Eindexamen wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Te veel stukjes, Rugby, Diagonaal inpakken, Pallets met stenen, Windpark Greenport, De bergetappe.
Het centraal examen wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), ruimtemeetkunde (7) en kansrekening (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Formules en grafieken | 2-4, 13, 15-16, 20-21, 23 | 9 |
| Ruimtemeetkunde | 10-12, 17-19, 22 | 7 |
| Kansrekening | 1, 5, 8-9, 24 | 5 |
| Logisch redeneren | 6-7 | 2 |
| Rijen | 14 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over kansrekening (21% van de vragen, gemiddeld 5%) en ruimtemeetkunde (29% van de vragen, gemiddeld 16%). Minder over statistiek (0% van de vragen, gemiddeld 12%) en logisch redeneren (8% van de vragen, gemiddeld 16%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Te veel stukjes
Het aantal stukjes dat op de doos van een legpuzzel staat, is een rond getal zoals 500, 1000 of 1500. Vaak bestaat een puzzel echter uit méér stukjes dan er op de doos vermeld staat.
In een video onderzoekt komiek en wiskundige Matt Parker hoe dit zit. Hij kijkt naar puzzels waarvan de stukjes een rechthoekig rooster vormen met
k kolommen en r rijen.
We nemen in deze opgave aan dat k groter is dan r. De roosterverhouding k is dan altijd groter dan 1. r
We bekijken eerst een puzzel met 200 stukjes. Zo’n puzzel kan bestaan uit 100 kolommen en 2 rijen. De roosterverhouding is in dit geval 100 . 2
Vraag 1 2 punten
Geef alle andere theoretisch mogelijke roosterverhoudingen voor een puzzel met precies 200 stukjes.
Bekijk het antwoord
- De roosterverhoudingen zijn: 200 ( = 200) , (100 ( =50)) , 50 4 ( =12,5) , 1 2 40 ( =8) 5 , 25 ( =3,125) 8 , 20 ( 10 = 2) (2)
Opmerkingen: − Voor iedere vergeten of onjuiste verhouding 1 scorepunt in mindering brengen.
− Als gerekend wordt met r k in plaats van k r met de correcte gegevens dan hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.
Een andere puzzel bestaat uit 204 stukjes.
De mogelijke afmetingen (k x r) voor deze puzzel zijn: 204 x 1, 102 x 2, 68 x 3, 51 x 4, 34 x 6 en 17 x 12.
De hoogte van ieder stukje in deze puzzel is 1,04 keer zo groot als de breedte van dat stukje. De inkepingen en uitsteeksels van een puzzelstukje worden (in deze opgave) buiten beschouwing gelaten. Zie de figuur.

De puzzel van 204 stukjes is 49 cm breed en 36 cm hoog.
Vraag 2 3 punten
Bereken met behulp van bovenstaande gegevens het aantal rijen en kolommen van deze puzzel.
Bekijk het antwoord
- Het berekenen van de verhouding van de puzzel 49/36 ( = 1,36... ) (1)
- Het inzicht dat de verhouding van k en r ongeveer gelijk moet zijn aan 1,36... ⋅ 1,04 = 1,41... (1)
- 17 12 = 1,41... dus r = 12 en k = 17 (17 ×12) (1)
of
- Proberen van 17 ×12 . De verhouding 49 17 = 2,88... (dit is de breedte van
het stukje) (1)
- De hoogte is dan 2,88... ⋅ 1,04 = 2,99... (1)
- 36/(2,88... =) 12,4... dus de afmeting 17 ×12 klopt (1)
Perfecte puzzels zijn puzzels die voldoen aan de volgende voorwaarden:
- Het aantal stukjes waaruit de puzzel bestaat is precies gelijk aan het aantal stukjes vermeld op de doos.
- De hoogte van de stukjes is gelijk aan de breedte van de stukjes.
Matt Parker bedacht een maat om te beoordelen in hoeverre een puzzel afwijkt van een perfecte puzzel. Hij noemde dit de badness rating. De volgende formule beschrijft deze badness rating:
B = s ⋅ 1,005ⁿ
- B is de badness rating.
