Eindexamen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Aankoop en verkoop van woningen, Insectenafname, Kaartenhuis, Volvo Ocean Race, Bevolkingsgroei, Het Rembrandt Lokaal.
Het centraal examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (7), rijen (6) en logisch redeneren (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Formules en grafieken | 3-5, 7-8, 19-20 | 7 |
| Rijen | 9-12, 18, 21 | 6 |
| Logisch redeneren | 13-17 | 5 |
| Statistiek | 1-2, 6 | 3 |
| Kansrekening | 22-23 | 2 |
| Ruimtemeetkunde | 24 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over rijen (25% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over ruimtemeetkunde (4% van de vragen, gemiddeld 17%) en formules en grafieken (29% van de vragen, gemiddeld 41%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Aankoop en verkoop van woningen
In de zomer van 2007 ontstond de wereldwijde kredietcrisis. Ten gevolge van de kredietcrisis is de gemiddelde huizenprijs van koopwoningen in Nederland in de periode 2008-2013 flink gedaald. Zie de figuur. figuur
In de figuur kun je zien dat het hoogtepunt van de huizenprijzen in augustus 2008 was en dat het dieptepunt in juni 2013 was.
Vraag 1 2 punten
Bereken met hoeveel procent de gemiddelde huizenprijs in deze periode is gedaald. Geef je antwoord in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
206 114
- 261948
Opmerking Als in het eerste antwoordelement is gedeeld door 206 114, voor deze vraag geen scorepunten toekennen.
Op de uitwerkbijlage zie je de procentuele verandering van de gemiddelde prijs van woningen in Nederland ten opzichte van het jaar ervoor. Bijvoorbeeld –6% op 1-1-2013 betekent dat tussen 1-1-2012 en 1-1-2013 de gemiddelde prijs van een woning in Nederland met 6% is gedaald.
Vraag 2 4 punten
Bereken met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage met hoeveel procent de gemiddelde prijs van woningen in Nederland tussen 1-1-2012 en 1-1-2017 is toegenomen. Geef je antwoord in hele procenten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Bij het aflezen van de percentages is de toegestane marge 0,2%.
Om ervoor te zorgen dat meer mensen met lage inkomens een koopwoning kunnen betalen, werd in 2004 in Nederland de zogeheten Koopgarantregeling of kortweg Koopgarant ontwikkeld. Bij Koopgarant verkoopt een woningcorporatie een woning aan een particulier, die dan bij de aankoop korting krijgt op de marktwaarde van de woning. Woningcorporatie Prowonen in de gemeente Berkelland in de Achterhoek verkocht in 2012 met Koopgarant een hoekwoning met een marktwaarde van € 191 000. De particuliere koper kreeg een korting van 10% op de marktwaarde. De koper leende voor het kopen van de woning het destijds maximaal haalbare bedrag ter grootte van 108% van de marktwaarde van de woning.
Vraag 3 3 punten
Bereken hoeveel euro de koper hierdoor meer leende dan hij voor de koop van het huis nodig had.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De koper moet 0, 9 ·191 000 ( = 171 900) (€) voor de woning betalen (1)
- De hoogte van de lening is 1, 08 ·191 000 ( = 206 280) (€) (1)
- Het antwoord: 206 280 − 171 900 = 34 380 (€) (1)
Als de particulier na een aantal jaren wil verhuizen, koopt Prowonen de woning weer terug. De terugkoopprijs wordt altijd berekend met de formule: P = p · M + V + q · (T
- V
- M ) Hierin is: P de terugkoopprijs; M de marktwaarde bij de aankoop van de woning; V de bij terugkoop getaxeerde waarde van de verbeteringen die de particulier heeft aangebracht; T de marktwaarde van de woning bij terugkoop; p het deel van de marktwaarde dat de particulier betaalde bij de aankoop; q het deel van de veranderde marktwaarde dat bij terugkoop verrekend wordt.
