Eindexamen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Ballonnen, Supermaan, Skûtsjesilen, Berlijnse stoel, Rondetijden, Hotelschakeling.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), ruimtemeetkunde (7) en logisch redeneren (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Formules en grafieken1-4, 9, 16, 18-209
Ruimtemeetkunde5, 10-157
Logisch redeneren21-233
Statistiek6-72
Kansrekening81
Rijen171

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over ruimtemeetkunde (30% van de vragen, gemiddeld 16%). Minder over rijen (4% van de vragen, gemiddeld 11%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Ballonnen

Bij feestwinkel De Zevenklapper zijn heliumballonnen te koop. De ballonnen worden in de winkel door een speciale machine gevuld met een mengsel van helium en lucht, beter bekend als ballongas.

Ballongas wordt verkocht in cilinders die op een vulmachine kunnen worden aangesloten. Het voordeel van een vulmachine is dat het opblazen van de ballonnen heel snel gaat, maar het nadeel is dat er bij het vullen nog weleens wat ballongas verloren gaat.

Een medewerker van De Zevenklapper weet uit ervaring dat de vulmachine met een cilinder, gevuld met 0,5 m3 ballongas, precies

52 ballonnen kan vullen met 9 dm 3 ballongas.

Vraag 1 3 punten

Bereken hoeveel procent van het ballongas verloren gaat tijdens het vullen van deze 52 ballonnen met de vulmachine. Geef je antwoord in één decimaal.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Hiermee kunnen (= 55,55...) ballonnen gevuld worden (1) 9 55,55...
    • 52

Als er te veel ballongas in een ballon geblazen wordt, zal deze op een bepaald moment knappen. Dat komt doordat de latex waarvan de ballon is gemaakt dan zo veel uitgerekt is, dat deze kapotgaat.

Het is lastig om precies op het foto goede moment een foto te maken waarop een ballon knapt, zoals de foto hiernaast. Hiervoor maakt men een filmpje van het opblazen en knappen van de ballon. Dan wordt het filmbeeld gezocht waarop het knappen te zien is. Met een goede camera kunnen 250,

420 of 1000 beelden per seconde worden gemaakt.

Stel dat het knappen van een ballon 3 milliseconden duurt.

Vraag 2 4 punten

Onderzoek bij de drie bovengenoemde filmbeeldsnelheden of het knappen van de ballon altijd op een filmbeeld te zien is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Per seconde moeten er minimaal beelden worden gemaakt (1) 3

Latex is niet helemaal luchtdicht, waardoor ballonnen langzaam leeglopen. Hoe snel dat gaat, hangt af van veel factoren. In het vervolg van deze opgave gaan we ervan uit dat voor de hoeveelheid ballongas H in dm3 van een ballon die werd gevuld met 9 dm3 ballongas geldt:

H = 9 · 0,98t , met t de tijd in uren nadat de ballon is opgeblazen.

Vraag 3 2 punten

Bereken met hoeveel procent de hoeveelheid ballongas per dag afneemt. Geef je antwoord in hele procenten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De groeifactor per dag is 0,9824 ( = 0, 615...) (1)
  • Het antwoord: 38(%) (1)

Een ballon zal niet meer zweven als 30% van het ballongas uit de ballon verdwenen is. De Zevenklapper biedt de mogelijkheid om de ballonnen te bewerken met een zogenoemde hi-floatcoating, waardoor de ballonnen langer blijven zweven. De ballonnen worden dan voorzien van een speciale laag gel, waardoor er per uur nog maar 1% lucht uit wegloopt.

Vraag 4 4 punten

Onderzoek hoeveel uur een ballon met de hi-floatcoating langer zweeft dan een ballon die niet met de hi-floatcoating bewerkt is. Geef je antwoord in hele uren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als slechts één vergelijking is opgelost, voor deze vraag maximaal

2 scorepunten toekennen.