- s is de berekende verhouding tussen de hoogte en breedte van een puzzelstukje, met s ≥. 1
- n is het verschil tussen het werkelijke aantal stukjes en het aantal stukjes op de doos, met n ≥ 0 .
Vraag 3 2 punten
Bereken de badness rating van een perfecte puzzel.
Bekijk het antwoord
- (Voor een perfecte puzzel geldt) n = 0 (1)
- (Voor een vierkant stukje geldt) s =1, dus B = (1 1,005 ⋅ ⁰ = ) 1 (1)
We bekijken nu een puzzel van 39 kolommen en 27 rijen met s = 1,002 . Deze puzzel heeft een badness rating van 1,3052.
Vraag 4 4 punten
Bereken het aantal stukjes dat op de doos staat, door gebruik te maken van de badness rating.
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 1,3052 = 1,002 ⋅ 1,005ⁿ moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- De oplossing: n = 53,0... (1)
- Het antwoord: (27 ⋅ 39 − 53 ) = 1000 (stukjes) (1)
of
- 39 ⋅ 27 = 1053 (1)
- De aanname dat er op de doos 1000 stukjes staat (1)
- n = (1053 −1000 =) 53 (1)
- B = 1,002 ⋅ 1,005⁵³ = 1,30517... (en dit komt overeen met de gegeven badness rating) op de doos staat 1000 (stukjes) (1)
Rugby
Rugby¹⁾ is een balsport die onder andere in Engeland wordt beoefend. Tijdens een wedstrijd kunnen er op drie manieren punten worden gescoord, zie de figuur.
figuur
| try | conversie | kick |
|---|---|---|
| 5 punten | 2 punten | 3 punten |
| de bal op de grond drukken in het gebied achter het doel van de tegenstander | alleen als het team net een try heeft gemaakt, kan het team direct hierna een conversie scoren door de bal tussen de palen en boven de lat van het doel te schoppen | het team scoort een kick door op een willekeurig moment de bal tussen de palen en boven de lat van het doel te schoppen |
We voeren de volgende notaties in:
E_T Engeland scoort een try.
E_C Engeland scoort de conversie die bij de try hoort. E_K Engeland scoort een kick.
E_n Engeland scoort n punten.
De manier waarop Engeland bij rugbywedstrijden punten kan scoren, kan worden weergegeven in een boomdiagram. Op de uitwerkbijlage staan hiervoor drie mogelijke boomdiagrammen.
Vraag 5 2 punten
Leg uit welk boomdiagram op de uitwerkbijlage het beste weergeeft op welke manier Engeland punten kan scoren.

Bekijk het antwoord
- Boomdiagram 1 valt af omdat scoren van een conversie (E_C) altijd na een try (E_T) komt (dus deze kunnen niet naast elkaar staan) (1)
- Boomdiagram 3 valt af omdat er een conversie (E_C) niet na een kick (E_K) kan komen. Het antwoord is dus boomdiagram 2 (1)
Gegeven is de zin:
Als Engeland een try scoort maar de bijbehorende conversie mist, dan scoort Engeland geen zeven punten.
Vraag 6 2 punten
Vertaal bovenstaande zin in logische symbolen, maak daarbij gebruik van de eerder genoemde notaties.
Bekijk het antwoord
- Wel een try scoren maar niet de bijbehorende conversie vertalen naar E_T ∧¬ E_c (1)
- Het antwoord: ( E_T ∧¬ E _c) ⇒¬ E₇ (1)
Opmerking
Als in het antwoord geen haakjes gebruikt zijn, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
noot 1 In deze opgave kijken we naar de puntentelling en spelregels van de Rugby Union
Het aantal punten dat een rugbyteam in een (hele) rugbywedstrijd haalt noemen we het puntentotaal van dat team. Uit de gegevens in de figuur volgt dat niet alle puntentotalen mogelijk zijn.
Een wedstrijdcommentator doet hierover twee uitspraken:
I De puntentotalen 1, 2 en 4 zijn niet mogelijk.
