Eindexamen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Toetsrooster, Vlinders in Nederland, Engelendeel, Tot hier, Cementproductie, New York Pizza.

Kort antwoord

Het centraal examen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (8), logisch redeneren (5) en statistiek (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Formules en grafieken6, 8-11, 16-17, 198
Logisch redeneren1-4, 225
Statistiek5, 7, 18, 204
Rijen12-132
Ruimtemeetkunde14-152
Kansrekening211

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over logisch redeneren (23% van de vragen, gemiddeld 15%) en statistiek (18% van de vragen, gemiddeld 11%). Minder over ruimtemeetkunde (9% van de vragen, gemiddeld 17%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Toetsrooster

Toen toetsroosters nog met de hand werden gemaakt, gebruikte de roostermaker soms een diagram als hulpmiddel. In de figuur zie je zo’n diagram voor 5 vwo voor de dinsdag in een toetsweek. Op die dinsdag worden alleen toetsen gegeven voor de volgende vakken: economie (Ec), geschiedenis (Gs), natuurkunde (Na) en Duits (Du). In het diagram zijn de gegevens weergegeven voor de 20 leerlingen uit 5 vwo voor deze vier vakken. Zo kun je bijvoorbeeld aflezen dat er 5 leerlingen zijn die van deze vier vakken alleen natuurkunde en Duits hebben: gebied R in het diagram.

figuur

Niemand van de 20 leerlingen uit 5 vwo hoeft op dinsdag vier toetsen te maken.

Vraag 1 2 punten

Leg uit hoe je dit in het diagram kunt zien.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Een leerling hoeft alleen 4 toetsen te maken als hij alle vier de vakken heeft; hierbij hoort gebied F (1)
  • In gebied F staat een 0 (dus niemand van deze leerlingen hoeft op dinsdag 4 toetsen te maken) (1)

Voor een roostermaker kan het handig zijn om meer toetsen tegelijkertijd in te roosteren.

Vraag 2 2 punten

Onderzoek met behulp van het diagram welke toetsen tegelijkertijd ingeroosterd kunnen worden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • In het diagram is te zien dat alleen Na en Gs geen gemeenschappelijke leerlingen hebben (en elk van de andere tweetallen van het viertal Na/Ec/Gs/Du bevat altijd ten minste 1 leerling) (1)
  • Het antwoord: (alleen) de toetsen voor Na en Gs kunnen tegelijkertijd ingeroosterd worden (1)

We voeren voor Julia, een leerling uit deze 5 vwo-groep, de volgende notaties in:

  • Ec betekent: Julia heeft economie in haar pakket;
  • Na betekent: Julia heeft natuurkunde in haar pakket;
  • Gs betekent: Julia heeft geschiedenis in haar pakket;
  • Du betekent: Julia heeft Duits in haar pakket.

Roostermaker Hansen, die het vakkenpakket van Julia niet kent, beweert het volgende: Du ⇒ (Na ∨ Gs)

Vraag 3 4 punten

Vertaal deze bewering in een gewone zin en licht met behulp van het diagram toe dat deze bewering juist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Als Julia Duits in haar pakket heeft, dan heeft Julia natuurkunde of geschiedenis in haar pakket (1)
  • Als Julia Duits in haar pakket heeft, dan bevindt Julia zich in een van de gebieden G, H, Q of R (1)
  • De gebieden G en H in het diagram vallen binnen geschiedenis (Gs) (1)
  • De gebieden Q en R in het diagram vallen binnen natuurkunde (Na) (dus de bewering is juist) (1)

In het diagram in de figuur zijn verschillende vakkencombinaties door middel van een bijbehorend gebied weergegeven. Er zijn echter meer combinaties mogelijk met twee of meer van de vier vakken economie, geschiedenis, natuurkunde en Duits dan in dit diagram weergegeven zijn. Een leerling met zo’n vakkencombinatie zou dus niet passen in dit diagram. (Gelukkig kwamen deze vakkencombinaties niet voor bij deze

20 leerlingen.)