Alle bedragen zijn in euro.
In 2019 kocht Prowonen de eerder genoemde hoekwoning terug. De veranderde marktwaarde werd voor 85% verrekend in de terugkoopprijs, dus q = 0,85 . De particulier gaf in totaal € 41 000 uit voor verbeteringen aan het huis. Een deel van de € 41 000 heeft in de loop der jaren zijn waarde verloren, want bij de terugkoop in 2019 werd de marktwaarde van deze hoekwoning getaxeerd op € 212 500. Zonder de verbeteringen werd de marktwaarde getaxeerd op € 194 000.
De particulier kreeg minder voor deze hoekwoning terugbetaald dan hij voor de aankoopprijs en verbeteringen had uitgegeven.
Vraag 4 4 punten
Bereken met behulp van de formule voor de terugkoopprijs hoeveel euro hij minder terugbetaald kreeg.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als is doorgerekend met een in de vorige vraag foutief berekende aankoopprijs, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Prowonen bood in 2012 ook tussenwoningen aan met Koopgarant. Voor deze tussenwoningen werd een korting van 15% op de marktwaarde op het moment van aankoop gegeven. Bij de terugkoop zal 77,5% van de veranderde marktwaarde worden verrekend in de terugkoopprijs.
Vraag 5 3 punten
Stel de formule op van de terugkoopprijs P voor tussenwoningen en herleid deze tot de vorm P = a · M + b · T + c · V .
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De formule: P = 0,85 · M + V + 0,775 · (T − V − M ) (1)
- Haakjes wegwerken: P = 0,85 · M + V + 0,775 · T − 0,775 ·V − 0,775 · M (1)
- Het antwoord: P = 0,075 · M + 0,775 · T + 0, 225 ·V (1)
Insectenafname
In oktober 2017 publiceerde PLOS One1) een onderzoek2) naar de afname van insecten in natuurgebieden in Duitsland. In de periode 1989-2016 zijn in diverse Duitse natuurgebieden insecten in vallen gevangen. De insecten werden niet geteld, maar de onderzoekers noteerden dagelijks het gewicht van alle insecten in zo’n val. Vervolgens hebben de onderzoekers voor elk jaar het gemiddelde gewicht per val per dag berekend. Aan de hand van dit gemiddelde gewicht konden de onderzoekers een uitspraak doen over de toename of afname van het aantal insecten. In deze opgave is het gemiddeld gewicht G steeds het gemiddeld gewicht per val per dag in gram. In figuur 1 zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven. Figuur 1 staat vergroot op de uitwerkbijlage. [figuur 1: zie het originele examen]
In figuur 1 is G uitgezet tegen de tijd t in jaren, met t = 0 in 1989.
De schaalverdeling op de verticale as is logaritmisch. Je kunt in de figuur op de uitwerkbijlage bijvoorbeeld aflezen dat in 1989 het gemiddeld gewicht G gelijk was aan 8,4 gram.
noot 1 PLOS One is een internationaal online tijdschrift. noot 2 Er is veel kritiek geweest op de uitvoering van het onderzoek van PLOS One, omdat er gebruikgemaakt zou zijn van incomplete data. In deze opgave gaan we toch uit van de resultaten op basis van het onderzoek.
In een krant stond dat de hoeveelheid insecten in de Duitse natuurgebieden in 27 jaar met ruim 75% afgenomen is.
Vraag 6 4 punten
Onderzoek met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage of een afname van ruim 75% in de periode 1989-2016 te verdedigen is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- De toegestane afleesmarge in de figuur op de uitwerkbijlage is 0,1 cm.
- Als in het derde antwoordelement van het eerste antwoordalternatief is gedeeld door 1,9…, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.
In figuur 2 zijn de resultaten van het onderzoek nogmaals weergegeven. Er is een trendlijn toegevoegd. [figuur 2: zie het originele examen]
Een formule voor de trendlijn in figuur 2 is: log(G ) =
- 0, 028t + 0,924 Hierin is G het gemiddeld gewicht in gram en t de tijd in jaren, met t = 0 in 1989.
