Eindexamen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Groeipercentages wereldbevolking, Turm, Maakt geld gelukkig?, Lootjes trekken, Pokémon GO, De slimste mens, (55 , 89) (34 , 57) (42 , 68) (89 , 144) (57 , 89), (55 , 89) (34 , 57) (42 , 68) (89 , 144) (57 , 89).

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1 loopt tot vraag 24. Van 23 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (10), ruimtemeetkunde (3) en statistiek (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Formules en grafieken1-4, 10, 14-1810
Ruimtemeetkunde5-73
Statistiek8-9, 233
Logisch redeneren11-133
Rijen19, 22, 243
Kansrekening201

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Groeipercentages wereldbevolking

De wereldbevolking is gedefinieerd als het totaal aantal levende mensen op aarde op een bepaald moment. Het blijkt moeilijk te zijn om op een bepaald moment de wereldbevolking exact te bepalen, daarom wordt de wereldbevolking in werkelijkheid altijd geschat. Hierbij worden verschillende modellen gebruikt. Begin 2019 werd op basis van een van die modellen de wereldbevolking op 7,67 miljard mensen geschat.

Volgens hetzelfde model zou dat 7,1% zijn van het totaal aantal mensen dat tot dan toe ooit op aarde had geleefd.

Vraag 1 2 punten

Bereken hoeveel mensen er volgens dit model tot 2019 ooit op aarde hebben geleefd. Geef je antwoord in gehele miljarden.

Bekijk het antwoord
  • Het gevraagde aantal is (1)
  • Het antwoord: 108 (miljard) (1)

De wetenschapper Doug Boucher beweerde in 2018 dat de wereldbevolking al ruim een halve eeuw bij benadering lineair groeide. Hij baseerde dit lineaire model op historische gegevens. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Voor zijn lineaire benadering gebruikte Boucher dat de wereldbevolking groeide van 3,084 miljard halverwege 1961 tot 7,330 miljard halverwege 2016.

Veronderstel dat Bouchers lineaire benadering ook na 2016 bleef gelden, dan volgt hieruit een lagere schatting voor de wereldbevolking begin 2019 dan de eerder genoemde schatting van 7,67 miljard.

Vraag 2 3 punten

Bereken hoeveel lager de schatting volgens Bouchers lineaire benadering uitvalt. Geef je antwoord in gehele miljoenen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • (In een periode van 55 jaar is de wereldbevolking met gemiddeld) 7, 330 − 3, 084 ( = 0, 0772) (miljard per jaar gegroeid) (1)
  • De wereldbevolking begin 2019 is dan (volgens de lineaire benadering) 7, 33 + 0, 0772 · 2, 5( = 7, 523) (miljard) (1)
  • Het antwoord: 7, 67 − 7, 523 = 0,147 , dus 147 (miljoen lager) (1)

Als de wereldbevolking bij benadering lineair groeit, dan zal het jaarlijkse groeipercentage afnemen.

Vraag 3 2 punten

Beredeneer dit zonder gebruik te maken van een getallenvoorbeeld.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij lineaire toename neemt de wereldbevolking elk jaar met evenveel mensen toe en wordt de totale wereldbevolking steeds groter (1)
  • Bij de berekening van het groeipercentage wordt dus hetzelfde getal (de toename) door een steeds groter getal (de totale wereldbevolking) gedeeld, waardoor het groeipercentage afneemt (1)

In figuur 2 zijn de jaarlijkse groeipercentages voor de periode 1950-2050 weergegeven. Hierbij zijn de percentages na 2013 voorspelde percentages. Bovendien is een trendlijn getekend.

[figuur 2: zie het originele examen]

In tegenstelling tot het model van Boucher waarin de wereldbevolking lineair zou toenemen, geeft de trend in figuur 2 aanleiding voor een ander model waarin de groeipercentages lineair afnemen.