Supermaan

De maan beweegt in een baan om de figuur 1 aarde. Deze baan is niet volmaakt cirkelvormig. Hierdoor staat de maan niet altijd even dicht bij de aarde. Het punt waar de maan het dichtst bij de aarde staat heet perigeum en het punt waar deze afstand het grootst is heet apogeum. Zie figuur 1.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 5 2 punten

Bereken met behulp van de afmetingen in figuur 2 de minimale afstand en de maximale afstand in km van het aardoppervlak tot het maanoppervlak.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De straal van de aarde is 6350 (km) en de straal van de maan is 1750 (km) (1)
  • De minimale afstand is 363 000 − 6350 − 1750 = 354 900 (km) en de maximale afstand is 406 000 − 6350 − 1750 = 397 900 (km) (1)

Afhankelijk van de positie van de maan ten opzichte van de aarde en de zon zien we een groter of kleiner deel van de verlichte kant van de maan. Gemiddeld één keer per 29,53 dagen is de verlichte maan helemaal zichtbaar. We noemen dat volle maan.

Er is een supermaan als het volle maan is op dezelfde dag dat de maan in het perigeum staat. Doordat de maan in gemiddeld 27,55 dagen om de aarde draait, komt dit niet vaak voor.

Je kunt berekenen hoeveel dagen er steeds tussen twee supermanen zitten door de periode van zowel de volle maan als van het perigeum te bekijken. In de tabel is daar een begin mee gemaakt. In de tweede en derde kolom zie je het aantal dagen na een supermaan.

tabel aantal dagen na een supermaan periode volle maan perigeum

1 29,53 27,55

2 59,06 55,10

3 88,59 82,65

4 118,12 110,20

5 147,65 137,75

6 177,18 165,30

7 206,71 192,85

8 236,24 220,40

9 265,77 247,95

10 295,30 275,50

11 … …

De eerste drie volle manen vallen op de 30e, 59e en 89e dag, terwijl de maan op de 28e, 55e en 83e dag in het perigeum staat. Gedurende de eerste 89 dagen na een supermaan vallen de twee verschijnselen dus nooit op dezelfde dag en is er dus ook geen supermaan.

Door de tabel uit te breiden en verder in te vullen kun je onderzoeken hoeveel dagen het duurt voordat er weer een supermaan is.

Vraag 6 4 punten

Voer dit onderzoek uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het inzicht dat in de tabel gezocht moet worden naar twee dezelfde afgeronde waarden in beide kolommen (1)
  • Het verder invullen van de tabel (1)
  • 14 · 29, 53 ( = 413, 42) en 15 · 27, 55 (= 413, 25 , dus deze) zijn beide afgerond gelijk aan 413 (1)
  • Het antwoord: (na) 413 (dagen) (1)

In de praktijk wordt er een ruimere definitie voor een supermaan gebruikt:

Een supermaan doet zich voor als het volle maan is en als de maan dicht bij de aarde staat. Dat is zo, als de afstand van het middelpunt van de maan tot het middelpunt van de aarde minder dan 360 000 kilometer is.

Deze ruimere definitie van een supermaan leidt ertoe dat er soms meerdere supermanen in een jaar kunnen voorkomen. In 2016 waren er zelfs drie!

De minimale afstand van het middelpunt van de aarde tot het middelpunt van de maan is in werkelijkheid erg variabel. De in figuur 2 vermelde afstand van 363 000 km is de gemiddelde afstand in het perigeum. In figuur 3 zie je in de grafiek de werkelijke afstand in km van het middelpunt van de maan tot het middelpunt van de aarde in het jaar 2016.

figuur 3 afstand middelpunt maan - middelpunt aarde in 2016 (in km)

De eerste drie volle manen van 2016 zijn in de grafiek aangegeven met een zwarte stip. We gaan er weer van uit dat er eens in de 29,53 dagen een volle maan is.

Zoals eerder vermeld waren er in 2016 precies drie supermanen. Figuur 3 is niet nauwkeurig genoeg om de data af te lezen waarop de supermanen voorkwamen. Maar met behulp van deze figuur en de ruimere definitie voor een supermaan kan wel worden beredeneerd in welke maanden van 2016 de drie supermanen zijn voorgekomen.