II Elk puntentotaal vanaf 5 is mogelijk.
Vraag 7 4 punten
Beredeneer dat elke uitspraak juist is.
Bekijk het antwoord
Uitspraak I, een uitleg als:
- Puntentotaal van 1 is niet mogelijk, want je kunt niet één los punt halen en een puntentotaal van 2 is niet mogelijk want je kunt niet een conversie los scoren (je moet hiervoor eerst een try (5 punten) scoren) (1)
- Puntentotaal van 4 kan niet, want je kunt niet in één keer 4 punten halen en je kunt niet 1 of 2 punten halen (1)
Uitspraak II, een uitleg als:
- Puntentotaal van 5 (try), puntentotaal van 6 (twee kicks) en van puntentotaal 7 (try met conversie) kunnen (1)
- Door bij het drietal 5-6-7 (de score van) een kick op te tellen, krijg je 8- 9-10. En vervolgens 11-12-13, enzovoorts, zodat elk mogelijk puntenaantal vanaf 5 te behalen is (1)
In 2023 werd een rugbytoernooi gespeeld en Ierland (I) won de wedstrijd tegen Schotland (S) met 22-7.
Het totaal van 22 punten in een wedstrijd van Ierland kan worden behaald met twee keer een try met conversie ( I ₇) , één try zonder conversie ( I ₅) en één kick ( I ₃) . Er zijn ook andere manieren om aan dit puntentotaal van 22 te komen.
In de tabel is een begin gemaakt om te onderzoeken op hoeveel manieren je aan een puntentotaal van 22 kunt komen.
tabel
| aantal try’s met conversie (7 punten) | aantal try’s zonder conversies (5 punten) | aantal kicks (3 punten) |
|---|---|---|
| 2 | 1 | 1 |
Vraag 8 3 punten
Onderzoek op hoeveel manieren je aan een puntentotaal van 22 kunt komen.
Bekijk het antwoord
- De tabel aanvullen (of alle mogelijkheden uitschrijven) op de juiste manier (2)
- Dus 4 mogelijkheden (1)
| aantal try’s met conversie (7 punten) | aantal try’s zonder conversies (5 punten) | aantal kicks (3 punten) |
|---|---|---|
| (2) | (1) | (1) |
| 1 | 3 | 0 |
| 1 | 0 | 5 |
| 0 | 2 | 4 |
of
- (7+7+5+3), 7+5+5+5, 7+3+3+3+3+3 en 5+5+3+3+3+3 (2)
- Dus 4 mogelijkheden (1)
Opmerking
In het eerste antwoordelement voor ieder ontbrekende of foutieve mogelijkheid 1 scorepunt in mindering brengen tot een maximum van 2 scorepunten.
Ierland scoorde in deze wedstrijd twee keer een try met conversie ( I ₇) , één try zonder conversie ( I ₅) en één kick ( I ₃) . Schotland scoorde één try met conversie ( S ₇) .
Het werkelijke scoreverloop van deze wedstrijd was S₇ − I₃ − I₅ − I₇ − I₇ . Het scoreverloop had ook anders kunnen zijn.
Vraag 9 3 punten
Bereken het aantal mogelijke scoreverlopen bij deze wedstrijd.
Bekijk het antwoord
- De twee I₇ kunnen op 52 manieren gerangschikt worden (1)
- De overige scores kunnen op 3! manieren gerangschikt worden (1)
- Het antwoord ( ⋅ 5 3! =) 60 mogelijke scoreverlopen (1)
2
of
- Het totaal aantal rangschikkingen is 5! (1)
- Door twee keer I₇ geldt dat alle mogelijkheden dubbel geteld worden (1)
- Het antwoord: ( 5!/(2(!) =) ) 60 mogelijke scoreverlopen (1)
Diagonaal inpakken
Er bestaan verschillende manieren om een tekening cadeau in te pakken. Een van deze manieren is het zogenaamde diagonaal inpakken. Hierbij wordt het cadeau diagonaal midden op het vel inpakpapier geplaatst en worden de hoekpunten naar binnen gevouwen. Zie de tekening hiernaast.

