Eindexamen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Sjinkie, Vacuümgaren, Support, Wereldrecord kratten stapelen, Safari Hide & Seek.
Het centraal examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (11), kansrekening (4) en rijen (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Formules en grafieken | 1, 3-12 | 11 |
| Kansrekening | 2, 17-19 | 4 |
| Rijen | 14-16 | 3 |
| Logisch redeneren | 20-21 | 2 |
| Ruimtemeetkunde | 13 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over kansrekening (19% van de vragen, gemiddeld 5%) en formules en grafieken (52% van de vragen, gemiddeld 40%). Minder over ruimtemeetkunde (5% van de vragen, gemiddeld 17%) en statistiek (0% van de vragen, gemiddeld 12%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Sjinkie
Begin 2015 werd Sjinkie Knegt in Dordrecht voor de tweede maal in zijn carrière Europees kampioen shorttrack. Zo'n kampioenschap bestaat uit het schaatsen van de vier afstanden 500 m, 1000 m,
1500 m en 3000 m. Per afstand kun je punten verdienen. Degene met de meeste punten na vier afstanden is de winnaar. De beste acht deelnemers per afstand krijgen de volgende aantallen punten:
- de eerste plaats krijgt 34 punten;
- de tweede plaats krijgt 21 punten;
- de derde plaats krijgt het aantal punten van de eerste plaats verminderd met het aantal punten van de tweede plaats, dus
34
- 21 = 13 punten;
- de vierde plaats krijgt het aantal punten van de tweede plaats verminderd met het aantal punten van de derde plaats, dus
21
- 13 = 8 punten;
- zo gaat het verder, tot 1 punt voor de achtste plaats. Op die manier ontstaat een deel van de rij van Fibonacci.
Deelnemers die op plaats 9 of lager eindigen, krijgen voor die afstand geen punten. In werkelijkheid kunnen er op sommige afstanden extra punten worden behaald in tussensprints. Deze laten we voor deze opgave buiten beschouwing.
Vraag 1 2 punten
Bereken hoeveel punten de zesde plaats oplevert.
Bekijk het antwoord
- De vijfde plaats krijgt (13 – 8 =) 5 punten (1)
- De zesde plaats krijgt (8 – 5 =) 3 punten (1)
Een deelnemer staat na drie van de vier afstanden op de derde plaats met
6 punten voorsprong op degene die op de vierde plaats staat, nummer vier dus. Nummer twee is niet meer in te halen. Nummer drie overweegt daarom als tactiek voor de vierde afstand om precies achter de nummer vier te blijven en te finishen.
Vraag 2 3 punten
Is dit een veilige tactiek om de derde plaats te behouden? Licht je antwoord toe.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat een antwoord geeft op basis van een correct uitgewerkt/toegelicht tegenvoorbeeld, alle scorepunten voor deze vraag toekennen.
De organisatie overweegt om in een andere shorttrackwedstrijd dezelfde structuur in de puntentelling toe te passen. Nu wil men echter aan de eerste twaalf plaatsen per afstand punten toekennen, waarbij plaats twaalf 1 punt krijgt en plaats elf 2 punten en elke volgende plaats de som van de vorige twee puntenaantallen.
Dit is weergegeven in de volgende recursieve formule, die geldt voor n ≤ 10 : un = un+1 + un+ 2 met u12 = 1 en u11 = 2 Hierin is un het aantal punten dat plaats n krijgt.
Vraag 3 3 punten
Bereken hoeveel punten de eerste plaats in deze puntentelling krijgt.
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor elke fout bij het eerste antwoordelement 1 scorepunt in mindering brengen, met een maximum van 2 scorepunten.
Sjinkie Knegt won de 1500 m tijdens het toernooi in Dordrecht in een tijd van 2 minuten en 14,065 seconden. Een jaar later reed Sjinkie een wereldrecord op deze afstand, met een tijd van 2 minuten en 7,943 seconden.