Als het onderzoek na 2016 voortgezet zou zijn en als G zich volgens dezelfde trend blijft ontwikkelen, zal G op een gegeven moment minder dan 0,5 gram zijn.
Vraag 7 3 punten
Bereken in welk jaar dat volgens de gegeven formule voor het eerst het geval is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De vergelijking − 0, 028t + 0, 924 = log(0, 5) moet worden opgelost (1)
- Beschrijven hoe de oplossing t = 43, 7... kan worden gevonden (1)
- Het antwoord: in het jaar 2033 (1)
De trendlijn in figuur 2 hoort bij een exponentieel model voor de afname van het gewicht G. De formule van de trendlijn is te herleiden tot
G = 10−0,028t +0,924
Vraag 8 3 punten
Herleid deze formule tot de vorm G = b · g t en bepaal hiermee, zonder getallen in te vullen, de jaarlijkse procentuele afname. Geef je antwoord in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- G = 100,924 ·10−0,028t (= 100,924 · 10−0,028 ) (1)
- De jaarlijkse groeifactor is ( 10−0,028 = ) 0,9375… (1)
- Het antwoord: 6,2(%) (1)
Kaartenhuis
Door speelkaarten op elkaar te stapelen, foto 1 kan je een kaartenhuis bouwen. Op foto 1 zie je een kaartenhuis van drie lagen.
Het kaartenhuis op foto 1 is gebouwd volgens de zogeheten driehoeksconstructie. Bij de driehoeksconstructie ga je als volgt te werk:
- Zet steeds naast elkaar twee kaarten schuin tegen elkaar (de zwarte lijnstukken in de figuur hieronder).
- Leg een kaart op de toppen (de gestippelde lijnstukken in de figuur).
- Ga door tot het kaartenhuis af is. In de figuur is dit schematisch weergegeven voor een kaartenhuis van vier lagen. figuur
In deze opgave beschouwen we kaartenhuizen die volgens de driehoeksconstructie zijn gebouwd. Zowel het aantal staande kaarten als het aantal liggende kaarten in een laag vormt een rij behorend bij een lineair verband. Door voor beide aantallen een directe formule op te stellen, kan een directe formule voor het totaal aantal kaarten in een laag gevonden worden. Deze formule is K ( n ) = 3n
- 1 , met K ( n ) het totaal aantal kaarten in de n-de laag. De liggende kaarten horen bij de laag waarop ze liggen, dus de bovenste liggende kaart in de figuur hoort bij laag 2.
Vraag 9 2 punten
Stel voor zowel de staande kaarten als voor de liggende kaarten in de n-de laag een directe formule op en toon daarmee aan dat K ( n) = 3n
- 1 .
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het aantal staande kaarten in de n-de laag is 2n (1)
- Het aantal liggende kaarten in de n-de laag is n − 1 , dus K ( n) = 2n + n − 1 = 3n − 1 (1)
Een pakje speelkaarten, inclusief jokers, bestaat uit 54 kaarten. Met de kaarten van één pakje speelkaarten wordt een zo hoog mogelijk kaartenhuis gebouwd. Met de kaarten die overblijven wordt daarna een tweede zo hoog mogelijk kaartenhuis gebouwd. Zo gaat men door totdat alle kaarten op zijn of totdat er te weinig kaarten over zijn om nog een kaartenhuis te bouwen.
Vraag 10 5 punten
Onderzoek met een berekening welke kaartenhuizen gebouwd zullen worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als in het tweede antwoordelement niet is aangetoond dat 6 lagen niet kan en/of in het vierde antwoordelement niet is aangetoond dat 3 lagen niet kan, hiervoor in totaal 1 scorepunt in mindering brengen.
De driehoeken van drie kaarten in het vooraanzicht van het kaartenhuis hebben allemaal drie even lange zijden.