We kijken in deze opgave alleen naar het diagonaal inpakken van balkvormige cadeaus met een vierkant stuk inpakpapier.
In figuur 1 is aangegeven hoe groot het stuk inpakpapier minimaal moet zijn voor een cadeau met lengte l, breedte b en hoogte h. De stippellijnen in deze figuur vormen de vouwlijnen van het inpakpapier.

Vraag 10 4 punten
Onderzoek met behulp van een tekening met vouwlijnen, zoals weergegeven in figuur 1, of een stuk inpakpapier van 50 bij 50 cm groot genoeg is om het cadeau uit figuur 2 in te pakken. Maak deze tekening op schaal 1 : 4.
Bekijk het antwoord
- Het tekenen van de gedeeltelijke uitslag van het cadeau op schaal 1:4 (1)

- Het tekenen van de zijden van het inpakpapier langs de buitenste hoekpunten (1)

- De lengte van een zijde van het inpakpapier is in de tekening (ongeveer) 12 cm (1)
- In werkelijkheid zal het inpakpapier (ongeveer) 4 ⋅ 12 = 48 cm lang (en 48 cm breed) moeten zijn, dus het stuk inpakpapier is groot genoeg (1)
of
- Het tekenen van het inpakpapier op schaal van 1:4, een vierkant met zijde van 12,5 cm, de diagonalen en strook in het midden van 5 cm breed (1)

- Het tekenen van een strook van 2 cm breed aan beide zijden van de eerder getekende strook (1)

- De lengte van het cadeau op de tekening is 8,7 cm (1)
- Voor de lengte van het cadeau van 32 cm is er op de tekening³²₄ = 8 cm nodig. Het stuk inpakpapier is dus groot genoeg (1)
Opmerking
De gedeeltelijke uitslag mag zowel met stippellijnen als met doorgetrokken lijnen getekend worden.
Na het inpakken zal het inpakpapier op de bovenkant van het cadeau meestal gedeeltelijk overlappen.
Voor een cadeau met een lengte van 19,5 cm, een breedte van 12,2 cm en een hoogte van 4,9 cm is in figuur 3a het benodigde stuk inpakpapier weergegeven.


De lichtgrijs- en donkergrijs gekleurde driehoeken in figuur 3a zijn de gedeeltes van het inpakpapier die bovenop het cadeau terecht komen. Deze driehoeken zijn gelijkbenige rechthoekige driehoeken. Hierbij is de lengte van het cadeau de basis van de donkergrijze driehoek en de breedte van het cadeau de basis voor de lichtgrijze driehoek. In dit geval geldt voor elk van deze driehoeken: hoogte =¹₂ ⋅ basis
In figuur 3b zie je de bovenkant van het cadeau als dit is ingepakt. Het zwarte gedeelte geeft de overlap van het inpakpapier aan. Alleen de donkergrijze gedeeltes van het inpakpapier overlappen elkaar. De lichtgrijze gedeeltes sluiten precies op de donkergrijze gedeeltes aan.
Vraag 11 4 punten
Bereken hoe groot de overlap van het inpakpapier is op de bovenkant van het hierboven beschreven cadeau. Geef je antwoord in gehele mm².
Bekijk het antwoord
- De oppervlakte van een lichtgrijze driehoek is 1 ⋅ 12,2 ⋅ 6,1 = 37,21 cm² 2 De oppervlakte van een donkergrijze driehoek is 1 ⋅ 19,5 ⋅ 9,75 = 95,0625 cm² (1)
2
- De totale oppervlakte van de vier grijze driehoeken is ( 2 ⋅ 37,21 + 2 ⋅ 95,0625 = ) 264,545 cm² (1)
- De oppervlakte van de bovenkant van het cadeau is ( 12,2 ⋅ 19,5 = ) 237,9 cm² (1)
- (26454,5 − 23790 ) = Het antwoord: 2665 (mm²) (1)
De onderstaande figuur toont een methode voor het inpakken van een cadeau met een vierkant grondvlak. Deze methode gebruikt zo min mogelijk inpakpapier en maakt gebruik van diagonaal inpakken.