Een formule voor de trendlijn in figuur 2 is: P = −0, 0177t + 2, 2153 Hierin is P het jaarlijkse groeipercentage en t de tijd in jaren met t = 0 het jaar 1950.

In de formule van de trendlijn kun je zien dat in 1950 de wereldbevolking toenam met afgerond 2,2%. Er zijn wetenschappers die vermoeden dat aan het eind van deze eeuw de wereldbevolking nauwelijks nog zal groeien of op termijn misschien zelfs gaat afnemen. Stel dat de groeipercentages zich ook na 2050 volgens de formule van P zullen blijven ontwikkelen.

Vraag 4 3 punten

Bereken in welk jaar de wereldbevolking dan voor het eerst zal afnemen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de vergelijking − 0, 0177t + 2, 2153 = 0 kan worden opgelost (bijvoorbeeld met behulp van een tabel) (1)
  • Dit geeft t = 125,1... (1)
  • Het antwoord: ( 1950 + 126 = 2076 dus in het jaar) 2076 (1)

Turm

De Duitse tekenaar en beeldhouwer Erwin Heerich (1922–2004) maakte in zijn werk vaak gebruik van eenvoudige ruimtelijke figuren. Later in zijn carrière ontwierp hij ook gebouwen.

Op foto 1 zie je zijn Turm (Duits voor 'toren'), foto 1 die hij bedacht voor het openluchtmuseum Museum Insel Hombroich bij Neuss in Duitsland.

Turm heeft de vorm van een kubus met een ribbe van 10 meter. Op een hoogte van

6 meter zijn diagonaal tegenover elkaar twee kubussen met een ribbe van 4 meter weggelaten.

Vraag 5 2 punten

Teken op schaal 1 : 200 het bovenaanzicht van Turm.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • 100 = 5 · = 2 , dus) in het gevraagde bovenaanzicht gaat het om

Op de uitwerkbijlage staat een gestippelde perspectieftekening van een kubus.

Vraag 6 6 punten

Teken in de figuur op de uitwerkbijlage de perspectieftekening van Turm, zonder deuren, vanuit het aanzicht van foto 1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het doortrekken van de onderste en bovenste ribben om de twee verdwijnpunten te bepalen (1)
  • Het tekenen van twee verdwijnlijnen vanaf het punt op hoogte 3 cm op de voorste opstaande ribbe naar de verdwijnpunten (1)
  • Het tekenen van de diagonalen vanaf het hoogste punt van de voorste opstaande ribbe (1)
  • Het tekenen van de verticale lijnstukken vanuit de snijpunten van de diagonalen met de verdwijnlijnen vanaf het punt op hoogte 3 cm op de voorste opstaande ribbe tot aan de bovenste ribben (1)
  • Vanuit de snijpunten op de bovenste ribben met de verticale lijnstukken de twee (andere) verdwijnlijnen laten snijden (1)
  • Het verder afmaken van de tekening (1)

Op foto 2 is Turm vanuit een bijzonder perspectief gefotografeerd waarbij twee hoekpunten van een van de weggelaten kubussen samenvallen.

foto 2 figuur

Foto 2 is op anderhalve meter hoogte genomen, waarbij de camera van de fotograaf precies op het (denkbeeldige) verlengde van een diagonaal van het grondvlak van Turm stond. In de figuur is schematisch de positie van de fotocamera, in punt B, ten opzichte van Turm weergegeven. Uit de gegevens volgt dat EC een diagonaal van een vierkant met zijden van

4 meter is.

Vraag 7 3 punten

Bereken, zonder te meten, op welke afstand vanaf Turm foto 2 gemaakt is. Geef je antwoord in meters in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • ( EC 2 = 42 + 42 ( = 32) , dus) EC = 4 2 + 4 2 = 5, 65... (meter) (1)
  • ( 6 − 1, 5 = 4, 5 , dus) driehoek ABC is een vergroting van driehoek ECD 4, 5 met vergrotingsfactor (1)
  • Het antwoord: ( · 5, 65... = 6, 36... dus) 6,4 (meter) (1)

Maakt geld gelukkig?