Vraag 7 4 punten

Beredeneer met behulp van figuur 3 in welke drie maanden er een supermaan moet zijn voorgekomen in 2016.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De mogelijke maanden voor een supermaan zijn (maart,) april, mei, oktober, november en december (waarbij maart niet kan aangezien er volgens de figuur al een volle maan was halverwege maart) (1)
  • Het kan niet april zijn, want er was geen volle maan in het begin van april, daar waar de afstand tot de maan volgens figuur 3 kleiner dan 360 000 km was (1)
  • Het kan ook niet mei zijn, want er was geen volle maan in het begin van mei, daar waar de afstand tot de maan volgens figuur 3 kleiner dan 360 000 km was (1)
  • De drie supermanen moeten dus zijn voorgekomen in de maanden oktober, november en december (1)

Skûtsjesilen

Elk jaar vindt in Friesland het skûtsjesilen plaats. Dit zijn zeilwedstrijden met oude vrachtschepen, skûtsjes genaamd. Er zijn twee organisaties die deze wedstrijden organiseren: de SKS1) en de IFKS2).

tabel Voor het jaarlijkse SKS-kampioenschap worden 11 wedstrijden gezeild, waaraan uitslag punten

14 skûtsjes meedoen. winnaar 0,9 Voor elke wedstrijd krijgen de skûtsjes punten 2e plaats 2 in volgorde van aankomst. De winnaar krijgt 3e plaats 3 0,9 punt. Nummer twee krijgt 2 punten, nummer drie krijgt 3 punten, enzovoort. Zie de … … tabel. 14e plaats 14

Na afloop van de 11 wedstrijden wordt voor elk skûtsje het slechtste resultaat geschrapt. De punten van de overige 10 wedstrijden worden per skûtsje bij elkaar opgeteld. Het skûtsje dat dan de minste punten heeft, is kampioen.

Vraag 8 3 punten

Onderzoek of het theoretisch mogelijk is dat elk skûtsje in de einduitslag een geheel aantal punten heeft.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Skûtsjes die geen enkele wedstijd winnen, hebben altijd een geheel aantal punten (1)
  • Een skûtsje dat 10 wedstrijden wint, heeft ook een geheel aantal punten (1)
  • Maar dan moet dit skûtsje alle 11 wedstrijden winnen, zodat bij dit skûtsje 1 keer winst niet meetelt, anders heeft een van de andere skûtsjes geen geheel aantal punten, dus het is mogelijk (1)

noot 1 SKS = Sintrale Kommisie Skûtsjesilen noot 2 IFKS = Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen

De afmetingen van de deelnemende skûtsjes zijn niet identiek. Om er toch een eerlijke wedstrijd van te maken, wordt voor elk skûtsje het maximaal toegestane zeiloppervlak berekend.

In eerste instantie rekende de SKS met formule Amels, maar deze formule is in 2000 aangepast en opnieuw aangepast in 2016: S = 1,90 · L · ( B + 2D) (formule Amels) S = 2,15 · L · ( B + 2D) (formule 2000) S = 2,15 · L · ( 23 B + 1, 25 + 2 D) (formule 2016)

Hierin is S het maximaal toegestane zeiloppervlak in m2, L de lengte van het skûtsje, B de breedte en D de diepgang ( L, B en D in meters).

De invoering van formule 2000 had tot gevolg dat elk skûtsje hetzelfde percentage extra zeil mocht hebben.

Vraag 9 2 punten

Bereken het percentage extra zeil dat elk skûtsje van formule 2000 mag hebben ten opzichte van formule Amels. Geef je antwoord in hele procenten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • = 1,131... (of met behulp van een getallenvoorbeeld) (1)
  • Het antwoord: 13(%) (1)

Een van de skûtsjes is 17,13 m lang en 3,57 m breed en mag volgens formule 2000 een maximaal zeiloppervlak van 160,2 m2 hebben.

Vraag 10 4 punten

Bereken hoeveel m2 zeiloppervlak dit skûtsje volgens formule 2016 meer mag hebben dan volgens formule 2000. Geef je antwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de vergelijking 160, 2 = 2,15 ·17,13 · (3, 57 + 2 D ) kan worden opgelost (1)
  • Dit geeft: D = 0,38... (m) (1)
  • Invullen van de gegevens in formule 2016 geeft dan: S = 162, 4... (m2) (1)
  • Het antwoord: (162, 4... − 160, 2 =) 2,2 (m2) (1)

Bij de invoering van formule 2016 waren er ook skûtsjes die ten opzichte van formule 2000 minder zeil mochten hebben. Dit heeft te maken met de breedte van de skûtsjes.

Vraag 11 3 punten

Onderzoek bij welke breedte van het skûtsje de invoering van formule

2016 betekent dat dit skûtsje minder zeil mag hebben dan bij formule 2000. Geef je antwoord in meters en in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor een antwoord als B ≥ 3, 75 geen scorepunten in mindering brengen.