Volgens deze figuur is voor het inpakken van een cadeau met een vierkant grondvlak een vierkant stuk inpakpapier nodig met een lengte van d + 1,5 h . Hier is d de diagonaal van het grondvlak van het cadeau en
h de hoogte van het cadeau.
Of een stuk inpakpapier van 35 bij 35 cm groot genoeg is om een cadeau met een vierkant grondvlak met een zijde van 20 cm in te kunnen pakken, hangt af van de hoogte van dit cadeau.
Vraag 12 5 punten
Bereken de maximale hoogte, in gehele millimeters, van dit cadeau aan de hand van de bovenstaande gegevens.
Bekijk het antwoord
- Voor het grondvlak geldt: d² = 20² + 20 2 (1)
- Hieruit volgt: d = 800( =28,284...) (1)
- De vergelijking 800 + 1,5 h = 35 moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: ( h = 4,47... dus maximaal) 44 (mm) (1)
Pallets met stenen
Steenfabriek De Kei verkoopt allerlei soorten stenen, waaronder sierstenen. De Kei verkoopt deze sierstenen per pallet met 500 stenen. Zo’n pallet met stenen kost 460 euro.

Om de verkoop te bevorderen wil De Kei een van de volgende twee aanbiedingen doen:
Aanbieding A:
Bij aankoop van twee pallets tegelijk krijgt de klant 2% korting op de prijs van beide pallets. Bij aankoop van drie pallets krijgt de klant 3% korting op de prijs van alle drie de pallets, enzovoort.
Aanbieding B:
Bij aankoop van meer pallets tegelijk betaalt de klant voor de tweede pallet 450 euro, de derde pallet 440 euro, enzovoort. Elke volgende pallet is dus steeds 10 euro goedkoper.
Wanneer een klant vier pallets tegelijk koopt, is hij met aanbieding B duurder uit dan met aanbieding A.
Vraag 13 4 punten
Bereken hoeveel euro de klant duurder uit is. Geef je antwoord in twee decimalen.
Bekijk het antwoord
- Bij aanbieding A kost ieder pallet (0,96 ⋅ 460 =) 441,60 (euro) (1)
- Bij aanbieding A kosten 4 pallets dus ( 4 ⋅ 441,60 =) 1766,40 (euro) (1)
- Bij aanbieding B kosten 4 pallets 460 + 450 + 440 + 430 = 1780 (euro) (1)
- Aanbieding B is dus 13,60 (euro) (duurder) (1)
of
- Bij aanbieding A is de korting per pallet ( 0,04 ⋅ 460 =) 18,40 (euro) (1)
- Bij aanbieding A is de totale korting dus ( 4 ⋅ 18,40 =) 73,60 (euro) (1)
- Bij aanbieding B is de totale korting 10 + 20 + 30 = 60 (euro) (1)
- Aanbieding B is dus 13,60 (euro) (duurder) (1)
Bij aanbieding A hangt de prijs per pallet P_n in euro’s af van het aantal pallets n dat je koopt. Bij aankoop van twee of meer pallets geldt:
P_n = 460 ⋅ 1 − n/100
Met behulp van deze formule kun je een formule opstellen voor de totale prijs A_n in euro’s van een aankoop van n pallets bij aanbieding A. Er geldt:
A_n = 460 n − 4,6 n² met n ≥ 2
Vraag 14 3 punten
Leid deze formule voor A_n af met behulp van de formule voor P_n .
Bekijk het antwoord
- De totale prijs is gelijk aan het aantal pallets maal de prijs per pallet (of A_n = n ⋅ P_n ) (1)
- Dus A_n = n ⋅ 460 ⋅ 1 −100 n (1)
- De rest van de herleiding (1)
Bij deze aanbieding wordt de prijs per pallet steeds lager. Bij 100 pallets zou de korting 100% zijn, en dan zijn de pallets dus gratis. Daarom zal De Kei een maximaal aantal pallets noemen waarvoor de aanbieding nog geldig is. Dit is het aantal pallets waarbij de totale prijs bij aanbieding A maximaal is.