Vraag 4 4 punten
Bereken hoeveel procent zijn gemiddelde snelheid groter was toen hij het wereldrecord reed dan toen hij in Dordrecht reed. Geef je antwoord in één decimaal.
Bekijk het antwoord
- Zijn tijd tijdens het EK was 134,065 (s) en tijdens het WR 127,943 (s) (1)
- Zijn gemiddelde snelheid tijdens het EK was = 11,18... (m/s) (1)
- Zijn gemiddelde snelheid tijdens het WR was = 11, 72... (m/s) (1)
- = 0, 0478... dus (zijn gemiddelde snelheid was) 4,8(%) 11,18... (groter) (1)
Vacuümgaren
In restaurants en bij hobbykoks is het zogeheten vacuümgaren, een methode voor het gaar laten worden van voedsel, steeds meer in opmars. Bij vacuümgaren wordt, bijvoorbeeld, vlees in een vacuümzak gegaard in een warmwaterbak, ook wel sous-vide genoemd.
foto 1: sous-vide foto 2: vlees in vacuümzak
De bak waarin het water zit, heeft bij benadering de vorm van een balk met binnenafmetingen van 27,5 bij 19,5 bij 12,0 cm (respectievelijk lengte, breedte en hoogte). In de bak zit 2,0 cm onder de rand een maatstreepje. Als het vlees in de vacuümzak in de waterbak ligt, mag de waterspiegel niet boven dit maatstreepje uitkomen.
Op foto 2 is een entrecote in een vacuümzak afgebeeld die in de sous-vide van foto 1 gegaard wordt. Foto's 1 en 2 zijn niet op dezelfde schaal afgebeeld.
De entrecote op foto 2 is 3,5 cm dik. Het boven- en onderoppervlak van de entrecote zijn gelijk, met elk een oppervlakte van ongeveer 120 cm2. Het volume van de vacuümzak mag worden verwaarloosd.
Vraag 5 3 punten
Bereken hoeveel liter water maximaal in de sous-vide gedaan mag worden. Geef je antwoord in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- In de sous-vide mag in totaal maximaal 27,5 ·19,5 ·10 (= 5362,5) (cm3) (1)
- Het volume van de entrecote is 120 · 3,5 (= 420) (cm3) (1)
- Het antwoord: ( 5362,5 − 420 = 4942,5 cm3, dus maximaal) 4,9 (liter) (1)
Hoelang vlees in een sous-vide gegaard moet worden, hangt af van het soort vlees en van de dikte. Hoe dikker een stuk vlees, hoe langer dit gegaard zal moeten worden.
In de rest van de opgave bekijken we de gaartijd van een entrecote. Dat is de minimale tijd die nodig is om een entrecote in een sous-vide te garen. Deze is gaar als de kern ervan een temperatuur van 56 °C bereikt heeft. De Engelse fabrikant van een bepaald merk sous-vide heeft een tabel gemaakt voor het verband tussen de gaartijd van een entrecote en de dikte in inches (1 inch = 2,54 cm). In de volgende tabel is een deel hiervan weergegeven.
tabel dikte (inches) gaartijd (uren:minuten) 0,25 0:23 0,5 0:31
1 1:00 … … De fabrikant heeft daarbij de volgende opmerking geplaatst:
Als de dikte van het vlees toeneemt, neemt de gaartijd exponentieel toe.
Uit de waarden in de tabel volgt echter dat dit geen exponentieel verband is.
Vraag 6 3 punten
Toon dit met een berekening aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat alleen op basis van het eerste antwoordelement concludeert dat de groeifactoren niet gelijk zijn, voor deze vraag ten hoogste 1 scorepunt toekennen.
