Eindexamen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Eten buiten de deur, Goals in de Eredivisie, Trappen, foto 2 figuur 2, Dr. Nim, Procenten en zwemtijden, CO2 in de atmosfeer.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (13), ruimtemeetkunde (3) en logisch redeneren (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Formules en grafieken1-3, 5-6, 9, 12, 16-2113
Ruimtemeetkunde8, 10-113
Logisch redeneren13-153
Statistiek41
Kansrekening71

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over formules en grafieken (62% van de vragen, gemiddeld 39%). Minder over rijen (0% van de vragen, gemiddeld 11%) en statistiek (5% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Eten buiten de deur

Prijzen van producten, waaronder die van voedsel, stijgen elk jaar met een bepaald percentage. We noemen dat percentage inflatie.

In 2020 werd een onderzoek naar de kosten van voedsel in de Verenigde Staten gepubliceerd. Volgens het onderzoek gaf in 1988 een gemiddelde Amerikaan $ 1143 per jaar uit aan eten thuis en steeg dit bedrag door inflatie tot $ 2079 in 2008. Neem aan dat tussen 1988 en 2008 de inflatie ieder jaar hetzelfde was.

Vraag 1 3 punten

Bereken deze inflatie. Geef je antwoord in procenten in twee decimalen.

Bekijk het antwoord
  • De (groei)factor per 20 jaar is ( = 1,81...) (1)
  • De (groei)factor per jaar is 1,81...20 (= 1, 03036...) (1)
  • Het antwoord: 3,04 (%) (1)

In het onderzoek werd onderscheid gemaakt tussen eten thuis: voedsel dat thuis gegeten wordt, en eten buiten de deur: voedsel dat elders wordt gegeten (bijvoorbeeld in restaurants, onderweg of op het werk).

We gaan er verder van uit dat vanaf 2010 de inflatie jaarlijks 2% was. Uit het onderzoek bleek dat vanaf 2010 de kosten voor eten buiten de deur inclusief de jaarlijkse inflatie ook nog stegen met een extra percentage van 0,84% per jaar.

Op 1 januari 2010 betaalde je voor een Bacon Cheeseburger bij een bepaalde Amerikaanse fastfoodketen $ 4,25.

Vraag 2 4 punten

Bereken in welk jaar de prijs van dezelfde Bacon Cheeseburger volgens deze aannamen $ 7,00 zal zijn.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat rekent met 1,02 + 1,0084, voor deze vraag maximaal

3 scorepunten toekennen.

In het onderzoek werd ook gekeken naar de totale uitgaven voor voedsel (eten thuis plus eten buiten de deur). Om deze uitgaven uit verschillende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, werden alle bedragen omgerekend naar bedragen in 1988. Hierdoor hoeft er geen rekening gehouden te worden met inflatie.

De (naar 1988 omgerekende) uitgaven voor eten thuis blijken ieder jaar hetzelfde te zijn, namelijk $ 1143. We nemen aan dat dit de komende jaren zo zal blijven. De totale uitgaven voor voedsel per persoon, omgerekend naar de bedragen in 1988, namen lineair toe van $ 1600 in

1953 tot $ 2250 in 2014.

Vraag 3 4 punten

Bereken in welk jaar een gemiddelde Amerikaan voor het eerst meer uitgaf voor eten buiten de deur dan voor eten thuis.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De jaarlijkse toename is = 10, 65... (dollar) (1p)

2014

  • 1953

2286

  • 2250
  • De kosten van voedsel buiten de deur stijgen van ($)457 naar ($)1107 (1p)

1107

  • 457
  • Dat is een toename van = 10, 65... (dollar per jaar) (1p)

2014

  • 1953
  • Beschrijven hoe de vergelijking 1107 + 10, 65... · t = 1143 (met t het aantal jaar na 2014) kan worden opgelost (bijvoorbeeld met behulp van een tabel) (1p)

Goals in de Eredivisie

De Eredivisie is de hoogste voetbalafdeling in Nederland in de betaalde mannencompetitie. Aan het einde van seizoen 2021/22 stond op een voetbalwebsite de volgende uitspraak:

“Zorgelijke trend: steeds minder goals in de Eredivisie.”