Vraag 4 4 punten

Geef alle theoretisch mogelijke combinaties van twee of meer van deze vier vakken en onderzoek voor elke combinatie of deze door middel van een bijbehorend gebied in het diagram weergegeven is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Er is 1 mogelijke combinatie van vier vakken: Ec-Gs-Na-Du (1)
  • Er zijn 4 combinaties van drie vakken mogelijk: Ec-Gs-Na, Ec-Gs-Du, Ec-Na-Du en Gs-Na-Du (1)
  • Er zijn 6 combinaties van twee vakken mogelijk: Ec-Gs, Ec-Na, Ec-Du, Gs-Na, Gs-Du en Na-Du (1)
  • De combinaties Ec-Du en Gs-Na hebben geen bijbehorend gebied in het diagram (en de andere 9 wel) (1)

Vlinders in Nederland

De Vlinderstichting in Nederland houdt jaarlijks vlindertellingen. Er wordt geteld op ruim 800 vaste routes en met een vaste methode. De tellingen worden gedaan door vrijwilligers, samen met iemand van de Vlinderstichting op een route van maximaal een kilometer lang. Op de vastgestelde route wordt in een vijf meter brede strook het aantal vlinders geteld.

Van een van de vlindersoorten, het bruin zandoogje, bruin zandoogje blijkt het aantal al jaren min of meer stabiel te zijn. Een telling op een route van één kilometer leverde

200 bruin zandoogjes op.

Vraag 5 2 punten

Bereken in dat geval het gemiddeld aantal bruin zandoogjes per 100 m2.

Bekijk het antwoord
  • De oppervlakte van de strook is 1000 · 5 = 5000 (m2) (1)
  • Het gevraagde aantal bruin zandoogjes is 20050 = 4 (of 5000 200 ·100 = 4 ) (per 100 m2) (1)

Het aantal bruin zandoogjes is dan wel min of meer stabiel gebleven maar helaas geldt dat niet voor alle vlindersoorten. Het totaal aantal vlinders is in de periode 1992–2017 met 40% afgenomen. Hierbij vermoedt men een exponentiële trend.

Vraag 6 4 punten

Bereken de jaarlijkse procentuele afname in deze periode, uitgaande van de exponentiële trend. Geef je antwoord in één decimaal.

Bekijk het antwoord

Opmerking 0, 6 Als een kandidaat rekent met de groeifactor , ten hoogste 1 scorepunt 25 voor deze vraag toekennen.

De heivlinder is een van de vlindersoorten heivlinder waarvan het aantal sterk is gedaald. Zie figuur 1.

figuur 1 heivlinders

In figuur 1 is op de verticale as een logaritmische schaalverdeling gebruikt. Op deze as is niet het aantal heivlinders maar de populatie- index weergegeven. Deze index geeft het percentage heivlinders aan ten opzichte van het totaal aantal heivlinders in 1992. De populatie-index van het jaar 1992 is dus 100. In 1995 is de populatie-index weer (ongeveer) 100. Met andere woorden: in 1995 waren er (ongeveer) evenveel heivlinders als in 1992.

Nadat het aantal heivlinders vanaf 2003 stabiel leek en zich in de periode 2011–2013 zelfs wat leek te herstellen, was 2017 weer een rampjaar voor de heivlinder.

Vraag 7 3 punten

Bereken met behulp van de figuur het percentage heivlinders in 2017 ten opzichte van het aantal heivlinders in 1992. Geef je antwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Bij het meten is een marge van 0,1 cm toegestaan.

In figuur 2 zie je dezelfde grafiek als in figuur 1 maar nu is een trendlijn toegevoegd.

figuur 2 heivlinders met trend

De trendlijn in figuur 2 hoort bij een exponentieel model voor de afname van de populatie-index. De trendlijn kan worden beschreven met de volgende formule: log( P) = −0,026t + 1,8 Hierin is P de populatie-index en is t het aantal jaren na 1992.

Als de trend zich op dezelfde manier blijft doorzetten, zal het aantal getelde heivlinders in een gegeven jaar minder dan 2% zijn van het aantal getelde heivlinders in 1992.

Vraag 8 2 punten

Bereken in welk jaar dat volgens de gegeven formule voor het eerst het geval zal zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Beschrijven hoe de vergelijking − 0, 026t + 1,8 = log(2) kan worden opgelost (1)
  • Dit geeft t = 57, 6... , dus in het jaar 2050 (1)

De formule log( P) = −0,026t + 1,8 kan worden herleid tot P = 63 · 0,942t waarmee de populatie-index in een bepaald jaar in één keer kan worden berekend.

Vraag 9 3 punten

Laat zien hoe de formule log( P) = −0,026t + 1,8 herleid kan worden tot P = 63 · 0,942t .