De fabrikant geeft naast de tabel ook een grafiek voor het verband tussen de dikte en de gaartijd. Zie de figuur.
figuur
Bij het maken van de tabel en de figuur blijkt de fabrikant uit te zijn gegaan van een kwadratisch verband tussen de dikte en de gaartijd. Dit verband wordt gegeven door de formule: T = 0,5916d 2 + 0,0689d + 0,3329 met d ≥ 0,5 Hierin is d de dikte van de entrecote in inches. T is de gaartijd in uren. Er zijn koks die als vuistregel hanteren dat een entrecote met een dikte van een inch een gaartijd van een uur heeft en dat de gaartijd recht evenredig is met de dikte. Een entrecote met een dikte van, bijvoorbeeld, 1,5 inch heeft dan dus een gaartijd van 1,5 uur. Voor een entrecote van 1,3 inch is de gaartijd volgens de vuistregel van de kok korter dan de gaartijd volgens de formule.
Vraag 7 3 punten
Bereken hoeveel minuten korter die gaartijd volgens de vuistregel is. Geef je antwoord in gehele minuten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Volgens de vuistregel is de gaartijd 1,3 · 60 (= 78) (minuten) (1)
- De gaartijd volgens de formule is (0,5916 ·1,32 + 0, 0689 ·1,3 + 0,3329 =)1, 4... (uur) (1)
- Het antwoord: (1,4… uur is 85,3… minuten, dus) 7 (minuten) (1)
Nadat een entrecote in een sous-vide gegaard is, wordt die ook nog kort op een grill of in een pan aangebakken. Hierdoor zal de entrecote nog iets verder garen. Daarom is het bij het bereiden van niet al te dikke entrecotes geen probleem dat de benadering van de gaartijd volgens de vuistregel meestal iets te laag uitvalt. Bij het bereiden van dikkere entrecotes is dat wel een probleem, omdat de kern dan nog te rauw kan blijven. Het verschil tussen de gaartijd volgens de formule en de gaartijd volgens de vuistregel loopt namelijk snel op.
Vraag 8 4 punten
Bereken vanaf welke dikte het verschil in gaartijd minstens een kwartier is. Geef je antwoord in inches in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een formule voor het verschil (in uren) is 0,5916d 2 + 0, 0689d + 0,3329 − d (1)
- De vergelijking 0,5916d 2 + 0, 0689d + 0,3329 − d = 0, 25 (1)
- Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost (1)
- Het antwoord: 1,5 (inch) (1)
Support
Softwarebedrijven maken nieuwe software maar moeten ook aandacht besteden aan het geven van support aan hun klanten. Het geven van deze support kost bij veel softwarebedrijven steeds meer tijd. Als een softwarebedrijf vervolgens geen nieuw personeel wil aannemen, gaat de toenemende tijd die besteed wordt aan support ten koste van de tijd voor het ontwikkelen van nieuwe software.
Bij softwarebedrijf X-tent-O is geconstateerd dat men, als gevolg van deze toenemende vraag naar support, elke maand minder tijd dan in de maand daarvoor besteedt aan het ontwikkelen van nieuwe software.
Alleen voor de volgende vraag gaan we ervan uit dat er door de toenemende vraag naar support elke maand 2% minder tijd aan ontwikkelen besteed wordt dan in de maand daarvoor. Ga er ook van uit dat er in de beginsituatie geen tijd besteed wordt aan support.
Vraag 9 4 punten
Bereken hoeveel procent van de tijd er dan na drie jaar nog aan het ontwikkelen van nieuwe software wordt besteed. Geef je antwoord in gehele procenten.
Bekijk het antwoord
- De maandelijkse groeifactor van de werktijd voor nieuwe software is 0,98 (1)
- De driejaarlijkse groeifactor van de werktijd voor nieuwe software is 0,9836 ( = 0, 483...) (1)
- Het percentage werktijd voor nieuwe software is dan 0, 483... ·100 (1)
- Het antwoord: 48(%) (1)
Vanaf nu veronderstellen we echter dat er door de toenemende vraag naar support elke maand 3% minder tijd aan het ontwikkelen van nieuwe software wordt besteed dan in de maand daarvoor. Zie de figuur.
figuur
Als er elke maand 3% van de beschikbare werktijd afgaat voor support, dan kun je het percentage werktijd P dat aan support wordt besteed, met de volgende formule berekenen: ( P = 100 · 1
- 0,694t ) Hierin is t de tijd in jaren vanaf de start van het bedrijf.