Het gemiddelde aantal goals per wedstrijd lag in het seizoen 2021/22 op 2,8595. De competitie telde toen 306 wedstrijden. In het seizoen 1965/66 werden er 779 goals gescoord. Er werden toen

240 wedstrijden gespeeld.

Op basis van deze gegevens is er een argument te geven waarbij je het eens bent met de uitspraak op de website en is er ook een argument te geven waarbij je het oneens bent met de uitspraak.

Vraag 4 2 punten

Geef bij beide argumenten een berekening die het argument ondersteunt.

Bekijk het antwoord
  • Eens, want het gemiddeld aantal goals in seizoen 1965/66 is 779 = 3, 2... , en dit is meer dan (2,8595) in seizoen 2021/22 (1)
  • Oneens, want het aantal goals in seizoen 2021/22 is 306 · 2,8595 dus (ongeveer) 875 en dit zijn er meer dan (779) in seizoen 1965/66 (1)

In de Eredivisie wordt een volledige competitie gespeeld. Dit betekent dat elk team twee keer tegen elk ander team speelt

  • één keer thuis en één keer uit. Het totaal aantal wedstrijden in de volledige competitie noemen we W en het aantal teams in de competitie T. Uit deze gegevens is af te leiden dat: W = T 2
  • T

In de seizoenen 1962/63 tot en met 1965/66 waren er minder teams en minder gespeelde wedstrijden dan tegenwoordig. Ook in het seizoen 2019/20 werden er minder wedstrijden gespeeld, namelijk 232. Dit kwam omdat de competitie eerder stilgelegd werd vanwege COVID-19.

Vraag 5 3 punten

Toon met behulp van de formule van W aan dat er met 232 wedstrijden geen volledige competitie gespeeld kan zijn.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De vergelijking T 2
    • T = 232 moet worden opgelost (1)
  • Oplossen van deze vergelijking geeft T = 15, 7... (1p)
  • De gevonden waarde van T is geen geheel getal, dus er kan geen volledige competitie gespeeld zijn (1p)

In de tabel staan van de seizoenen 2011/12 tot en met 2021/22 de toenames (positieve getallen) of afnames (negatieve getallen) van het aantal goals per seizoen ten opzichte van het seizoen ervoor.

tabel

seizoen 2011/12 2012/13 2013/14 2014/15 2015/16 2016/17 toename/afname 10 –33 14 –36 –30 –28

seizoen 2017/18 2018/19 2019/20 2020/21 2021/22 toename/afname 76 101 –346 205 –45

In het seizoen 2018/19 werden er 1061 goals gescoord.

Bij het seizoen 2019/20 staat: –346. Dit betekent dat er in dit seizoen

346 goals minder gescoord werden dan in 2018/19. Dit lijkt een enorme daling. In werkelijkheid valt dit wel mee, omdat er in het seizoen 2019/20 maar 232 wedstrijden gespeeld werden, ten opzichte van 306 in de andere jaren.

De uitspraak “Zorgelijke trend: steeds minder goals in de Eredivisie” zegt dat er een afname is in het aantal goals, maar niet of deze afname toenemend, constant of afnemend is. Om het aantal goals in de verschillende seizoenen eerlijk met elkaar te kunnen vergelijken, berekenen we hoeveel goals er in het seizoen 2019/20 gescoord zouden zijn als er in dat seizoen niet 232 maar 306 wedstrijden gespeeld zouden zijn. We nemen daarbij aan dat in dat seizoen het aantal goals recht evenredig is met het aantal gespeelde wedstrijden. Hierdoor zullen de waardes in de tabel bij de seizoenen 2019/20 en 2020/21 veranderen.

Vraag 6 4 punten

Onderzoek of er op basis van deze veranderde waarden sprake was van een toenemende, constante of afnemende daling van het aantal goals in de seizoenen 2020/21 tot en met 2021/22.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • In 2019/20 worden er gemiddeld = 3, 08... goals per wedstrijd 232 gescoord in (306–232=) 74 wedstrijden minder; dit komt (volgens de aanname) overeen met 74 · 3, 08... = 228 goals (1p)

Opmerking Als de kandidaat de aantallen goals tussentijds niet op helen afrond, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

In het seizoen 2018/19 was de wedstrijd Heracles Almelo - Excelsior de wedstrijd met de meeste goals: de einduitslag was 4-5 na een ruststand van 1-2.