Vraag 15 3 punten
Bereken de prijs per pallet bij aanbieding A als de totale prijs bij deze maximaal is.
Bekijk het antwoord
- Beschrijven hoe het maximum van A_n gevonden kan worden (1)
- De totale prijs is maximaal voor n = 50 (1)
- De prijs per pallet is dan 230 euro (1)
Steenfabriek De Kei wil haar klanten zo goed mogelijk adviseren welke aanbieding A of B in welke situatie het meest gunstig is voor de klant.
Voor de totale prijs B_n in euro’s van een aankoop van n pallets bij aanbieding B geldt de recursieve formule:
B_n = B_n ₋₁ + 470 −10 n met B₁ = 460
Vanaf een bepaald aantal pallets is aanbieding B voor de klant goedkoper dan aanbieding A. Dit aantal is hoger dan 10 pallets.
Vraag 16 4 punten
Onderzoek vanaf welk aantal pallets aanbieding B voor de klant goedkoper is dan aanbieding A.
Bekijk het antwoord
- A₁₂ = 4857,60 en A₁₃ = 5202,60 (1)
- B₁₂ = 4860 (1)
- B₁₃ = 5200 (1)
- Dus vanaf 13 pallets is aanbieding B goedkoper (1)
Windpark Greenport
In 2021 is op het duurzame bedrijventerrein Greenport in Venlo gestart met de bouw van een windmolenpark. Dit windmolenpark zal bestaan uit negen, op een rechte lijn geplaatste, windmolens.
In onderstaande tabel zie je de coördinaten (in meters) van enkele windmolens die gebouwd zijn. De plaats van windmolen 1 is gekozen als oorsprong van een assenstelsel.
tabel
| Windmolen nummer | x-coördinaat | y-coördinaat |
|---|---|---|
| Windmolen 1 | 0 | 0 |
| Windmolen 2 | ... | 261 |
| Windmolen 9 | 3219 | 2460 |
De bouw van Windmolen 2 werd vertraagd. De y-coördinaat van deze windmolen werd uiteindelijk vastgesteld op −261 .
Vraag 17 2 punten
Bereken met behulp van de gegevens in de tabel, de x-coördinaat van Windmolen 2. Geef je antwoord als een geheel getal.
Bekijk het antwoord
- hierbij de coördinaten van Windmolen 9 gebruiken om de verhouding xy te berekenen −3219 2460 =− 1,308... (1)
- − 261 ⋅ − 1,308... = 341,52... dus de (x-)coördinaat van windmolen 2 is 342 (1)
of
- Het gebruiken van de coördinaten van Windmolen 9 om de rc te − bepalen 2460/3219 =− 0,764... geeft y =− 0,764... x (1)
- Invullen y =− 261 geeft het antwoord x = 341,53 dus de (x-)coördinaat van windmolen 2 is 342 (1)
Aan windmolens zitten voor- en nadelen. Eén van de nadelen is dat ze geluid produceren en daardoor geluidsoverlast kunnen veroorzaken.
Geluidsintensiteit is een maat voor het uitdrukken van de hoeveelheid geluid. De geluidsintensiteit hangt af van het vermogen van het geluid en van de afstand van de windmolen tot het meetpunt. Dit wordt beschreven in de volgende formule:
I = P 12,57 ⋅ d² Hierin is
- P het vermogen (in Watt) van het geproduceerde geluid van de windmolen.
- d de afstand (in meters) vanaf de windmolen tot het meetpunt.
- I de geluidsintensiteit (Watt/m²) bij het meetpunt.
Een van de windmolens produceert een geluid met een vermogen van 0,05 Watt. Een eind verderop wordt een geluidsintensiteit van 8,84 ⋅ 10⁻⁷ (Watt/m²) gemeten.
Vraag 18 3 punten
Bereken de afstand tussen deze windmolen en het meetinstrument. Geef deze afstand in hele meters.
