M ⇒ ¬ I (1)
Vraag 4 3 punten
Leg uit wie de Mol is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Als Manu de waarheid spreekt, liegt Irene (zie vraag 3) (1p)
- Als Manu de waarheid spreekt, liegt Harco (zie de bewering van Harco) (1p)
- Er mogen niet twee mensen liegen, dus Manu liegt en is de Mol (1p)
Plastic
In de zomer van 1907 slaagde de Belgisch-Amerikaanse scheikundige Leo Baekeland er als eerste in om plastic te maken. De jaren erna ontwikkelden scheikundigen verschillende soorten plastic. Vanaf 1950 startte de massaproductie van plastic, waardoor de jaarlijkse plasticproductie wereldwijd flink begon toe te nemen. Zie de figuur.
figuur
In de periode 1977 - 2002 is de jaarlijkse plasticproductie bij benadering exponentieel toegenomen.
Vraag 5 4 punten
Bereken de jaarlijkse procentuele toename in de periode 1977 - 2002. Geef je antwoord in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen 1
- Als gerekend wordt met (200
- 50) 25 voor deze vraag maximaal
1 scorepunt toekennen. 200
- Als gerekend wordt met : 25 voor deze vraag maximaal 1 scorepunt 50 toekennen.
In 2002 was de jaarlijkse plasticproductie 200 miljoen ton. Daarna nam de jaarlijkse plasticproductie tot 2015 jaarlijks met een groeifactor van ongeveer 1,037 toe. Wanneer de groei op deze manier doorgaat, zal de jaarlijkse plasticproductie in een zeker jaar meer dan één miljard ton zijn.
Vraag 6 3 punten
Bereken in welk jaar dat voor het eerst is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Voor het antwoord 2046 geen scorepunten in mindering brengen.
- Als met een nauwkeuriger waarde van de groeifactor wordt gerekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
De toenemende plasticproductie zorgt voor een toenemende hoeveelheid plastic afval. In 2015 kwam er 250 miljoen ton plastic afval vrij en men gaat ervan uit dat de hoeveelheid plastic afval die jaarlijks vrijkomt met 4,1% per jaar zal toenemen. Tegelijkertijd wordt er een steeds groter percentage plastic afval gerecycled. In 1990 werd 2% van de vrijgekomen hoeveelheid plastic gerecycled. De jaren erna nam dit percentage lineair toe met 0,7% per jaar tot 11,8% in 2004.
Wanneer deze trend in recycling ook na 2004 doorzet, zal in 2050 een substantieel deel van het plastic afval dat in dat jaar vrijkomt gerecycled worden.
Vraag 7 3 punten
Bereken hoeveel miljoen ton plastic afval in 2050 in dat geval gerecycled zal worden. Geef je antwoord in gehele miljoenen tonnen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- In 2050 is het recyclepercentage 2 + 60 · 0, 7 = 44 (of 11,8 + 46 · 0, 7 = 44 )(%) (1)
- De hoeveelheid vrijgekomen plastic afval in 2050 is 250 ·1, 04135 ( = 1020, 27...) (1)
- Het antwoord: (0, 44 · 250 ·1, 041 =) 449 (miljoen ton) (1)
Voor de voorspelling voor de jaren na 2015 van de totale hoeveelheid vrijgekomen plastic afval had men de volgende uitgangspunten:
- Tot en met 2014 was er in totaal 6050 miljoen ton plastic afval vrijgekomen.
- In 2015 kwam daar 250 miljoen ton bij.
- Na 2015 nam de hoeveelheid jaarlijks vrijgekomen plastic afval met 4,1% per jaar toe. Op basis hiervan voorspelde men dat er tot en met 2018 in totaal (op honderden miljoenen ton afgerond) 7100 miljoen ton plastic afval vrij zou komen.
Vraag 8 3 punten
Geef uitsluitend met behulp van bovenstaande uitgangspunten deze voorspelde hoeveelheid in gehele miljoenen tonnen nauwkeurig.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Voor het eerste antwoordelement mag voor een niet volledig juist antwoord 1 scorepunt worden toegekend.