Vraag 7 4 punten

Bereken hoeveel verschillende scoreverlopen er mogelijk zijn voor een wedstrijd met als einduitslag 4-5 en een ruststand van 1-2.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Een ruststand van 1-2 kan via 3 verschillende scoreverlopen worden bereikt (1)
  • Na 1-2 wordt er nog 3 keer gescoord door de thuisclub en 3 keer door de uitclub (1)
  • Dit kan op = 20 manieren (1)
  • Dus in totaal zijn er 60 verschillende scoreverlopen mogelijk (1)

Trappen

In Landgraaf (Zuid-Limburg) bevindt zich de langste foto 1 openluchttrap van Nederland: de Wilhelminatrap. Zie foto 1. De 508 treden tellende trap is 248 meter lang. De treden beneden zijn breder dan boven: beneden zijn ze 12 meter breed en boven 2 meter. Op deze manier wordt de illusie gewekt dat de trap oneindig lang is.

Op de uitwerkbijlage staan drie vereenvoudigde perspectieftekeningen van de bovenste en onderste trede van een trap. Ook is de ‘horizon’ aangegeven.

Vraag 8 3 punten

Beredeneer met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage welke perspectieftekening (A, B of C) het beste bij de Wilhelminatrap past.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het verdwijnpunt moet bij de Wilhelminatrap lager liggen dan de getekende ‘horizon’ (omdat de bovenste trede smaller is dan de onderste) (1)
  • Het verdwijnpunt tekenen bij B (1)
  • De conclusie dat trap B het beste bij de Wilhelminatrap past (1)

Er bestaan verschillende trappen en niet alle trappen lopen even gemakkelijk. Dit heeft onder andere te maken met:

  • de optrede o: dit is de verticale lengte van een traptrede in cm;
  • de aantrede a: dit is de horizontale lengte van een traptrede in cm;
  • de helling h: de richtingscoëfficiënt van de ‘raaklijn’ aan de trap. o Zie figuur 1. Er geldt h = en dan volgt: h · a = o (formule 1) a

[figuur 1: zie het originele examen]

Er zijn drie typen trappen, afhankelijk van de helling. Zie de tabel.

tabel steile trap helling groter of gelijk aan 1 normale trap helling tussen 0,58 en 1 luie trap helling kleiner of gelijk aan 0,58

Vraag 9 3 punten

Bereken de mogelijke aantreden van een normale trap met een optrede van 20 cm. Geef je antwoord in gehelen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Helling 1 geeft een aantrede van 20 (cm) (1)
  • Helling 0,58 geeft een aantrede van 0,58 20 = 34, 4... (cm) (1)
  • De gevraagde aantreden zijn minimaal 21 en maximaal 34 (cm) (1)

foto 2 figuur 2

Een architect wil een trap maken die net als de Wilhelminatrap 248 meter lang is en 95 meter hoog. De architect wil alle 22 trapdelen even lang en even steil maken. Ook alle plateaus worden onderling even lang.

Vraag 10 5 punten

Bereken wat de maximale lengte van één horizontaal plateau zou moeten zijn, zodat alle trapdelen nog net in de categorie luie trap vallen. Geef je antwoord in gehele cm.

Bekijk het antwoord
  • Het horizontale gedeelte is 2482 − 952 = 229, 08... (m) (1)
  • De optrede van één deel is = 4, 31... (m) (1)
  • Er moet gelden helling = h = = 0,58 (of 0, 58 · a = o ), dus de aantrede a 4,31... van één deel mag (minimaal) = 7, 44... (m) zijn (1)
  • Alle 22 aantreden samen zijn dan 22 · 7, 44... = 163, 79... (m) (1)
  • Alle 21 horizontale plateaus zijn dan 229, 08... − 163, 79... = 65, 28... (m), 65, 28... dus één plateau is = 3,109... dus maximaal 310 (cm) (1)

Voor trappen binnenshuis geldt dat deze vaak steiler zijn dan trappen buiten (zoals bijvoorbeeld de Wilhelminatrap). Voor een trap binnenshuis geldt meestal een helling van 0,76. Om een trap met zo weinig mogelijk energie te betreden bedacht de Franse architect François Blondel (al in de 17e eeuw) de volgende formule: 2o + a = 63 (formule 2) Hierin is o de optrede in cm en a de aantrede in cm.