Een veelgehoorde bewering is dat geld niet gelukkig maakt. Een groep onderzoekers heeft deze bewering in het begin van deze eeuw onderzocht. Hiervoor hebben respondenten uit 132 landen een identieke vragenlijst ingevuld.

Bij een van de vragen uit deze vragenlijst moesten de respondenten hun leven een cijfer geven op een schaal van 0 tot 10. Dit werd het levensvoldoeningscijfer genoemd.

In de figuur is van de 132 landen uit het onderzoek, die zijn weergegeven als cirkels, het gemiddelde levensvoldoeningscijfer uitgezet tegen het gemiddelde inkomen per inwoner in dollars van dat land.

figuur

In de figuur is ook een trendlijn getekend. Deze trendlijn volgt zo goed mogelijk de landencirkels. Een formule van deze trendlijn is:

L = 0,6 · 2 log(I ) −1,973 Hierin is L het gemiddelde levensvoldoeningscijfer (met voor L een waarde vanaf 0 tot en met 10) en I het gemiddelde inkomen per inwoner in dollars.

Omdat de levensvoldoening alleen maar met een cijfer vanaf 0 tot en met

10 beoordeeld kan worden, is de formule van de trendlijn enkel tussen bepaalde inkomensgrenzen geldig.

Vraag 8 3 punten

Bereken deze grenzen. Geef je antwoord in gehele dollars.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • De vergelijkingen 0, 6 · 2 log( I ) − 1,973 = 0 en 0, 6 · 2 log( I ) − 1,973 = 10 moeten worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijkingen kunnen worden opgelost (1)
  • De antwoorden: 10 en 1 016 374 (dollar) (1)

In de figuur is te zien dat over het algemeen geldt dat hoe hoger het gemiddelde inkomen is, hoe hoger de levensvoldoening is. Dit is niet overal het geval. Zo geldt voor Denemarken en Hongkong dat het gemiddelde inkomen per inwoner bijna even hoog is, namelijk 28 000 dollar. De levensvoldoening is in Denemarken echter aanzienlijk hoger dan in Hongkong. Bij beide landen wijkt het levensvoldoeningscijfer behoorlijk af van wat je op basis van de formule van de trendlijn zou verwachten. De figuur staat vergroot op de uitwerkbijlage.

Vraag 9 3 punten

Onderzoek met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage en de formule van de trendlijn bij welk van deze twee landen de afwijking het grootst is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking De toegestane afleesmarge van het levensvoldoeningscijfer is 0,1.

Op basis van de onderzoeksresultaten deden de onderzoekers de volgende uitspraak:

Elke verdubbeling van het inkomen per inwoner gaat gepaard met een constante toename van het levensvoldoeningscijfer.

2

Vraag 10 3 punten

Bereken met behulp van de formule L = 0,6 · log( I )

  • 1,973 hoe groot de toename is bij een verdubbeling van I. Geef je antwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een passend getallenvoorbeeld, bijvoorbeeld I = 10 000 en I = 20 000 (1)
  • I = 10 000 geeft L = 5, 99... en I = 20 000 geeft L = 6, 59... (1)
  • De gevraagde toename is 0,6 (1)

Lootjes trekken

Veel groepen en families trekken voor Sinterklaas of Kerstmis lootjes om te bepalen wie aan wie een cadeautje geeft.

Het trekken van lootjes kan met behulp van papiertjes worden gedaan. Daarover gaat deze opgave. Dit lootjes trekken gaat als volgt:

  • Elke deelnemer schrijft de eigen naam op een papiertje.
  • Vervolgens worden deze zogenaamde lootjes in een zak gestopt.
  • Daarna trekt iedereen willekeurig blind één lootje uit de zak.

Als iemand het eigen lootje trekt, moeten alle lootjes weer worden ingeleverd en worden de lootjes opnieuw getrokken.