De kaarten van het kaartenhuis op foto 1 zijn 63 mm breed en 88 mm lang. We verwaarlozen de dikte van de kaarten. Met kaarten van deze afmetingen wordt een kaartenhuis gebouwd dat minimaal 1 meter hoog is.
Vraag 11 3 punten
Bereken uit hoeveel lagen dit kaartenhuis dan minimaal moet bestaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De hoogte van een gelijkzijdige driehoek van drie kaarten in het vooraanzicht is 882 − 442 = 76, 2... (mm) (1)
- (1 meter is 1000 mm, dus) het minimale aantal lagen is (1)
- Het antwoord: ( = 13,1... , dus minimaal) 14 (lagen) (1)
De kunstenares Lisa Greenfield heeft het kunstwerk House of Cards II ontworpen. Zie foto 2.
[foto 2: zie het originele examen]
Op de uitwerkbijlage is een begin gemaakt van een perspectieftekening van dit kunstwerk. De twee meest linker staande kaarten onderaan zijn getekend. Bovendien is de onderrand van een van de twee staande kaarten direct ernaast getekend.
Vraag 12 5 punten
Teken in de tekening op de uitwerkbijlage de twee staande kaarten direct naast de staande kaarten die al getekend zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Met behulp van de diagonalen van rechthoek PQRS en verdwijnpunt V1 de middens M1 en M2 bepalen (1p)
- Vanuit M1 (of M2) een (verticale) lijn loodrecht op de horizon tekenen; hiermee bovenrand EF tekenen (1p)
Opmerkingen
- Als gevolg van onnauwkeurigheden bij het tekenen kunnen redelijk grote afwijkingen voorkomen. Bij correctie dient daarmee coulant te worden omgegaan.
- De niet-zichtbare kaartranden en de hulplijnen mogen als doorgetrokken lijnen getekend zijn.
Volvo Ocean Race
De Volvo Ocean Race (VOR) is een zeilwedstrijd rond de wereld die om de drie jaar gevaren wordt. Aan de editie van 2017-2018 namen zeven teams deel.
De VOR bestaat uit etappes en havenraces. De etappes gaan van de ene havenplaats naar de andere en duren meerdere dagen. De havenraces zijn wedstrijden van enkele uren dicht bij de kust.
Zowel voor de etappes als voor de havenraces zijn punten te verdienen. De tussenstand na tien etappes en negen havenraces staat in de tabel. Er moeten dan nog één etappe en twee havenraces worden gevaren.
tabel punten voor punten voor plaats team de etappes de havenraces
1 MAPFRE (M) 65 56
2 Team Brunel (B) 65 41
3 Dongfeng Race Team (D) 64 49
4 Team AkzoNobel (A) 53 39
5 Vestas 11th Hour Racing (V) 38 26
6 Team Sun Hung 30 21 Kai/Scallywag (S)
7 Turn the Tide on Plastic (T) 29 17
Voor de havenraces geldt de volgende puntentelling: de winnaar van een wedstrijd krijgt 7 punten, het tweede team krijgt 6 punten, het derde team
5 punten, enzovoort. Een team dat de finish niet haalt, krijgt 0 punten.
Vraag 13 3 punten
Beredeneer of het mogelijk is dat in één van de reeds gevaren havenraces drie of meer teams de finish niet haalden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als in alle havenraces alle teams zouden zijn gefinisht, dan zouden er in totaal ( 9 · (7 + 6 + 5 + 4 + 3 + 2 + 1) = ) 252 punten behaald zijn (1)
- Er zijn in totaal ( 56 + 41 + 49 + 39 + 26 + 21 + 17 = ) 249 punten behaald (1)
- Als drie teams in één havenrace niet finishen, worden er ( 1 + 2 + 3 = ) 6 punten niet behaald (en er zijn 252 − 249 = 3 punten niet verdiend), dus het is niet mogelijk (1)
In het klassement zijn de punten voor de etappes belangrijker dan de punten voor de havenraces. De eindwinnaar van de VOR is het team dat aan het einde de meeste punten voor de etappes behaald heeft.