Met behulp van formule 1 en formule 2 én een helling van 0,76 kunnen de optrede en aantrede van een zo efficiënt mogelijk te betreden trap berekend worden.

Vraag 11 4 punten

Bereken de optrede en de aantrede van deze trap.

Bekijk het antwoord
  • o = 0, 76 · a (1)
  • 2 · o + a = 63 geeft de vergelijking 2 · 0, 76 · a + a = 63 (1)
  • Oplossen van deze vergelijking geeft a = 25 (dus de aantrede is 25 (cm)) (1)
  • o = (0, 76 · 25 =)19 of o = = 19 (dus de optrede is 19 (cm)) (1)

Niet alle trappen lopen recht omhoog. Binnenshuis loopt een trap soms met een draai, zoals de trap op foto 3. In figuur 3 staat een vooraanzicht van deze trap, getekend vanuit de positie recht voor de paal waar de trap omheen draait. In figuur 4 is een bovenaanzicht van deze trap te zien, waarin de treden elkaar niet overlappen. In figuur 5 is een losse trede van de trap te zien.

foto 3 figuur 3

figuur 4 figuur 5

Verder geldt:

  • De trap is 2,47 meter hoog.
  • De trap maakt een draai van 190 graden.
  • De buitendiameter van de trap is 1,82 meter en de binnendiameter is

12 cm.

  • De 12 treden van de trap hebben allemaal precies dezelfde vorm en afmetingen.
  • De 12 optreden van deze trap zijn allemaal even groot. We nemen voor de aantrede de lengte van de cirkelboog die precies door het midden van een trede loopt. Zie figuur 5. Met behulp van de formule van de omtrek van een cirkel ( omtrek cirkel = 2π · straal ) is deze aantrede te berekenen.

Vraag 12 5 punten

Bereken of hier sprake is van een steile, normale of luie trap.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De lengte van de optrede is = 20, 58... (cm) (1)
  • De aantrede is een deel van de cirkel met straal + 6 = 48, 5 (cm) (1)
  • De omtrek van de hele cirkel is 48, 5 · 2 · π (=304,73… cm) (1)
  • Dit geeft voor de lengte van de aantrede 304, 73... · :12 = 13, 40... 360 (cm) (1)
  • De helling van de trap is = 1,53... > 1 , dus er is sprake van een 13, 40... steile trap (1)

Dr. Nim

The Amazing Dr. Nim is een bordspel uit de jaren 60 van de vorige eeuw. Het is een spel voor één speler, waarbij het spel zelf (Dr. Nim) de tegenstander is.

Het spel werkt met een ingenieus systeem van schakelaartjes die ervoor zorgen dat Dr. Nim een bepaalde strategie kan uitvoeren.

De spelregels zijn eenvoudig: het spel begint met 12 knikkers. De speler is altijd eerst aan de beurt en mag in zijn beurt 1, 2 of 3 knikkers pakken. Daarna mag Dr. Nim op zijn beurt 1, 2 of 3 knikkers pakken. Dit gaat zo door tot er geen knikkers meer over zijn. Degene die de laatste knikker pakt wint.

Als je het spel met slechts 4 knikkers zou spelen in plaats van 12, kan Dr. Nim altijd winnen.

Vraag 13 2 punten

Licht dat toe.

Bekijk het antwoord
  • De speler moet altijd ten minste 1 knikker pakken, maar kan niet alle vier de knikkers pakken (1)
  • Nadat de speler zijn knikker(s) heeft gepakt, zijn er maximaal 3 knikkers over, dus Dr. Nim kan altijd de laatste knikker pakken (1)

Voor het vervolg van de opgave voeren we de volgende notaties in:

  • S n betekent ‘de speler pakt n knikkers’
  • Dn betekent ‘Dr. Nim pakt n knikkers’
  • W betekent ‘de speler kan winnen’

Bij dit spel met 12 knikkers is de strategie van Dr. Nim als volgt:

Als de speler 1 knikker pakt, dan pakt Dr. Nim 3 knikkers; als de speler 2 knikkers pakt, dan pakt Dr. Nim 2 knikkers; als de speler 3 knikkers pakt, dan pakt Dr. Nim 1 knikker.

Vraag 14 4 punten

Vertaal elk van de drie stappen van deze strategie, gebruikmakend van de bovenstaande notaties, in logische symbolen en leg uit waarom deze strategie altijd tot winst voor Dr. Nim zal leiden.