We noemen het trekken van lootjes anoniem als iedereen alleen de naam weet op het lootje dat hij/zij getrokken heeft en van geen enkel ander lootje kan beredeneren door wie het getrokken is. De verdeling van de lootjes over de verschillende personen noemen we goed als niemand het eigen lootje heeft en als het lootjes trekken anoniem is.

We voeren de volgende notaties in: Z Minstens één persoon heeft het eigen lootje getrokken.

A Het lootjes trekken is anoniem.

G De verdeling van de lootjes is een goede verdeling.

Gegeven is de zin: Als niemand het eigen lootje getrokken heeft en het lootjes trekken is anoniem, dan is de verdeling van de lootjes een goede verdeling.

Vraag 11 2 punten

Vertaal de gegeven zin in logische symbolen, gebruikmakend van bovenstaande notatie.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als in het antwoord geen haakjes gebruikt zijn, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

Als de verdeling van de lootjes niet goed is, dan heeft minstens één persoon het eigen lootje getrokken en/of is het lootjes trekken niet anoniem.

Met twee personen is er geen goede verdeling van lootjes mogelijk. Immers:

  • Als je je eigen lootje trekt, dan is de verdeling niet goed. Bovendien weet je dan ook dat de ander zichzelf heeft en is het daarmee ook niet anoniem.
  • Als je het lootje van de ander trekt, dan weet je dat de ander jouw lootje heeft getrokken en is het lootjes trekken niet anoniem.

Ook voor drie personen is het niet mogelijk om een goede verdeling te krijgen.

Sem, Finn en Rik gaan lootjes trekken.

Vraag 12 4 punten

Beredeneer dat er bij deze drie personen geen goede verdeling van de lootjes mogelijk is.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Aangezien Rik niet het eigen lootje mag hebben bij een goede verdeling, moet Rik het lootje van Sem hebben (het lootjes trekken is dus niet anoniem, omdat Sem kan beredeneren hoe de twee andere lootjes verdeeld zijn) (1p)

Een groep van zes personen gaat lootjes trekken. Bij zes personen is lootjes trekken altijd anoniem, zolang mensen niet vertellen welk lootje zij getrokken hebben. In het vervolg van deze opgave hoef je dus geen rekening meer te houden met de anonimiteit. Een mogelijke verdeling van de lootjes is in de tabel weergegeven.

tabel persoon P Q R S T U heeft het lootje getrokken van R P Q T U S

Zonder het van elkaar te weten, vormen P, Q en R een subgroep binnen de groep van zes personen. De drie personen trekken in een soort kringetje elkaars lootje. Dit noemen we een kringetje van lengte 3. Ook S, T en U vormen een kringetje van lengte 3. Omdat niemand het eigen lootje heeft, is er sprake van een goede verdeling.

Met de notatie K n wordt bedoeld dat er ten minste één kringetje van lengte n aanwezig is in de verdeling van de lootjes.

De volgende twee beweringen worden gedaan over het lootjes trekken met zes personen:

  • K5 ⇒ G
  • ( K4 ∧ G ) ⇒ K2

Vraag 13 4 punten

Vertaal elk van de twee beweringen naar een zin en geef van elke zin aan of de bewering waar is of niet. Licht je antwoord toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bewering 1: Als de verdeling een kringetje van lengte 5 bevat, dan is de verdeling goed (1)
  • Bewering 1 is niet waar, omdat bij een kringetje van vijf personen de persoon die niet in het kringetje zit, het eigen lootje heeft getrokken (1)
  • Bewering 2: Als de verdeling een kringetje van lengte 4 bevat en de verdeling is goed, dan bevat de verdeling een kringetje van lengte 2 (1)
  • Bewering 2 is waar, omdat de twee personen die niet in het kringetje van lengte 4 zitten, elkaar getrokken moeten hebben (ze mogen immers niet zichzelf getrokken hebben) en dus een kringetje van lengte 2 vormen (1)

Pokémon GO

Pokémon GO is een spel dat je via een app op een smartphone kunt spelen. Het spel werd op 6 juli 2016 uitgebracht door Nintendo en werd al snel een van de populairste spellen op een smartphone.