Uit de figuur blijkt dat na twee jaar meer dan de helft van de tijd aan support wordt besteed en dat er na vijf jaar nog maar (ongeveer) 16% van de beschikbare werktijd aan nieuwe software besteed wordt.
Vraag 10 3 punten
Bereken met behulp van de formule de procentuele toename van het percentage werktijd dat aan support wordt besteed tussen twee en vijf jaar na de start van het bedrijf. Geef je antwoord in gehele procenten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Op t = 2 is het percentage 51,8… en op t = 5 is het percentage 83,9… (1)
- De procentuele toename is ·100 ( % ) (=61,8…(%)) (1)
- Het antwoord: 62(%) (1)
Het percentage werktijd dat aan support wordt besteed heeft, zoals ook in de figuur te zien is, een grenswaarde (van 100%). Dat percentage stijgt afnemend naar die grenswaarde.
Vraag 11 4 punten
( ) Beredeneer aan de hand van de formule P = 100 · 1
- 0,694t , zonder getallen in te vullen of een schets te maken, dat het percentage werktijd dat aan support wordt besteed inderdaad afnemend stijgt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 0, 694t wordt kleiner als t groter wordt (1)
- 0, 694t wordt afnemend kleiner als t groter wordt (want 0, 694t kan niet kleiner dan 0 worden) (1)
- 1 − 0, 694t wordt dan afnemend groter als t groter wordt (1)
- Dus ook ( P =)100 · (1 − 0, 694 ) is afnemend stijgend (1)
( Je kunt het verband P = 100 · 1
- 0,694t ) ook zó herschrijven, dat je bij een gegeven percentage dat aan support wordt besteed, kunt berekenen na hoeveel jaren dat percentage wordt bereikt. Dat verband is van de vorm t = a log(b + c · P ) .
Vraag 12 3 punten
Bereken a, b en c.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 1 − 0, 694t = 0, 01P (1)
- 0, 694 = 1 − 0, 01P (1)
- t = 0,694 log(1 − 0, 01P) (dus a = 0, 694 , b = 1 en c = −0, 01 ) (1)
Wereldrecord kratten stapelen
Het wereldrecord kratten stapelen foto stond in 2005 op naam van het dorpje Limmen in Noord- Holland. De inwoners van Limmen stapelden een piramide van 63 365 kratten. De piramide was als volgt opgebouwd: de bovenste laag noemen we de eerste laag en bevat één krat. De laag daaronder is de tweede laag en bevat twee bij twee, dus vier kratten. figuur De hoekpunten van de bovenste krat liggen steeds op de middens van de kratten eronder. De derde laag heeft drie bij drie, dus negen kratten, enzovoort. Zie de foto en de schematische figuur.
Op de uitwerkbijlage zie je een perspectieftekening van de tweede laag van de piramide.
Vraag 13 5 punten
Teken boven op deze tweede laag op de uitwerkbijlage de krat van de eerste laag.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Met behulp van de middens in het voorvlak van de ‘eerste laag’ de verbindingslijnen met het verdwijnpunt op de juiste hoogte tekenen (2p)
Voorbeeld van een tekening:
Opmerking Bij elk van beide bovenstaande oplossingsstrategieën bij het derde antwoordelement uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
Voor het totale aantal kratten Tn van een dergelijke piramide geldt de volgende formule:
n(n + 1)(2n + 1) Tn = 6 Hierbij is n het aantal lagen.
Zoals je op de foto kunt zien, worden de lagen vanaf de onderkant opgebouwd.