Als twee teams evenveel punten voor de etappes hebben, wordt gekeken naar de punten voor de havenraces om te bepalen welk team hoger in het klassement staat. In de tussenstand in de tabel is bijvoorbeeld te zien dat team M en team B allebei 65 punten hebben voor de etappes en dat team M op de eerste plaats staat, omdat team M meer punten heeft voor de havenraces.
Voor de laatste etappe zijn nog de volgende punten te verdienen:
- De winnaar van de laatste etappe krijgt 8 punten, het tweede team krijgt 6 punten, het derde team 5 punten, enzovoort (steeds 1 punt minder). Een team dat de finish niet haalt, krijgt 0 punten.
- Het team dat de snelste totale tijd over alle etappes heeft gevaren krijgt een bonuspunt bij de totale punten voor de etappes. Op basis van hun prestaties op de eerdere etappes is nu al bekend dat dit punt naar team D gaat.
Vraag 14 3 punten
Leg uit dat voor de teams die nu in de top 3 staan, geldt dat de laatste twee havenraces alleen nog van invloed zijn op de einduitslag als ten minste twee van de top 3-teams uitvallen in de laatste etappe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Vanwege het bonuspunt van team D hebben de drie beste teams allemaal 65 punten (1)
- Elk team dat in de laatste etappe de finish haalt, krijgt een verschillend aantal punten, dus daarmee ligt de einduitslag vast (1)
- De twee havenraces kunnen alleen de einduitslag veranderen als ten minste twee teams op een gelijk aantal punten eindigen, dit kan alleen als ten minste twee teams in de laatste etappe de finish niet halen (1)
Met nog één etappe en twee havenraces te varen, staat ook voor de overige vier teams de einduitslag nog niet vast. We voeren de volgende notatie in:
H ‘de havenraces zijn nodig om de einduitslag te bepalen’ Verder voegen we extra informatie toe, tussen haakjes, over de uitslag in de laatste etappe. Bijvoorbeeld:
- V (5) ‘team V wordt vijfde in de laatste etappe’
- T (F ) ‘team T haalt de finish in de laatste etappe’
Er geldt bijvoorbeeld: Als in de laatste etappe team S vierde wordt en team T derde, dan zijn de havenraces nodig om de einduitslag te bepalen.
Vraag 15 2 punten
Schrijf deze zin met behulp van bovenstaande afkortingen en met logische symbolen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als bij het antwoord geen haakjes zijn geplaatst om S (4) ∧ T (3) , hiervoor geen scorepunt in mindering brengen.
Er geldt ook: (T (2) ∧ ¬( S (1) ∨ S (3)) ) ⇒ ¬H
Vraag 16 3 punten
Vertaal deze bewering in een gewone zin.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het juist vertalen van de implicatiepijl naar een als-dan-bewering (1)
- Het juist vertalen van het deel ¬( S (1) ∨ S (3)) (1)
- Het antwoord: (een zin als) ‘Als team T tweede wordt en team S wordt niet eerste en niet derde in de laatste etappe, dan zijn de havenraces niet nodig om de einduitslag te bepalen’ (1)
In de tabel lijkt team V zeker te zijn van een vijfde plaats. Dat is echter niet zo. Er is een uitslag van de laatste etappe mogelijk waarbij de havenraces nodig zijn om de einduitslag te bepalen.
Vraag 17 3 punten
Onderzoek welke uitslag van de laatste etappe dat is en beschrijf dit vervolgens met behulp van bovenstaande afkortingen en met logische symbolen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als bij het antwoord geen haakjes zijn geplaatst om ¬V ( F ) ∧ S (1) , hiervoor geen scorepunt in mindering brengen.