Bekijk het antwoord
  • Het vertalen van de eerste stap in S1 ⇒ D3 , de tweede stap in S 2 ⇒ D2 en de derde stap in S3 ⇒ D1 (1)
  • Het inzicht dat er na de eerste beurt van Dr. Nim 8 knikkers over blijven (1)
  • Het inzicht dat na een volgende beurt van beide spelers er nog 4 knikkers over blijven (1)
  • De conclusie dat Dr. Nim dan altijd wint (volgens vraag 13) (1)

Het spel is niet zo leuk als je altijd verliest, dus daarom is het ook mogelijk om Dr. Nim een foutje te laten maken. Een speler kan het spel zó instellen dat Dr. Nim niet volgens de eerder genoemde strategie speelt, waardoor de speler een kans heeft om te winnen.

Bij deze nieuwe spel-instelling zal Dr. Nim alleen in zijn eerste beurt een foutje maken. Dat geeft de speler één kans om het spel te winnen door in zijn tweede beurt precies het juiste aantal knikkers te pakken. Als de speler het verkeerde aantal knikkers pakt, zal Dr. Nim een slimme tegenzet doen en daardoor het spel winnen.

We voeren de volgende extra notaties in:

  • E n betekent ‘de speler pakt in de eerste beurt n knikkers’
  • Tn betekent ‘de speler pakt in de tweede beurt n knikkers’

Hieronder staan twee logische beweringen die gaan over de variant waarin Dr. Nim in zijn eerste beurt een foutje maakt.

1 ( E2 ∧ D3 ∧ ¬ T3 ) ⇒ ¬ W

2 ( E3 ∧ ( D2 ∨ D3 )) ⇒ W

Vraag 15 4 punten

Vertaal deze beweringen in een gewone Nederlandse zin en leg van elke bewering uit of deze juist is.

Bekijk het antwoord
  • De eerste bewering: Als de speler in de eerste beurt 2 knikkers pakt en Dr. Nim pakt 3 knikkers en de speler pakt in de tweede beurt niet 3 knikkers, dan kan de speler niet winnen (1)
  • Deze bewering is juist. Als de speler niet 3 knikkers pakt, blijven er 5 of 6 knikkers over. Dr. Nim kan dit aantal tot 4 knikkers terugbrengen, dus verliest de speler (1)
  • De tweede bewering: Als de speler in de eerste beurt 3 knikkers pakt en Dr. Nim pakt 2 knikkers of 3 knikkers, dan kan de speler winnen (1)
  • Deze bewering is juist. Als de speler 3 knikkers pakt en Dr. Nim pakt 2 of 3 knikkers, dan komt het aantal knikkers op 6 of 7. De speler kan dit aantal tot 4 knikkers terugbrengen dus verliest Dr. Nim (1)

Procenten en zwemtijden

Bij wedstrijdzwemmen kunnen verschillende afstanden en slagen gezwommen worden. Er kan bijvoorbeeld de 25 meter vlinderslag, de

50 meter rugslag of de 100 meter schoolslag gezwommen worden.

Op de website www.swimrankings.net wordt van veel zwemwedstrijden de uitslag gepubliceerd. Op deze website worden ook ranglijsten en persoonlijke records van zwemmers bijgehouden. Een persoonlijk record is de snelste tijd die een persoon ooit gezwommen heeft op een bepaalde afstand en met een bepaalde slag.

In de uitslagen van wedstrijden worden onder andere de gezwommen tijd, het oude persoonlijke record en een percentage genoemd. Dit percentage geeft aan hoe goed de gezwommen tijd is ten opzichte van het oude persoonlijke record. Het percentage wordt op een heel andere manier berekend dan de standaardberekening met procentuele toenames. Daarom noemen we dat percentage in deze opgave de Swimrankingsscore en niet een percentage.

De Swimrankingsscore wordt berekend met de formule: 2 o Ssw = ·100 (formule 1) n

Hierin is S sw de Swimrankingsscore, o het oude persoonlijke record in seconden en n de gezwommen tijd in seconden.