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 8,84 ⋅ 10⁻ 7 = 0,05 moet worden opgelost (1)
12,57 ⋅ d²
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord ( d = 67,07...) (dus) 67 (m) (1)
In de praktijk wordt de geluidsintensiteit I meestal omgerekend naar geluidsniveau G in decibel (dB). Het verband tussen I en G wordt gegeven door:
I = 10^0,1G⁻ 12
Het maximale geluidsniveau dat gemeten mag worden bij een woning is 41 dB. Bij het overschrijden van deze waarde wordt gesproken van geluidsoverlast.
Een bewoner klaagt over geluidsoverlast. Zijn woning bevindt zich op een afstand van 350 meter van de dichtstbijzijnde windmolen. Deze windmolen heeft een vermogen van 0,05 Watt.
Vraag 19 3 punten
Onderzoek of deze windmolen geluidsoverlast veroorzaakt bij zijn woning.
Bekijk het antwoord
- De geluidsintensiteit op 350 meter afstand is
I = 0,05 = 3,247...10⁻⁸ (W/m²) (1)
12,57 ⋅ 350²
- Beschrijven hoe de vergelijking 3,249...10⁻ 8 = 10^0,1^ ⋅ −G¹² kan worden opgelost (1)
- Dit geeft G = 45,1...(dB) (en dat is meer dan 41 (dB)) dus er zal sprake zijn van geluidsoverlast (1)
of
- De geluidsintensiteit behorende bij 41 (dB) is I = 10^0,141^ ⋅ ⁻¹² = 1,258... ⋅ 10⁻⁸ (W/m²) (1)
- Beschrijven hoe de vergelijking 1,258... ⋅ 10⁻ 8 = P kan worden 12,57 ⋅ 350² opgelost (1)
- De uitkomst P = 0,0193...(W) en dit is minder dan 0,05 (W), dus er zal sprake zijn van geluidsoverlast (1)
of
- De geluidsintensiteit behorende bij 41 (dB) is I = 10^0,141^ ⋅ ⁻¹² = 1,258... ⋅ 10⁻⁸ (W/m²) (1)
- De geluidsintensiteit op 350 meter afstand berekenen
I = 0,05 = 3,247...10⁻⁸ (W/m²) (1)
12,57 ⋅ 350²
- Dit is groter dan de maximale geluidsintensiteit, dus is er sprake van geluidsoverlast (1)
De bergetappe

De Mont Ventoux (foto) is een berg in het zuiden van Frankrijk.
De berg is onder andere bekend doordat de beklimming ervan is opgenomen in de Tour de France.
Het gemiddelde hellingspercentage is een maat om de moeilijkheid van een beklimming aan te geven. Het gemiddelde hellingspercentage wordt bepaald door de weglengte en het hoogteverschil tussen begin en eindpunt van de beklimming.
Het gemiddelde hellingspercentage kan worden berekend met de formule:
p = 100 ⋅ h a² − h² Hierbij is
- h het hoogteverschil in meters.
- a de weglengte in meters.
- p het gemiddelde hellingspercentage in procenten.
Als je verschillende beklimmingen met een gelijk hoogteverschil bekijkt, dan geldt: hoe groter de weglengte, hoe kleiner het gemiddelde hellingspercentage.
Vraag 20 3 punten
Beredeneer dit met behulp van de formule voor p, zonder gebruik te maken van een getallenvoorbeeld.
Bekijk het antwoord
- Als a toeneemt, (dan neemt a² toe en) neemt a² − h² toe (bij gelijkblijvende h) (1)
- Hieruit volgt dat de noemer ( a² − h² ) toeneemt (1)
- De teller blijft gelijk en de noemer neemt toe, dus neemt p (of de breuk 100h of ) af (1)
a² − h²
De beklimming van de Mont Ventoux kun je vanuit drie dorpen starten: Bédoin, Sault en Malaucène.
De snelste gereden tijd voor de beklimming van de Mont Ventoux vanuit Sault is 50 minuten en 32 seconden, met een gemiddelde snelheid van 28,7 km/uur.
Vraag 21 2 punten
Bereken de weglengte van Sault naar de top in kilometers in één decimaal.