Bevolkingsgroei
Er bestaan veel modellen voor het voorspellen van de groei van de wereldbevolking. De voorspellingen kunnen per model behoorlijk uiteenlopen. In de figuur staan een lage, een gemiddelde en een hoge voorspelling voor de totale wereldbevolking. Deze voorspellingen lopen tot en met het jaar 2100.
figuur
De grafiek van de lage voorspelling kan benaderd worden met behulp van de formule Wlaag = 0, 0000513t 4
- 0,0196t 3 + 1,8607t 2 + 19,825t + 2595,5
Hierin is Wlaag de wereldbevolking in miljoenen volgens de lage voorspelling en t het aantal jaren na 1 juli 1950.
Volgens de grafiek van de lage voorspelling bereikt de wereldbevolking eerder dan in het jaar 2100 een maximumwaarde.
Vraag 18 3 punten
Bereken met behulp van de formule voor Wlaag deze maximale grootte van de wereldbevolking. Geef je antwoord in gehele miljoenen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het maximum van Wlaag = 0, 0000513t 4 − 0, 0196t 3 + 1,8607t 2 + 19,825t + 2595,5 moet worden bepaald (1)
- Beschrijven hoe dit maximum kan worden bepaald (1)
- Het antwoord: (dit geeft t = 104,9... en Wlaag = 8737, 4... , dus) 8737 (miljoen) (1)
De grafiek van de hoge voorspelling kan benaderd worden met behulp van de formule Whoog = 0,1927t 2 + 64,866t + 2313, 4
Hierin is Whoog de wereldbevolking in miljoenen volgens de hoge voorspelling en t het aantal jaren na 1 juli 1950.
De hoge en lage voorspelling lopen nogal uiteen. Nog voor het jaar 2100 zal de hoge voorspelling zelfs meer dan twee keer zo groot zijn als de lage voorspelling.
Vraag 19 3 punten
Bereken in welk jaar de hoge voorspelling voor het eerst meer dan twee keer zo groot is als de lage voorspelling.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Er moet gelden Whoog = 2 · Wlaag (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: (dit geeft t = 141,6... , dus) in het jaar 2092 (1)
De meeste deskundigen gaan uit van de grafiek van de gemiddelde voorspelling. De grafiek van de gemiddelde voorspelling staat vergroot op de uitwerkbijlage. De gemiddelde voorspelling gaat uit van een eerst steeds sneller groeiende wereldbevolking en vervolgens een steeds langzamer groeiende wereldbevolking. Er is dus een moment volgens de gemiddelde voorspelling waarop de wereldbevolking het snelst groeit.
Vraag 20 3 punten
Bepaal met behulp van de grafiek op de uitwerkbijlage met hoeveel mensen per jaar de wereldbevolking op dat moment groeit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het antwoord moet in het interval [77, 87] miljoen mensen per jaar liggen.
De grafiek van deze gemiddelde voorspelling kan benaderd worden met behulp van de formule
30 000 Wmiddel = 2,5 + 9,6625 · 0,973t Hierin is Wmiddel de wereldbevolking in miljoenen volgens de gemiddelde voorspelling en t het aantal jaren na 1 juli 1950.
Volgens de formule van Wmiddel bereikt de wereldbevolking na het jaar
2100 op den duur de grenswaarde van 12 miljard.
Vraag 21 5 punten
Leg uit hoe die grenswaarde uit deze formule volgt en bereken in welk jaar de wereldbevolking volgens deze formule voor het eerst minder dan 10% verschilt van de grenswaarde.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als zowel in vraag 19 als in deze vraag een jaartal genoemd wordt dat
1 minder is dan het correcte jaartal, hiervoor bij deze vraag geen scorepunt in mindering brengen.