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • P = 10−0,026t +1,8 (1)
  • P = 101,8 ·10−0,026t (1)
  • P = 10 · (10 ) (en dit geeft P = 63 · 0,942 ) (1)

Engelendeel

Traditioneel gebrouwen whisky wordt enkele jaren in houten vaten opgeslagen om daarin te rijpen. In het algemeen geldt: hoe langer de whisky rijpt, hoe beter hij smaakt. Lang rijpen heeft echter een nadeel: een deel van de whisky gaat verloren doordat deze in het houten vat trekt of verdampt. Het deel van de whisky dat tijdens het rijpen verloren gaat, wordt het engelendeel genoemd. Het engelendeel wordt uitgedrukt in een percentage per jaar.

Van een bepaald soort whisky is het engelendeel 4,5%. Neem aan dat het engelendeel elk jaar hetzelfde percentage is.

Vraag 10 3 punten

Bereken hoelang het duurt totdat nog maar de helft van de whisky over is. Geef je antwoord in jaren en gehele maanden.

Bekijk het antwoord
  • Het inzicht dat de vergelijking 0,955 x = 0,5 moet worden opgelost (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • Het antwoord: x = 15, 05... , dus 15 jaar en 1 maand (1)

In werkelijkheid is bij traditioneel gebrouwen whisky het engelendeel niet ieder jaar even groot. Zeker aan het begin van de rijpingsperiode is dit deel een stuk groter, doordat de whisky nog in het hout moet trekken.

Pappy Van Winkle 23 is een zeer exclusieve whisky die op traditionele wijze geproduceerd wordt en, zoals de naam al suggereert, 23 jaar in een houten vat rijpt voordat hij in flessen gedaan wordt. Op de website van de producent staat het volgende:

Het rijpingsproces begint met een vat met 200 liter whisky. Het eerste jaar gaat er maar liefst 10% verloren, doordat de whisky in het hout trekt. De

8 jaren erna gaat er 4% per jaar verloren en daarna steeds 3% per jaar. Tenslotte gaat er van het eindproduct ook nog 6 liter verloren bij het vullen van de flessen.

Pappy Van Winkle 23 wordt verkocht in flessen van 750 ml.

Vraag 11 4 punten

Bereken hoeveel van zulke flessen kunnen worden gevuld, uitgaande van

200 liter whisky.

Bekijk het antwoord
  • Na het eerste jaar is er nog 200 · 0,9 = 180 liter over (1)
  • Na 23 jaar is er nog 180 · 0, 968 · 0, 9714 = 84, 77... liter over (1)
  • Uiteindelijk belandt 84, 77... − 6 = 78, 77... liter in flessen (1)
  • = 105, 02... , dus 105 (flessen) (1)

De meeste whisky rijpt tegenwoordig niet meer in houten vaten. In plaats daarvan wordt de whisky in grote metalen ketels gedaan en worden er houtsnippers aan toegevoegd. Hierdoor wordt het engelendeel beperkt tot zo’n 3% per jaar. Voor het vervolg van de opgave gaan we ervan uit dat het engelendeel ieder jaar 3% is.

Bij de massaproductie van whisky wordt ervoor gezorgd dat de totale hoeveelheid whisky gelijk blijft door jaarlijks de ketel weer bij te vullen met nieuw geproduceerde whisky. Hierdoor ontstaat er een mengsel dat maar voor een deel uit de oorspronkelijke whisky bestaat.

Bijvoorbeeld: Een ketel bevat 500 liter whisky. Na een jaar is daarvan 3%, dus 15 liter, verloren gegaan. Er wordt aan het eind van dat jaar

15 liter nieuw geproduceerde whisky in de ketel gedaan, zodat er dan

485 liter whisky van 1 jaar oud en 15 liter whisky van 0 jaar oud in zit. Aan het eind van het tweede jaar is er weer 15 liter verloren gegaan en ook dit wordt weer aangevuld met nieuw geproduceerde whisky, enzovoorts.

In de tabel staat voor een aantal jaren de samenstelling van het mengsel aan het eind van het jaar, in procenten.

tabel

leeftijd van de whisky jaar (n) n n –1 n –2 n –3 n –4

0 100 0 0 0 0

1 97 3 0 0 0

2 94,09 2,91 3 0 0

3 91,27 2,82 2,91 3 0

4 88,53 2,74 2,82 2,91 3

5 85,87 … … … …

In de tabel kun je bijvoorbeeld aflezen dat aan het eind van het 4e jaar 88,53% van het mengsel bestaat uit 4 jaar oude whisky, 2,74% uit 3 jaar oude whisky, 2,82% uit 2 jaar oude whisky, 2,91% uit 1 jaar oude whisky en 3% uit nieuw geproduceerde whisky (0 jaar oude whisky).