Voor het IFKS-kampioenschap worden andere regels gehanteerd voor het maximaal toegestane zeiloppervlak. Hier wordt gebruikgemaakt van de volgende formule: S = (3,2525

  • 0,05L) · L · B (formule IFKS) Hierin is S het maximaal toegestane zeiloppervlak in m2, L de lengte van het skûtsje en B de breedte (L en B in meters).

Voor een skûtsje met een breedte van 3,52 m en een diepgang van 0,42 m geeft formule 2016 van de SKS een zeiloppervlak dat 25 m 2 groter is dan het toegestane zeiloppervlak volgens formule IFKS.

Vraag 12 3 punten

Bereken de lengte van dit skûtsje. Geef je antwoord in meters en in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking 2,15 · L · ( 23 · 3, 52 + 1, 25 + 2 · 0, 42) = (3, 2525 − 0, 05 L ) · L · 3, 52 + 25 moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • Het antwoord: L = 18, 52 (m) (1)

Berlijnse stoel

Gerrit Rietveld (1888-1964) was een foto belangrijke kunstenaar van de kunststroming De Stijl. In 1923 ontwierp hij de Berlijnse stoel. Zie de foto. De Berlijnse stoel bestaat uit acht houten planken. De stoel wordt nog steeds door meerdere fabrikanten gemaakt, niet altijd met dezelfde afmetingen.

Op de uitwerkbijlage zie je een bouwtekening, met alle afmetingen in mm.

Vraag 13 4 punten

Geef de minimale (binnen)afmetingen van een doos waarin deze stoel past. Gebruik hierbij de uitwerkbijlage. Geef je antwoorden in hele cm.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (Hoogte =) 920 (mm) (1)
  • (Diepte =) 545 (mm) (1)
  • (Breedte =) 685 (mm) (1)
  • Het antwoord: de afmetingen zijn 92 bij 55 bij 69 (cm) (1)

Op de uitwerkbijlage staat een foto van een Berlijnse stoel. Deze stoel heeft een hoogte van 106 cm. De horizon loopt op deze foto horizontaal.

Vraag 14 4 punten

Onderzoek met behulp van de foto op de uitwerkbijlage op welke hoogte de foto genomen is. Geef je antwoord in hele cm.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking De gemeten horizonhoogte kan, als gevolg van teken- dan wel afleesafwijkingen, redelijk variëren. Bij correctie dient daarmee coulant te worden omgegaan.

Op de uitwerkbijlage staat een perspectieftekening van de Berlijnse stoel. In deze tekening zijn er meerdere dingen die niet juist getekend zijn.

Vraag 15 4 punten

Noem twee dingen in de tekening die volgens de regels van het perspectief niet juist getekend zijn. Licht je antwoord toe met behulp van de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het tekenen van het verdwijnpunt V van de zitting (1)
  • Het tekenen van het verdwijnpunt van het armpaneel rechts op de tekening, dit verdwijnpunt zou moeten samenvallen met punt V: dit armpaneel is dus onjuist getekend (1)
  • Het tekenen van de verdwijnlijn van de onderkant van de voorpoot links op de tekening (1)
  • Deze lijn zou naar verdwijnpunt V van de zitting moeten lopen, maar dat is niet het geval: de onderkant van de voorpoot links op de tekening is dus onjuist getekend (1)

Rondetijden

Bij het langebaanschaatsen spelen rondetijden een belangrijke rol. Bij korte afstanden, zoals de 500 meter, gaat het erom zo snel mogelijk na de start een zo hoog mogelijke snelheid te krijgen en daarna die snelheid zo lang mogelijk vast te houden. Op middellange afstanden zoals de 1500 en de 3000 meter werkt dat echter niet, omdat de schaatser dan ruim voor de finish al zo vermoeid raakt dat hij haast niet meer vooruitkomt.

De meeste schaatsers rijden daarom op de middellange afstanden volgens een schema waarbij de rondetijden steeds iets toenemen.

In de figuur zie je het verloop van de rondetijden van Kjeld Nuis op de

1500 meter tijdens de Olympische Winterspelen van 2018. De 1500 meter bestaat uit een eerste deel van 300 meter en daarna nog drie volledige ronden van elk 400 meter. In de figuur staan alleen de rondetijden van de drie volledige ronden.

figuur

Kjeld Nuis werd in 2018 olympisch kampioen op de 1500 meter met een winnende eindtijd van 1.44,0 (1 minuut en 44,0 seconden).