- Als bij de beantwoording van deze vraag dezelfde foutieve groeifactor is gebruikt als bij de beantwoording van vraag 7, hiervoor bij deze vraag geen scorepunten in mindering brengen.
The Mastaba
De in 2020 overleden Bulgaarse kunstenaar Christo werkte sinds 1977 aan een
- nooit afgerond
- project genaamd The Mastaba. Met dit project wilde hij uiteindelijk in Abu Dhabi de grootste sculptuur ter wereld realiseren. De naam Mastaba verwijst naar de zogeheten mastabagraven van de Egyptenaren, nog voor de tijd dat ze piramides gebruikten.
The Mastaba moest 150 meter hoog worden met een grondvlak van
300 meter breed en 225 meter lang. Het horizontale bovenvlak is evenwijdig met het grondvlak en moest 126,8 meter breed worden. In figuur 1 zie je een schets uit 1977 van The Mastaba.
figuur 1 figuur 2
Het voor- en achtervlak van The Mastaba zijn verticaal en zijn symmetrisch. Zie figuur 2.
Vraag 9 3 punten
Teken het bovenaanzicht van The Mastaba op schaal 1:2500.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor de maten in de tekening is een marge van 1 mm toegestaan.
Christo heeft vele perspectivische schetsen van The Mastaba gemaakt. In figuur 1 is een van die schetsen te zien.
In de figuur op de uitwerkbijlage is een begin gemaakt van een perspectieftekening zoals geschetst in figuur 1. Een deel van de schuin opstaande ribbe rechts is al getekend. De horizon is scheef en deze is ook getekend.
Vraag 10 4 punten
Maak de perspectieftekening op de uitwerkbijlage af.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als ook niet-zichtbare ribben zijn getekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Het was Christo’s bedoeling dat alle zijvlakken van The Mastaba uit olievaten opgebouwd zouden worden.
Ondanks dat The Mastaba niet gerealiseerd is, heeft Christo wel al verschillende
- weliswaar kleinere
- indrukwekkende varianten van The Mastaba gebouwd. Zo heeft hij in 2018 in Hyde Park in Londen een mastaba van 20 meter hoog met een grondvlak van 40 meter breed en 30 meter lang gerealiseerd. Ook van deze mastaba waren alle zes de zijvlakken uit olievaten opgebouwd. Hiervoor waren 7506 olievaten nodig. Zie foto 1 en figuur 3.
foto 1 figuur 3
De mastaba in Londen is een verkleining van wat uiteindelijk The Mastaba had moeten worden.
Vraag 11 3 punten
Geef een schatting van het aantal olievaten dat Christo nodig zou hebben gehad voor The Mastaba. Licht je antwoord toe met een berekening. Geef je antwoord in tienduizenden nauwkeurig.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een berekening (bijvoorbeeld 150 20 ) waaruit blijkt dat de vergrotingsfactor 7,5 is (1)
- (Omdat het alleen om de zijvlakken gaat, geldt:) de vergroting van het aantal olievaten is bij benadering (evenredig met de vergroting van het oppervlak, dus) evenredig met de vergrotingsfactor in het kwadraat (dus een schatting voor het aantal olievaten voor The Mastaba is 7, 52 · 7506 ) (1)
- Het gevraagde aantal olievaten is 420 000 (1)
Christo’s fascinatie voor mastaba’s foto 2 van olievaten bestond al voordat hij het idee kreeg voor The Mastaba. Zo heeft hij al in 1968, dus nog voor de start van het project The Mastaba, in Philadelphia het kunstwerk 1240 Oil Barrels Mastaba gebouwd. Op foto 2 zie je dit kunstwerk gedeeltelijk afgebeeld.
Dit kunstwerk is kleiner dan Christo eigenlijk had bedacht, omdat zijn oorspronkelijke idee niet in de ruimte zou passen waar het kunstwerk tentoongesteld moest worden.