Aan het eind van jaar n is een deel van het mengsel dus n jaar oud. De rest is een mengsel van whisky’s van leeftijd 0 jaar tot en met n

  • 1 jaar oud. De percentages later toegevoegde whisky’s in dat mengsel vormen de rij: 3; 2,91; 2,82; 2,74; … .

Vraag 12 2 punten

Stel een recursieve formule op van deze rij.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • W (1) = 3 (1)
  • W ( n + 1) = 0,97 · W (n) (of een vergelijkbare vorm) (1)

Vraag 13 4 punten

Bereken hoeveel procent van het mengsel aan het eind van het 7e jaar bestaat uit whisky van 5 jaar of ouder. Geef je antwoord in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Bij het tweede antwoordalternatief mogen bij het eerste antwoordelement voor een niet volledig juist antwoord 1 of

2 scorepunten worden toegekend.

  • Bij het tweede antwoordalternatief mag ook, als gevolg van tussentijds afronden, het antwoord 85,88(%) worden geaccepteerd.

Tot hier

Aan de oever van de Nederrijn bij Rijswijk staat een kunstwerk van Jan Kleingeld bestaande uit letters van staal. Zie de foto. Zoals je ziet, staat elke letter op een voetstuk. De foto is ook vergroot afgebeeld op de uitwerkbijlage.

foto

De tekst TOT HIER duidt aan dat hier zo’n 2000 jaar geleden de noordgrens van het Romeinse rijk lag. De letters zijn inclusief hun voetstuk 365 cm hoog.

Vraag 14 4 punten

Bereken met behulp van de uitwerkbijlage de hoogte waarop de foto genomen is. Geef je antwoord in gehele cm.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als gevolg van onnauwkeurigheden bij het opmeten in de foto kunnen redelijk grote afwijkingen in de gevonden hoogte voorkomen.

Op de uitwerkbijlage is een begin gemaakt met een perspectieftekening van het woord HIER. De letters hebben een vereenvoudigde vorm en het voetstuk is weggelaten. De letter H ontbreekt nog. De afstand tussen de

H en de I is even groot als de afstand tussen de I en de E, en de letter H is ook even breed als deze afstand. De horizontale middenstreep van de letter E zit, net zoals de horizontale middenstreep van de letter H, precies halverwege de totale hoogte van die letter.

Vraag 15 4 punten

Teken de letter H op de juiste plaats in de perspectieftekening op de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het tekenen van een lijn door de boven- en onderkant van de letters en het tekenen van het verdwijnpunt (1)
  • Het verdubbelen met behulp van de diagonalen van de afstand van I tot E en het tekenen van de rechterpoot van de H (1)
  • Het nogmaals verdubbelen met behulp van de diagonalen van de afstand en het tekenen van de linkerpoot van de H (1)
  • De dwarsbalk van de H tekenen met behulp van het verdwijnpunt (1)

Cementproductie

Cement is een belangrijk bouwmateriaal. Het wordt voornamelijk gebruikt bij het maken van beton.

In figuur 1 staat de wereldwijde cementproductie tussen 1970 en 2010 in miljoenen tonnen per jaar.

[figuur 1: zie het originele examen]

In figuur 1 is te zien dat de cementproductie (ongeveer) exponentieel toenam van 575 miljoen ton in 1970 tot 3800 miljoen ton in 2010.

In 2010 was de verwachting dat de wereldwijde cementproductie ook na

2010 exponentieel door zou blijven stijgen tot ten minste 5000 miljoen ton per jaar. Voor de volgende vraag gaan we van deze verwachting uit.

Vraag 16 5 punten

Bereken in welk jaar de cementproductie in dat geval voor het eerst meer dan 5000 miljoen ton was.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De groeifactor per 40 jaar is 3800 575 (= 6, 6...) (1)
  • De groeifactor per jaar is dus 6, 6... 40 = 1, 0483... (1)
  • Het inzicht dat de vergelijking 575 ·1, 0483... = 5000 moet worden opgelost (met t de tijd in jaren en t = 0 in het jaar 1970) (1)
  • Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
  • Het antwoord: t = 45,8... dus voor het eerst in 2016 (1)

In werkelijkheid heeft de exponentiële stijging zich niet doorgezet. In de periode 2010-2013 was er nog wel sprake van (niet-exponentiële) toename, maar in de periode 2013-2017 bleef de wereldwijde cementproductie nagenoeg stabiel op 4300 miljoen ton per jaar. Dit is te zien in figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

Volgens een artikel van de BBC uit 2018 zal de vraag naar beton, en dus ook de productie van cement, na 2017 weer sterk toenemen. Het artikel stelt dat er in 2030 wereldwijd 25% meer cement geproduceerd zal worden dan in 2017.