Vraag 16 3 punten

Bereken met behulp van de figuur zijn tijd in seconden op de eerste

300 meter. Geef je antwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Bij het aflezen van de rondetijden is een marge van 0,1 seconde toegestaan.

In de figuur is goed te zien dat de rondetijden van Kjeld Nuis steeds toenemen. Deze toename per ronde wordt het verval genoemd. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat het verval van Kjeld Nuis in de tweede ronde 1,6 seconden was.

Amateurschaatser Piet Versnel schaatst de 3000 meter. Deze afstand bestaat uit een eerste deel van 200 meter en daarna nog zeven volledige ronden van elk 400 meter. Hij schaatst zijn eerste volledige ronde in 40,0 seconden. Het verval is iedere ronde 0,4 seconden. De rondetijden van de volledige ronden van Piet vormen een rij. De rondetijd in seconden van de n-de volledige ronde noteren we als Rn .

Vraag 17 3 punten

Stel een recursieve formule op van deze rij.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het eerste antwoordelement mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.

De directe formule die bij de rondetijden van de volledige ronden van Piet hoort, is: Rn = 40, 0 + 0, 4 · ( n

  • 1) (formule 1)

Uitgaande van gelijkblijvend verval per ronde, kan de eindtijd T in seconden van schaatsers worden berekend met de formule: T = E + 12 · ( R1 + Ra ) · a (formule 2)

Hierin is E de tijd in seconden over de eerste 200 meter, R1 de rondetijd van de eerste volledige ronde, Ra de rondetijd van de laatste ronde en a het aantal volledige ronden.

De tijd over de eerste 200 meter van Piet Versnel op de 3000 meter is 24,2 seconden. Daarna verlopen zijn rondetijden volgens formule 1.

Vraag 18 4 punten

Bereken de gemiddelde snelheid van Piet op de 3000 meter. Geef je antwoord in kilometers per uur en in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De tijd van de laatste volledige ronde is ( R7 = ) 42,4 (s) (1)
  • Invullen in de formule geeft T = 312, 6 (s) (1)
  • De gemiddelde snelheid is dus (= 9,5… (m/s)) (1)
  • Het antwoord: ( 9, 5... · 3, 6 = ) 34,5 (km/u) (1)

Door flink te trainen heeft Piet op de 3000 meter zijn tijd over de eerste

200 meter verbeterd tot 23,3 seconden. Hij schaatst zijn eerste volledige ronde nu in 38,4 seconden en zijn verval v is iedere ronde constant.

Met behulp van deze gegevens en formule 2 kan de volgende formule voor de eindtijd T in seconden worden opgesteld: T = 292,1 + 21 · v (formule 3) Hierin is v het verval in seconden.

Vraag 19 3 punten

Laat zien hoe formule 3 kan worden opgesteld.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De laatste rondetijd is 38, 4 + 6v (1)
  • Invullen in formule 2 geeft T = 23,3 + 12 · (38, 4 + 38, 4 + 6v) · 7 (1)
  • Herleiden tot T = 292,1 + 21 · v (1)

Piet wil graag het record van zijn schaatsvereniging op de 3000 meter verbeteren. Dat record staat op 4.59,5 (4 minuten en 59,5 seconden).

Vraag 20 4 punten

Bereken met behulp van formule 3 hoe groot het verval van Piet maximaal mag zijn om het record te verbeteren. Geef je antwoord in seconden en in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • 4.59,5 is gelijk aan 299,5 seconden (1)
  • Beschrijven hoe de vergelijking 292,1 + 21 · v = 299, 5 kan worden opgelost (1)
  • Dit geeft v = 0, 352... (1)
  • Het antwoord: (het verval is maximaal) 0,3 (s) (1)

Hotelschakeling

De lamp bij een trap kan vaak met twee verschillende schakelaars aan- en uitgedaan worden. In dat geval spreekt men van een hotelschakeling. Bij een trap zit de ene schakelaar beneden en de andere boven.