Het Rembrandt Lokaal
De ontwerpers Maarten Kolk en Guus Kusters deden onderzoek naar het kleurgebruik van Rembrandt. De resultaten van hun onderzoek werden in
2016 tentoongesteld in Het Rembrandt Lokaal in Leiden, in het pand waar de jonge Rembrandt ooit zijn eerste schilderlessen kreeg. Rembrandt mengde zijn verf niet, maar schilderde verschillende kleuren in laagjes over elkaar. Doordat de verf niet dekkend was, hadden ook de onderste lagen nog invloed op de uiteindelijke kleur. De volgorde waarin de laagjes werden aangebracht, was hierin ook belangrijk. Tot slot leverden meerdere laagjes van dezelfde kleur een verdieping op van de kleur, en daarmee dus steeds een andere kleur.
In zijn latere jaren schilderde Rembrandt met slechts 6 verschillende basiskleuren. Daarmee kon hij veel meer kleuren maken dan de 120 kleuren die in de meest uitgebreide schilderskist met olieverf zitten die je tegenwoordig in de winkel kunt kopen.
Vraag 22 3 punten
Bereken hoeveel laagjes verf Rembrandt minimaal moest gebruiken om meer dan 120 kleuren te kunnen maken.
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor een berekening met 6 · 6 = 36 kleuren voor 2 laagjes en 6 · 6 · 6 = 216 kleuren voor 3 laagjes maximaal 1 scorepunt toekennen.
De ontwerpers hebben geprobeerd de kleuren van Rembrandt na te bootsen. Ze ontdekten dat Rembrandt voor elke kleur altijd precies 4 of 5 laagjes verf gebruikte. Je ziet op foto 1 Rembrandts schilderij De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp. Op de trap ervoor staan gekleurde torentjes. De foto staat vergroot op de uitwerkbijlage.
[foto 1: zie het originele examen]
Bij vijf verschillende kleuren die in het schilderij voorkomen, zijn op de trap achter elkaar 4 of 5 torentjes geplaatst. Op deze torentjes is de opbouw van een kleur in het schilderij te zien. Het voorste torentje is volledig beschilderd met de kleur van de ondergrond. Hiervoor koos Rembrandt uit de kleuren wit, bruin of rood. Daarachter staan altijd 3 of 4 torentjes, iedere keer met een extra laag verf, maar wel zodanig dat de laag of lagen eronder zichtbaar blijven. Vanaf laag 2 is gekozen uit de
12 verschillende basiskleuren die Rembrandt in zijn jonge jaren gebruikte. De bovenste kleurencombinatie op het achterste torentje komt overeen met de kleur in het schilderij. Op foto 2 staan vijf torentjes die de opbouw van een kleurencombinatie met 5 lagen verf laten zien.
[foto 2: zie het originele examen]
Voorafgaand aan de analyse van het schilderij hebben de ontwerpers de torentjes van alle mogelijke kleurencombinaties gemaakt volgens bovenstaand voorschrift. Zij hebben hier 4 maanden aan gewerkt. Ga uit van 20 werkdagen per maand.
Vraag 23 3 punten
Bereken hoeveel kleurencombinaties de ontwerpers gemiddeld per werkdag hebben gemaakt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Bij 4 torentjes zijn er 3 ·12 ·12 ·12 ( = 5184) mogelijkheden, bij
5 torentjes zijn er 3 ·12 ·12 ·12 ·12 ( = 62 208) mogelijkheden (1)
De horizontale vlakken van de trappen waarop de torentjes staan, zijn rechthoekig en allemaal gelijk.
Vraag 24 2 punten
Laat met behulp van de foto op de uitwerkbijlage zien dat de traptreden ook allemaal even hoog zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het tekenen, op een goed zichtbare plaats, van een lijn door de bovenkanten (of de onderkanten) van de traptreden (1)
- De traptreden zijn even hoog, want de bovenkanten (of de onderkanten) van de traptreden liggen op één lijn (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-21-2-o
Andere examens wiskunde C vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2?
Het centraal examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (7), rijen (6) en logisch redeneren (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-21-2-c).
Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.