Neem aan dat de toename na 2017 lineair verloopt.

Vraag 17 4 punten

Bereken in welk jaar de totale cementproductie in dat geval voor het eerst meer is dan 4500 miljoen ton per jaar volgens het artikel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • • De cementproductie in 2030 is 1, 25 · 4300 = 5375 (miljoen ton) (1) 5375− 4300 • De toename per jaar is (13) = 82, 6... (miljoen ton) (1) • Beschrijven hoe de vergelijking 4300 + 82, 6... · t = 4500 kan worden opgelost (1) • Het antwoord: t = 2, 4... dus voor het eerst in 2020 (1) (4)

Voor de productie van cement is veel energie nodig en bovendien komt er bij het proces behoorlijk wat CO2 vrij. Volgens het artikel van de BBC wordt 8% van de wereldwijde CO 2-uitstoot veroorzaakt door de productie van cement.

In Europa gelden strenge regels voor de productie van cement. Geschat wordt dat in Europa gemiddeld per ton1) geproduceerd cement 750 kg aan CO2 uitgestoten wordt. In China, veruit de grootste producent van cement ter wereld, is deze uitstoot 220 kg per ton geproduceerd cement méér dan in Europa. Het aandeel van China en dat van Europa in de cementproductie zijn in figuur 2 weergegeven. De grafiek staat ook, vergroot, op de uitwerkbijlage.

Vraag 18 4 punten

Bereken met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage voor het jaar 2017 hoeveel keer zo groot de CO2-uitstoot als gevolg van cementproductie in China was ten opzichte van die in Europa. Geef je antwoord in één decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking: Bij het aflezen mag een marge van 50 miljoen ton per jaar gehanteerd worden.

noot 1 1 ton = 1000 kg

Cement wordt voornamelijk gebruikt bij het maken van beton. Het overgrote deel van de CO2-uitstoot als gevolg van het maken van beton komt voort uit de productie van cement. Vanwege de enorme CO 2-uitstoot die gepaard gaat met de productie van cement, wordt er volop gezocht naar milieuvriendelijkere alternatieven.

Een van die alternatieven is het maken van beton zonder daarbij cement te gebruiken. Het Nederlandse bedrijf Sqape ontwikkelde een technologie waarmee dat mogelijk is. Volgens de website van Sqape wordt de CO2-uitstoot zo per ton gemaakt beton verminderd van 750 kg tot 120 kg.

Op de foto zie je een vernieuwd fietspad foto in Zeewolde. Het fietspad bestaat voor 70% uit beton dat met de nieuwe technologie van Sqape is gemaakt en voor 30% uit beton waarbij cement is gebruikt.

De hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij het maken van het beton dat voor dit fietspad gebruikt wordt, kan als volgt berekend worden: 0,7 ·120 + 0,3 · 750 = 309 kg per ton gemaakt beton.

Een van de Europese klimaatdoelstellingen is dat de uitstoot van CO2 als gevolg van het maken van beton wordt verminderd van 750 kg tot

450 kg per ton. Dat kan bereikt worden door een deel van het beton te gaan maken met behulp van de technologie van Sqape.

Vraag 19 4 punten

Onderzoek met een berekening hoeveel procent van het beton ten minste met deze technologie gemaakt moet worden om aan de genoemde klimaatdoelstelling te voldoen. Geef je antwoord in gehele procenten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Het maken van een tabel met ten minste 2 percentages Sqape-beton en de bijbehorende CO2-uitstoot in kg per ton gemaakt beton (1p)
  • Bij 47% Sqape-beton hoort een uitstoot van 453,9 kg per ton (1p)
  • Bij 48% Sqape-beton hoort een uitstoot van 447,6 kg per ton (1p)
  • De CO2-uitstoot moet verminderd worden met 750
    • 450 = 300 kg per ton gemaakt beton (1)
  • De technologie van Sqape zorgt voor een vermindering van

750

  • 120 = 630 kg per ton gemaakt beton (1) 300

New York Pizza

New York Pizza is een Nederlandse pizzaketen, die in 1993 in Amsterdam is opgericht. New York Pizza is een zogenaamde franchise. Dat wil zeggen dat iedereen die dat wil een New York Pizza-filiaal kan openen. Een ondernemer moet dan elk jaar 6,5% van zijn omzet betalen aan het hoofdkantoor van New York Pizza. Door het betalen van deze zogenaamde franchise fee krijgt de ondernemer het recht om het concept van New York Pizza te gebruiken en profiteert hij bovendien van de naamsbekendheid.