In de figuren 1 en 2 zijn twee mogelijke situaties weergegeven. De twee schakelaars A en B kunnen onafhankelijk van elkaar in twee standen staan: stand 1 en stand 2. De stand van de schakelaars bepaalt of er wel of geen stroom naar de lamp kan lopen en dus of de lamp wel of niet aan is.

figuur 1 lamp aan figuur 2 lamp uit

In de situatie van figuur 1 staan beide schakelaars in stand 1 en is de lamp aan, omdat de stroom via schakelaar A naar schakelaar B loopt en vanaf daar verder naar de lamp. Als de verbinding is onderbroken, is de lamp uit. Dit zie je in figuur 2, waar schakelaar A is omgezet naar stand 2.

Als schakelaar A in stand 1 staat, noteren we dit als A1. Verder noteren we L voor de situatie dat de lamp aan is.

In de situatie van figuur 1 geldt dan: ( A1 ∧ B1) ⇒ L .

Een andere ware bewering is: ( A2 ∧ B1) ⇒ ¬L .

Vraag 21 2 punten

Vertaal deze laatste bewering in een gewone zin.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Voor het deel voor de implicatiepijl: “Als schakelaar A in stand 2 staat en schakelaar B in stand 1” (1)
  • De volledige bewering: “Als schakelaar A in stand 2 staat en schakelaar B in stand 1, dan is de lamp uit” (1)

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

In hotels wordt ook weleens gebruikgemaakt van de zogenaamde slaapkamerschakeling. Deze schakeling is bedoeld om in een hotelkamer de plafondlamp óf de lamp in de badkamer aan te doen. De twee lampen kunnen nooit gelijktijdig aan zijn.

[figuur 3: zie het originele examen] slaapkamerschakeling

Bij de slaapkamerschakeling wordt gebruikgemaakt van drie schakelaars. De eerste twee schakelaars (A en B) vormen samen een hotelschakeling: één bij de deur en één bij het bed. De derde schakelaar (C) wordt in de badkamer geplaatst. Deze derde schakelaar dient als keuzeschakelaar tussen de plafondlamp (lamp 1) en de lamp in de badkamer (lamp 2). In figuur 3 is dit schematisch weergegeven. We noteren L1 voor de situatie dat lamp 1 aan is en L2 voor de situatie dat lamp 2 aan is. In de situatie van figuur 3 geldt dan: ( A1 ∧ B1 ∧ C1) ⇒ L1 .

Er zijn twee verschillende standen van de drie schakelaars die ervoor zorgen dat lamp 2 aan is.

Vraag 22 3 punten

Noteer die twee manieren in logische symbolen en combineer deze vervolgens tot één formule van de vorm: ... ⇒ L2 .

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als in het antwoord om het deel links van de implicatiepijl de buitenste haakjes ontbreken, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

We nemen aan dat je aan de buitenkant van een schakelaar niet kan zien of deze in stand 1 of stand 2 staat. Verder nemen we aan dat de schakelaars niet kapot zijn.

We bekijken de volgende situatie van een slaapkamerschakeling waarin ten minste één lamp kapot is. Iemand komt een donkere hotelkamer in en zet schakelaar A om, maar beide lampen blijven uit. In dat geval is er minstens één lamp kapot. Om te achterhalen welke lamp kapot is, of dat zelfs beide lampen kapot zijn, zet zij schakelaar C om. Er zijn dan twee mogelijkheden: er is meteen duidelijk wat er aan de hand is, of er moet nog een andere schakelaar worden omgezet om te achterhalen wat er aan de hand is.

Vraag 23 4 punten

Beredeneer hoe je er na het omzetten van schakelaar C en eventueel nog een andere schakelaar achter kunt komen welke lamp kapot is of welke lampen kapot zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Gaat er een lamp aan (als schakelaar C wordt omgezet), dan is die lamp heel en is de andere kapot (en is dus meteen duidelijk wat er aan de hand is) (1)
  • Gaat er geen lamp aan (als schakelaar C wordt omgezet), dan moet schakelaar A (of B) omgezet worden (1)
  • Gaat er een lamp aan (als schakelaar A (of B) wordt omgezet), dan is die lamp heel en is de andere lamp kapot (1)
  • Gaat er geen lamp aan (als schakelaar A (of B) wordt omgezet), dan zijn beide lampen kapot (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2022, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-22-2-o

Andere examens wiskunde C vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2?

Het centraal examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (9), ruimtemeetkunde (7) en logisch redeneren (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-22-2-c).

Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.