Bekijk het antwoord
- 50 minuten en 32 seconden is ( 3032 3600 =) 0,842... uur (1)
- ( 0,842... ⋅ 28,7 = 24,17... , dus de weglengte is) 24,2 (km) (1)
In de tabel staat het hoogteverschil en de totale weglengte vanuit de drie dorpen naar de top. De weglengte is afgerond op gehele kilometers.
tabel
| plaats | hoogteverschil | weglengte in gehele km |
|---|---|---|
| Bédoin | 1594 meter | 21 |
| Sault | 1204 meter | 24 |
| Malaucène | 1564 meter | 21 |
Doordat de weglengte in de tabel op gehele kilometers is afgerond in plaats van op gehele meters, lijkt het erop dat de beklimming vanuit Bédoin het grootste gemiddelde hellingspercentage heeft.
Als de weglengte niet op gehele kilometers was afgerond, dan is het mogelijk dat het gemiddelde hellingspercentage vanuit één van de andere twee dorpen hoger is dan vanuit Bédoin.
Vraag 22 3 punten
Toon dit met behulp van berekeningen aan.
Bekijk het antwoord
- Het inzicht dat voor de beklimming vanuit Bédoin een grotere weglengte moet worden genomen dan vanuit Malaucène (Sault heeft al de grootste weglengte en het laagste aantal hoogtemeters) (1)
- Een passend getallenvoorbeeld, bijvoorbeeld:
vanuit Bédoin p = 100 ⋅ 1594 = 7,4... (1)
21499² − 1594²
- Vanuit Malaucène p = 100 ⋅ 1564 = 7,6... (en dit is meer dan 20 500² − 1564² 7,4…) (1)
Le club des Cinglés du Mont Ventoux, een fietsgenootschap, geeft aan dat de beklimming vanuit Bédoin het steilst is. Deze beklimming heeft een gemiddeld hellingspercentage van 7,7%.
Vraag 23 3 punten
Bereken de weglengte vanuit Bédoin met behulp van dit hellingspercentage. Geef je antwoord in gehele meters.
Bekijk het antwoord
- De vergelijking 100 ⋅ 1594 = 7,7 moet worden opgelost (1)
a² − 1594²
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: 20 763 (m) (1)
Om tot dit fietsgenootschap te mogen behoren, moet je op één dag de Mont Ventoux vanuit alle drie de dorpen één keer beklimmen. In de figuur zie je een mogelijke route. Je start in Bédoin, fietst naar de top, daalt naar Malaucène, vervolgens fiets je weer naar de top, daalt naar Sault, weer naar de top en tenslotte daal je naar Bédoin. Zo ontstaat het rijtje BMMSSB, waarbij de letters staan voor de weg tussen het dorp en de top van de Mont Ventoux (Top), zie de figuur. Er zijn zes van deze rijtjes te maken, als je begint en eindigt in hetzelfde dorp.

Ook kun je de zogenaamde Bicinglette voltooien.
Dit houdt in dat je de Mont Ventoux vanuit elk van de drie dorpen niet één keer, maar twee keer beklimt op één dag.
Vraag 24 4 punten
Bereken hoeveel mogelijke routes er zijn om deze Bicinglette te voltooien als je begint en eindigt in hetzelfde dorp.
Bekijk het antwoord
- Het inzicht dat het rijtje met 3 verschillende letters kan beginnen (en met dezelfde letter eindigt) (1)
- Het inzicht dat als je bijvoorbeeld in Bédoin start en eindigt, er twee keer naar Malaucène moet worden gefietst, twee keer naar Sault en één keer naar Bédoin (dus bijvoorbeeld B BB MM MM SS) (1)
- Dit kan op 5 ⋅ 3 (of 5 ⋅ 4 of 5 ⋅ 3 ) manieren (1)
2 2 1 2 2 1 5 3
- Het antwoord: (3 ⋅ ⋅ = ) 90 mogelijke routes (1)
2 2
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens wiskunde C vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2?
Het centraal examen wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), ruimtemeetkunde (7) en kansrekening (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-26-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.