In 2017 was de totale omzet van New York Pizza € 99,7 miljoen. Hiervan werd € 23 miljoen gerealiseerd door de groothandel die bij het bedrijf hoort en de rest door de 143 filialen.

Vraag 20 3 punten

Bereken hoeveel er gemiddeld per maand per filiaal aan franchise fee betaald werd in 2017. Geef je antwoord in hele euro’s.

Bekijk het antwoord
  • De omzet per filiaal was (= 0,536...) miljoen (euro) (1)
  • Franchise fee per filiaal per jaar: 0, 065 · 0,536... miljoen (= 34 863, 6...) (1)
  • 1 · 34 863, 6... = 2905,3... dus) 2905 (euro) Het antwoord: ( 12 (1)

Een van de voordelen van het franchisemodel is dat een ondernemer zelf beslissingen mag nemen binnen bepaalde grenzen. Zo is bijvoorbeeld de menukaart niet bij alle New York Pizza-vestigingen hetzelfde.

Bij een bepaalde vestiging van New York Pizza staan er 32 verschillende pizzavarianten op het menu. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een Pizza Hawaii en een Pizza Margherita. Veel pizza’s worden gemaakt op een zogeheten New York Style-bodem, die verkrijgbaar is in vier verschillende maten (20 cm, 25 cm,

30 cm en 35 cm). Ook kan er gekozen worden uit een Italiaanse, een glutenvrije of een biologische bodem, maar van elk van deze drie bodems is er maar één maat beschikbaar (30 cm). Daarnaast bestaat er de mogelijkheid om van één pizzabodem de beide helften te beleggen met twee verschillende varianten van het menu: de zogeheten double tasty.

Vraag 21 3 punten

Bereken hoeveel verschillende pizza’s er bij dit filiaal samengesteld kunnen worden.

Bekijk het antwoord
  • Er zijn 4 + 3 ( = 7) verschillende bodems (1)
  • Er zijn (= 496) mogelijkheden voor de double tasty (1)
  • Er zijn dus ((32 + 496) × 7 =) 3696 verschillende mogelijkheden (1)

In 2018 was een van de meest verkochte bodems de 25 cm New York Style. Volgens de website van New York Pizza is deze pizza goed voor één persoon. De grootste pizzabodem, de 35 cm New York Style, is volgens de website goed voor één à twee personen. Als je met drie personen pizza gaat eten, dan kun je bijvoorbeeld kiezen uit óf twee pizza’s met een diameter van 35 cm óf drie pizza’s met een diameter van 25 cm. Een pizza met een diameter van 25 cm kostte € 8,99 in 2018 en een pizza met een diameter van 35 cm kostte toen € 15,49.

Arie deed in 2018 twee uitspraken:

A: De totale hoeveelheid pizza bij de keuze voor twee grote pizza’s is groter dan bij de keuze voor drie kleine pizza’s.

B: De prijs per cm2 is bij de keuze voor twee grote pizza’s hoger dan bij de keuze voor drie kleine pizza’s.

Vraag 22 5 punten

Onderzoek van elk van beide uitspraken of deze waar is.

Bekijk het antwoord
  • De straal van de grote pizza is 17,5 cm en de straal van de kleine pizza is 12,5 cm (1)
  • De oppervlakte van de grote pizza is: π ·17, 52 ( = 962,1...) cm2 en de oppervlakte van de kleine pizza is π ·12, 52 ( = 490,8...) cm2 (1)
  • De totale pizza-oppervlakte bij de keuze voor 2 grote is 1924,2… cm2 en de totale pizza-oppervlakte bij de keuze voor 3 kleine is 1472,6… cm2 (1)
  • De prijs per cm2 bij de keuze voor de grote pizza is 0,016… euro/cm2 en de prijs per cm2 bij de keuze voor de kleine is 0,018… euro/cm2 (1)
  • Het antwoord: uitspraak A is waar en uitspraak B is niet waar (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-1/vw-1026-a-23-1-o

Andere examens wiskunde C vwo

Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1?

Het centraal examen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1 telt 22 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (8), logisch redeneren (5) en statistiek (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-1/vw-1026-a-23-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.