In zijn oorspronkelijke idee zou dit kunstwerk volledig
- dus niet alleen de buitenzijden
- uit lagen met olievaten zijn opgebouwd en wel als volgt:
- Elke laag is negen olievaten lang.
- De onderste laag is twintig olievaten breed.
- Elke laag is één olievat minder breed dan de laag eronder.
- Het kunstwerk bestaat uit twaalf lagen.
In de titel 1240 Oil Barrels Mastaba slaat 1240 op het aantal olievaten dat uiteindelijk echt gebruikt is voor het kunstwerk. Met Christo’s oorspronkelijke idee zouden er meer olievaten zijn gebruikt en zou de titel dus ook anders zijn geweest.
Vraag 12 4 punten
Bereken welk getal op de plaats van 1240 in de titel zou hebben gestaan als Christo zijn oorspronkelijke idee uit had kunnen voeren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het aantal olievaten op de onderste laag is (20 · 9 = ) 180 (1p)
- Het aantal olievaten in de andere lagen is achtereenvolgens 171, 162, 153, 144, 135, 126, 117, 108, 99, 90 en 81 (1p)
- Het totaal van alle lagen is 180 + 171 + 162 + 153 + ... + 81 (1p)
Temperatuursverwachting
Tegenwoordig kun je op veel plaatsen de verwachte temperatuur vinden. Zo ook op de website van het KNMI. Het KNMI kan aan de hand van weerkaarten de temperatuur voor een aantal dagen voorspellen.
Op 21 januari 2018 heeft het KNMI een grafiek gemaakt van de verwachte temperatuur van 22 januari tot en met 5 februari van dat jaar. In figuur 1 zie je een stukje van deze grafiek. Figuur 1 staat ook op de uitwerkbijlage.
[figuur 1: zie het originele examen]
Ook zie je in deze figuur twee stippellijnen. Deze lijnen geven het gemiddelde van de minimumtemperatuur en het gemiddelde van de maximumtemperatuur voor de periode 1981
- 2010 weer. Als de temperatuur tussen deze twee stippellijnen in zit, noemen we de temperatuur normaal voor de tijd van het jaar.
In figuur 1 is te zien dat het volgens de verwachting in de week van
22 januari 2018 behoorlijk warm zou worden voor de tijd van het jaar.
Vraag 13 3 punten
Bereken met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage hoeveel procent van de tijd het volgens de verwachting in de week van 22 januari 2018 warmer zou zijn dan normaal. Geef je antwoord in hele procenten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Bij het aflezen is per meting een marge van 1 mm toegestaan.
In figuur 1 is de gemiddelde minimumtemperatuur 0,4 °C en de gemiddelde maximumtemperatuur 6,0 °C. Als de verwachte temperatuur netjes zou schommelen tussen de twee horizontale stippellijnen, dan krijg je een grafiek zoals in figuur 2 te zien is. In de rest van de opgave noemen we dit de ‘normale’ temperatuur.
[figuur 2: zie het originele examen]
Bij deze ‘normale’ temperatuur past een periodiek verband.
Vraag 14 3 punten
Geef de evenwichtsstand, de amplitude en de periode van dit verband.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Evenwichtsstand: ( =) 3, 2 (oC) (1)
- Amplitude: (6 − 3, 2 =) 2,8 (°C) (1)
- De periode is 1 (dag) (1)
De grafiek van de normale temperatuur gedurende een aantal dagen noemen we de modellijn. In de figuur op de uitwerkbijlage staat de modellijn getekend voor de periode vanaf 29 april tot en met 4 mei. Deze modellijn geeft een wiskundig model van de temperatuur gedurende deze periode. Elke nacht bereikt de temperatuur in het wiskundige model de stippellijn die hoort bij de gemiddelde minimumtemperatuur en gedurende de dag bereikt de temperatuur de stippellijn die hoort bij de gemiddelde maximumtemperatuur. Deze beide stippellijnen zijn evenwijdig.