Als een zwemmer een persoonlijk record verbetert, dan is meestal de Swimrankingsscore tussen de 100 en 120. Er zijn echter uitzonderingen, zo zwom Myrthe in november 2022 op de 25 meter vlinderslag een Swimrankingsscore van 287,7. Haar oude persoonlijke record was 29,77 seconden.

Vraag 16 3 punten

Bereken de tijd die Myrthe in november 2022 zwom. Geef je antwoord in seconden in twee decimalen.

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking ·100 = 287, 7 moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • Het antwoord: 17,55 (seconden) (1)

In formule 1 worden o en n als losse variabelen gebruikt, maar vooral de n verhouding r = is van belang. Er geldt: o

  • Als 0 < r < 1 , dan is er sprake van een verbetering van het persoonlijk record.
  • Als r ≥ 1 , dan is er geen verbetering van het persoonlijk record.

100 Formule 1 kan worden herschreven tot Ssw = (formule 2). r2

Er kan ook een alternatieve Swimrankingsscore worden bepaald. Daarbij hoort de volgende formule: S alt = 200

  • 100r (formule 3)

n Hierin is S alt de alternatieve Swimrankingsscore en r = (met o het oude o persoonlijke record in seconden en n de gezwommen tijd in seconden).

Vraag 17 3 punten

Onderzoek of het mogelijk is dat formule 2 en formule 3 dezelfde uitkomst geven, als een zwemmer zijn persoonlijk record niet verbeterd heeft.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het inzicht dat bij niet verbeteren kan gelden o = n en dus r = 1 (1p)

Gegeven zijn de volgende twee beweringen:

1 De uitkomsten van S sw en Salt zijn altijd positief.

2 Als er gerekend wordt met Salt in plaats van S sw dan kun je nooit een Swimrankingsscore van 287,7 halen.

Vraag 18 4 punten

Geef van beide beweringen aan of ze wel of niet waar zijn. Licht je antwoord toe.

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kandidaat geen of een onjuiste redenering gebruikt, voor het betreffende antwoordelement geen scorepunten toekennen.
  • Voor beide antwoordelementen mag voor een niet volledig juist antwoord 1 scorepunt worden toegekend.

CO2 in de atmosfeer

In deze opgave kijken we naar het verloop van de concentratie CO2 in de atmosfeer. Onderzoekers hebben geconstateerd dat de natuurlijke concentratie CO 2 eeuwenlang stabiel is gebleven rond de 280 ppm (parts per million). De toename van de concentratie CO2 sinds de industriële revolutie wordt met name veroorzaakt door massaproductie van goederen en voedsel. In de figuur zie je het verloop van de concentratie CO2 in de periode 1800–2009.

figuur

De toename verloopt exponentieel. Het verloop van de concentratie CO2 kan worden benaderd met het model:

C = 280 + g t Hierbij is C de concentratie CO2 in ppm en t de tijd in jaren met t = 0 op

1 januari 1800. De waarde 280 staat in dit model voor de constante natuurlijke concentratie CO 2.

Op 1 januari 2002 was de concentratie CO 2 370 ppm. Met dit gegeven en met behulp van bovenstaande gegevens is te berekenen dat de waarde van g, afgerond op vier decimalen, gelijk is aan 1,0225.

Vraag 19 3 punten

Bereken de waarde van g in vijf decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De vergelijking 280 + g 202 = 370 moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • Dit geeft g = 1, 02253 (1)

Vraag 20 3 punten

Bereken in welk jaar de concentratie CO2 verdubbeld zal zijn ten opzichte van de natuurlijke concentratie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als met een nauwkeurigere waarde van g wordt gerekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Zoals je in de figuur kunt zien is de grafiek toenemend stijgend. De t formule C = 280 + 1,0225 benadert deze stijging.

Vanaf 1800 duurde het 150 jaar totdat de concentratie CO 2 met (ongeveer) 10% was toegenomen. Vanaf 1950 duurde het veel korter totdat de volgende 10% stijging van de concentratie CO2 werd gemeten.

Vraag 21 4 punten

Bereken hoeveel gehele jaren hiervoor nodig waren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als met een nauwkeurigere waarde van g wordt gerekend, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
  • Als gerekend wordt met C = 281 in 1800 (t = 0), hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2025, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-25-2-o

Andere examens wiskunde C vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2?

Het centraal examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (13), ruimtemeetkunde (3) en logisch redeneren (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-25-2-c).

Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.