In de eerste twee weken na de lancering van Pokémon GO nam het aantal gebruikers spectaculair toe tot 45 miljoen wereldwijd.

Vraag 14 2 punten

Bereken hoeveel gebruikers er gemiddeld per minuut bij kwamen in deze periode. Geef je antwoord in tientallen nauwkeurig.

Bekijk het antwoord
  • Het aantal minuten in twee weken is 2 · 7 · 24 · 60( = 20 160) (1)
  • Het antwoord: = 2232,1... , dus 2230 (gebruikers per minuut) (1)

Pokémon GO was na de lancering veruit het populairst in de Verenigde Staten (VS). De volgende vragen gaan over het aantal gebruikers per dag van Pokémon GO in de Verenigde Staten. In figuur 1 is dit aantal voor de periode juli 2016 tot en met december 2016 weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

In de eerste week na de lancering van het spel op 6 juli 2016 nam het aantal gebruikers per dag toe tot maximaal 28,5 miljoen op 13 juli 2016. Na 13 juli 2016 nam het aantal gebruikers per dag alweer af. De afname verliep in het begin bij benadering lineair tot 15,1 miljoen gebruikers op

12 augustus 2016.

Vraag 15 3 punten

Bereken met behulp van deze gegevens het aantal gebruikers per dag in de VS op 1 augustus 2016. Geef je antwoord in gehele miljoenen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als zowel in deze als in de volgende vraag gerekend wordt met een verkeerd aantal dagen in juli, hiervoor alleen bij deze vraag 1 scorepunt in mindering brengen.

Een formule waarmee het aantal gebruikers per dag vanaf

12 augustus 2016 benaderd kan worden, is:

N = 10,5 · 0,972t + 4,6 Hierin is N het aantal gebruikers per dag in de VS in miljoenen en t de tijd in dagen met t = 0 op 12 augustus 2016.

Vraag 16 4 punten

Bereken hoeveel gehele dagen na de lancering van Pokémon GO op 6 juli het aantal gebruikers per dag in de VS voor het eerst minder dan een kwart was van het maximale aantal gebruikers per dag in de VS.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als zowel in deze als in de vorige vraag gerekend wordt met een verkeerd aantal dagen in juli, hiervoor alleen bij de vorige vraag 1 scorepunt in mindering brengen.

Pokémon GO bestaat uit 40 levels. Een van de redenen dat flink wat gebruikers van Pokémon GO weer afhaken, is dat het steeds moeilijker wordt om een volgend level in het spel te bereiken.

Om een volgend level te bereiken, moet je een bepaald totaal aantal punten behaald hebben. Dit worden XP (Experience Points) genoemd. Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vanaf level 22 blijkt er bij benadering een exponentieel verband te bestaan tussen het level en het totaal aantal behaalde XP. Bij level 22 horen 335 000 XP en bij level 40 wel 20 000 000 XP.

Uit de gegevens volgt dat afgerond op drie decimalen de groeifactor van het totaal aantal behaalde XP per level gelijk is aan 1,255.

Vraag 17 3 punten

Bereken met behulp van de gegevens deze groeifactor in vier decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

20 000 000

Opmerkingen 1

  • Als gerekend wordt met (20 000 000
  • 335 000) 18 , voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.
  • Als gerekend wordt met 59, 701...:18 , voor deze vraag maximaal

1 scorepunt toekennen.

Youtuber Brandon Tan bereikte op een gegeven moment level 40. Naar eigen zeggen behaalde hij tussen level 39 en level 40 gemiddeld

300 000 XP per dag.