Omdat de gemiddelde minimum- en maximumtemperatuur hier niet constant zijn, schommelt de modellijn om een lineaire trendlijn.
Vraag 15 4 punten
Stel met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage een formule op van deze trendlijn. Gebruik hierbij t in dagen met t = 0 op 29 april om 00.00 uur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Bij het aflezen is een marge van 1 mm toegestaan.
Boundaries of Infinity
De gulden rechthoek wordt in de architectuur en de kunst veel gebruikt. Ook het betonnen kunstwerk Boundaries of Infinity van kunstenaar Norbert Francis Attard is gebaseerd op de gulden rechthoek. Zie foto 1.
foto 1 figuur 1
Gegeven is een rechthoek van 1 bij x, zie figuur 1. De rechthoek is verdeeld in een vierkant en een kleinere rechthoek. Voor gulden rechthoeken geldt dat de grote en de kleine rechthoek gelijkvormig moeten zijn. Er geldt dan de volgende vergelijking: x2
- x = 1
Vraag 16 3 punten
Toon aan dat deze vergelijking inderdaad geldt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- De vermenigvuldigingsfactor is dus x (1p)
- Dit geldt ook voor de kortste zijde, dat geeft x · ( x
- 1) = 1 (en dus x2
- x = 1 ) (1)
De hoogte van het kunstwerk is in werkelijkheid 460 cm. Je kunt de bovengenoemde vergelijking gebruiken om de breedte te berekenen.
Vraag 17 4 punten
Bereken de breedte van het kunstwerk. Geef je antwoord in hele centimeters. figuur 2 Figuur 2 is een redelijke benadering van het vooraanzicht van het kunstwerk. Deze figuur bestaat uit zes vierkanten en een rechthoek. Deze rechthoek laten we verder buiten beschouwing. In elk vierkant is een kwart cirkelschijf weggelaten. In de oorspronkelijke rechthoek zijn er dus open ruimten ontstaan. Het kunstwerk bestaat dus voor een deel uit open ruimte.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als een kandidaat de vergelijking x 2
- x = 460 oplost, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.
- Als een kandidaat zonder nadere toelichting x = 1, 618... gebruikt, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Je kunt met behulp van figuur 2 een schatting maken welk deel van het kunstwerk uit open ruimte bestaat. We gaan er daarbij van uit dat de diepte van het kunstwerk geen rol speelt.
Vraag 18 4 punten
Geef met een berekening een schatting welk deel van het kunstwerk uit open ruimte bestaat. Geef je antwoord in hele procenten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het tweede antwoordelement in het tweede antwoordalternatief uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
Hieronder zie je een foto van het zijaanzicht van het kunstwerk. Naast de foto zijn de getallen die op de zijkant van het kunstwerk staan, weergegeven.
[foto 2: zie het originele examen]
1 1
2 3 5
8 13
21 34
55 89
144 233
377 610
987 1597
2584 4541
7125 11666
18791 30457
49248 79705
128953 208658
Op de zijkant van het kunstwerk is de rij van Fibonacci te zien: 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, 233, 377, … Elk getal in deze rij is te berekenen door de twee getallen ervóór bij elkaar op te tellen. De kunstenaar heeft echter een fout gemaakt. Hij zegt daarover: “Het is een kunstwerk over perfectie en oneindigheid. Maar het is door een mens gemaakt, dus kan er een foutje in staan.”
Vraag 19 3 punten
Onderzoek welke fout hij heeft gemaakt. Licht je werkwijze toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het eerste antwoordelement uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
Jongleren
Bij jongleren gaat het om het in de lucht gooien, in de lucht houden en opvangen van voorwerpen. Deze voorwerpen blijven tijdens het jongleren van hand naar hand en in de lucht rondgaan. Zie de foto.
foto figuur
Op de foto zie je de Amerikaanse jongleur James Reid jongleren met drie verschillende, nogal vreemde voorwerpen: een bowlingbal, een mes en een speelgoedkip. Meestal wordt er echter met ballen, kegels en ringen gejongleerd. In de figuur zie je een typisch pakket voor jongleurs, bestaande uit drie identieke ringen, drie identieke ballen en drie identieke kegels.