Vraag 18 3 punten

Bereken hoeveel dagen hij volgens de gegevens bezig is geweest om van level 39 naar level 40 te komen. Maak gebruik van de groeifactor en geef je antwoord in gehele dagen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het totaal aantal XP bij level 39 is 335 000 ·1, 25517 = 15 921 652,... (1p)
  • Voor level 40 moet er nog bij behaald worden: 20 000 000
    • 15 921 652,... = 4 078 347,... (of 0, 255 ·15 921 652,... = 4 060 021,... ) (XP) (1)

4 078 347,...

Opmerking Als een kandidaat een (nauwkeurigere) groeifactor uit de vorige vraag gebruikt, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.

De slimste mens

'De slimste mens' is een televisiequiz. In elke aflevering van deze quiz strijden drie kandidaten tegen elkaar. In verschillende rondes moet geprobeerd worden zoveel mogelijk seconden te verdienen door juiste antwoorden te geven. De kandidaat die aan het einde de meeste seconden heeft, is 'De slimste van de dag'.

Van deze quiz worden per jaar twee seizoenen uitgezonden, één in de zomer en één in de winter. Elk seizoen bevat 30 of 35 afleveringen. Alleen het 11e seizoen bevatte slechts 5 afleveringen.

In de zomer van 2020 werd het 17e seizoen uitgezonden. De 30e aflevering van dit seizoen was de 500e aflevering van deze quiz.

Vraag 19 3 punten

Bereken hoeveel van de seizoenen vóór dit 17e seizoen uit

35 afleveringen bestonden.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Stel het aantal seizoenen met 35 afleveringen gelijk aan x , dan is het aantal seizoenen met 30 afleveringen (tot en met het 16e seizoen) gelijk aan 15
    • x (1)
  • De vergelijking 35 x + 30(15
    • x ) + 5 = 470 moet worden opgelost (1)

Bij de eerste ronde van de quiz start iedere kandidaat met 60 seconden. In deze ronde kunnen vijf keer 10 seconden worden verdiend. Een mogelijke stand na de eerste ronde is: kandidaat A heeft 70 seconden, kandidaat B heeft 80 seconden en kandidaat C heeft 70 seconden. In totaal zijn er dan 40 seconden verdiend in deze ronde.

Vraag 20 4 punten

Bereken hoeveel verschillende standen er na de eerste ronde mogelijk zijn als er in deze ronde in totaal 40 seconden worden verdiend.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als bij het eerste en het tweede antwoordelement een van de verdelingen 100/60/60, 80/80/60 of 80/70/70 ontbreekt, voor deze opgave maximaal

3 scorepunten toekennen.

Bij de laatste ronde worden drie filmfragmenten getoond. Bij ieder fragment moeten vijf trefwoorden worden genoemd. Hierbij gelden de volgende regels:

  • Per fragment levert het trefwoord dat als eerste juist genoemd wordt

10 seconden op, het tweede 20 seconden en zo verder tot 50 seconden voor het vijfde juist genoemde trefwoord. Dit is onafhankelijk van welke kandidaat het juiste antwoord geeft.

  • Als bij een fragment de eerste kandidaat niet alle juiste trefwoorden heeft gegeven, mogen de andere twee kandidaten proberen de overige juiste trefwoorden te noemen. De kandidaat die op dat moment de minste seconden heeft, mag dit als eerste proberen.
  • Het aantal seconden dat een kandidaat nodig heeft om na te denken en trefwoorden te noemen wordt in mindering gebracht. De kandidaat die aan het einde van deze ronde de meeste seconden heeft, is 'De slimste van de dag'.

Bij een aflevering was de stand voor aanvang van de laatste ronde:

  • kandidaat A: 254 seconden
  • kandidaat B: 273 seconden
  • kandidaat C: 222 seconden

Kandidaat C mocht bij de laatste ronde beginnen en wist vier juiste trefwoorden te geven in 13 seconden. Vervolgens gaf kandidaat A geen juist trefwoord, maar gebruikte wel 6 seconden om na te denken. Kandidaat B paste direct en verspeelde daardoor geen seconden.