Een jongleur kiest uit het pakket drie voorwerpen om mee te jongleren. Hij zou bijvoorbeeld een bal (B), een kegel (K) en een ring (R) kunnen kiezen. Dit noteren we met BKR.
Vraag 20 3 punten
Noteer op dezelfde manier alle overige mogelijkheden om drie voorwerpen uit het pakket te kiezen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat ook verschillende volgordes heeft uitgeschreven (bijvoorbeeld RKK, KRK en KKR in plaats van alleen RKK), hiervoor
1 scorepunt in mindering brengen.
De rest van deze opgave gaat over jongleren met minimaal drie ballen, door één jongleur, waarbij de jongleur altijd twee handen gebruikt. Hiervoor bestaat een verband tussen een aantal variabelen, gegeven door de formule van Shannon:
2 · (V + H ) = B · ( L + H ) Hierin is:
- V de vluchttijd, dat is de tijd die een bal in de lucht is tussen het gegooid en weer opgevangen worden (in seconden);
- H de handtijd, dat is de tijd die een bal in één van de handen is tussen het vangen en het gooien van de bal (in seconden);
- L de leegtijd, dat is de tijd dat een hand leeg is tussen het gooien van een bal en het vangen van de volgende bal (in seconden);
- B het aantal ballen dat je gebruikt.
De formule van Shannon geldt alleen als alle ballen op dezelfde manier van de ene naar de andere hand worden gegooid, dus even snel en even hoog.
Door ballen hoger of lager te gooien, kunnen jongleurs de vluchttijd variëren. De maximale hoogte hmax in meters die de ballen bereiken, kan worden benaderd met de volgende formule: hmax = 1, 225V 2 + 1,5 Een jongleur jongleert met vijf ballen. Hij jongleert met een handtijd van 0,25 seconden en een leegtijd van 0,35 seconden.
Vraag 21 4 punten
Bereken de maximale hoogte die de ballen zullen bereiken. Geef je antwoord in een geheel aantal decimeters.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 2(V + 0, 25) = 5(0, 35 + 0, 25) moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Dit geeft V = 1, 25 (seconden) (1)
- Het antwoord: ( 1, 225 ·1, 252 + 1,5 = 3, 4... dus) 34 (dm) (of 3,4 m) (1)
2V
- BL De formule van Shannon kan worden herleid tot: H = B−2
Vraag 22 4 punten
Geef deze herleiding.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (Uit 2 · (V + H ) = B · ( L + H ) volgt) 2V + 2 H = BL + BH (1)
- Dit geeft 2 H − BH = BL − 2V (1)
- Dus H (2 − B ) = BL − 2V (1)
- En hieruit volgt H = (= ) (1)
Als je met steeds meer ballen wilt jongleren, waarbij je die ballen telkens even lang in de lucht wilt houden en je handen steeds even lang leeg wilt houden, moet je de ballen steeds sneller door je handen laten gaan. 2V
- BL
Vraag 23 3 punten
Beredeneer aan de hand van de formule H = dat de handtijd dan B−2 steeds korter moet worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als B steeds groter wordt, wordt B − 2 (of: de noemer) steeds groter (1)
- Als B steeds groter wordt (en V en L blijven gelijk), dan wordt 2V − BL (of: de teller) steeds kleiner (1)
- De uitkomst van (of: de breuk) wordt dan steeds kleiner (dus B−2 H wordt steeds kleiner) (, dus de handtijd moet dan steeds korter worden) (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1026-a-21-3-o
Andere examens wiskunde C vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3?
Het centraal examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (10), ruimtemeetkunde (6) en logisch redeneren (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1026-a-21-3-c).
Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.