In de tabel op de uitwerkbijlage is de tussenstand van de kandidaten na fragment 1 al ingevuld. Verder is voor de overige fragmenten weergegeven hoeveel trefwoorden een kandidaat goed had en hoeveel seconden de kandidaat daarvoor nodig had. Ook is te zien dat kandidaat

A bij fragment 2 mocht beginnen en kandidaat B bij fragment 3.

Vraag 21 5 punten

Bereken welke kandidaat deze aflevering 'De slimste van de dag' was. Je kunt hierbij gebruikmaken van de tabel op de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • De volgorde bij het 2e fragment: A, B, C (1)
  • Het aantal seconden na het 2e fragment: A: 248 + 10 + 20 − 31 = 247 B: 273 − 8 = 265 C: 309 + 30 − 12 = 327 (1)
  • De volgorde bij het 3e fragment: B, A, C (1)
  • Het aantal seconden na het 3e fragment: B: 265 + 10 − 21 = 254 A: 247 + 20 + 30 − 4 = 293 C: 327 − 2 = 325 (1)
  • Conclusie: kandidaat C was ‘De slimste van de dag’ (1)

(55 , 89) (34 , 57) (42 , 68) (89 , 144) (57 , 89)

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 22 2 punten

Onderzoek op welke van deze foto's zonnebloemen staan afgebeeld met een fibonacci-spiralenpaar.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Beschrijven hoe met behulp van de recursieve formule van de rij van Fibonacci de getallenparen gecontroleerd kunnen worden (1p)

(55 , 89) (34 , 57) (42 , 68) (89 , 144) (57 , 89)

In 2012 werd er door het Manchester Museum of Science and Industry een onderzoek gestart naar de aanwezigheid van fibonacci-spiralenparen in zonnebloemen. Voor het onderzoek waren veel zonnebloemen nodig en daarom konden geïnteresseerde mensen zelf zonnebloemen kweken, het aantal spiralen tellen en de gegevens insturen.

De onderzoekers leverden gegevens van 768 zonnebloemen aan en het publiek van 1281 zonnebloemen. Hiervan bleek afgerond respectievelijk 74% en 64% van de zonnebloemen een fibonacci-spiralenpaar te hebben.

Vraag 23 3 punten

Bereken hoeveel procent van het totaal aantal onderzochte zonnebloemen een fibonacci-spiralenpaar had. Geef je antwoord in gehelen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het antwoord: 68(%) (1p)

Niet alle zonnebloemen blijken dus fibonacci-spiralenparen te hebben. Toch is er bij de andere spiralenparen vaak wel iets bijzonders aan de hand, waardoor de andere zonnebloemen ook kunnen worden ingedeeld in zogeheten families.

De zonnebloem van foto 2 heeft het spiralenpaar (29 , 47) en behoort tot een andere familie dan de zonnebloemen met fibonacci-spiralenparen. Bij de familie van deze bloem zijn de spiralenparen twee opeenvolgende getallen uit een andere rij. Deze rij is wel vergelijkbaar met de rij van Fibonacci, want ook voor deze rij geldt dat elke term de som is van de twee voorafgaande termen.

[foto 2: zie het originele examen]

(29 , 47)

Van de familie van zonnebloemen uit foto 2 is het kleinste aantal spiralen

11 en het grootste aantal spiralen 123.

Vraag 24 3 punten

Geef alle mogelijke spiralenparen uit deze familie. Licht je antwoord toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Bij het derde antwoordelement voor het ontbreken van het spiralenpaar (29 , 47) geen scorepunten in mindering brengen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2025, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-1/vw-1026-a-25-1-o

Andere examens wiskunde C vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1 loopt tot vraag 24. Van 23 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (10), ruimtemeetkunde (3) en statistiek (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-1/vw-1026-a-25-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.