Vraag 14 5 punten
Bereken met welke laag, vanaf de onderkant geteld, men bezig was toen men 20% van de 63 365 kratten geplaatst had.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- 0,8 · 63 365 = 50 692 (kratten vanaf de bovenkant van de piramide) (1p)
n(n + 1)(2n + 1) De formule Tn = kan herleid worden tot de vorm 6 Tn = an3 + bn 2 + cn .
Vraag 15 3 punten
Laat deze herleiding zien en laat a, b en c als breuk staan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het eerste antwoordelement mag voor een niet volledig juist antwoord
1 scorepunt worden toegekend.
In 2011 moest Nederland het wereldrecord afstaan aan Duitsland, waar men met 105 995 kratten een piramide heeft gebouwd. Elin beweert dat de Duitse piramide niet op dezelfde manier kan zijn opgebouwd als de Nederlandse piramide.
Vraag 16 4 punten
Onderzoek of Elin gelijk heeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Beschrijven hoe de vergelijking = 105 995 opgelost kan 6 worden (1p)
- Dit geeft n = 67, 7... (1p)
Safari Hide & Seek
Het spel Safari Hide & Seek wordt gespeeld op een bord met vier velden en vier aparte speelstukken.
Het bord en de speelstukken staan afgebeeld op foto 1 en foto 2.
foto 1: bord foto 2: de vier speelstukken
Op de uitwerkbijlage zie je dezelfde foto's nog eens, maar dan voorzien van rasters en van letters bij de velden en nummers bij de speelstukken.
− Elk van de vier velden A, B, C en D op het bord bestaat uit negen vakjes. Op elk van die vakjes kan een olifant, zebra, antilope, leeuw of neushoorn staan. Een vakje kan ook leeg zijn.
- Van de speelstukken is er één dat zes vakjes van een veld op het speelbord bedekt (speelstuk 1) en zijn er drie die elk zeven vakjes bedekken (speelstukken 2, 3 en 4).
De bedenkers van het spel hebben op vijf van de negen vakjes van veld D een dier geplaatst. Deze dieren zijn allemaal verschillend. Vijf verschillende dieren kun je op heel veel manieren over de negen vakjes van veld D verdelen.
Vraag 17 3 punten
Bereken op hoeveel manieren dat kan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Er moeten 5 vakjes gekozen worden waarop een dier geplaatst wordt (of
9 (9)
4 vakjes waarop geen dier geplaatst wordt): dat kan op (of )
5 (4) manieren (1)
- Er zijn 5! mogelijke volgordes voor een serie van 5 dieren (1) 9
- Het antwoord: ( · 5! =) 15120 (1) 5
Doel van het spel is om de speelstukken zó op de vier velden te plaatsen dat een vooraf bepaald aantal olifanten, zebra's, antilopen, leeuwen en/of neushoorns zichtbaar is. Hierbij mogen de speelstukken ook gedraaid worden. Zie foto's 3 en 4 voor twee voorbeelden. In de foto's zijn de nummers van de speelstukken ook aangegeven.
foto 3 foto 4
Op foto 3 zijn de speelstukken zó neergelegd dat alle zes antilopen zichtbaar zijn. Door de speelstukken 2 en 4 te verwisselen en speelstuk 1 een kwartslag te draaien, ontstaat de situatie op foto 4 waarop één olifant, twee antilopen, twee neushoorns en twee leeuwen zichtbaar zijn.
De afbeeldingen van het water en de planten op de speelstukken doen er voor het spel niet toe. Deze afbeeldingen laten we in deze opgave dan ook buiten beschouwing. Speelstuk 3 in de vorm van de letter 'H' kan maar op twee manieren neergelegd worden: staand of liggend.
Ga ervan uit dat alle speelstukken gebruikt worden.
Vraag 18 4 punten
Bereken op hoeveel verschillende manieren de vier speelstukken op het bord geplaatst kunnen worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Speelstuk 1 kan op 4 plaatsen met 4 draaiingen geplaatst worden, dus op 16 manieren (1p)
- Speelstuk 2 kan dan nog op 3 plaatsen met 4 draaiingen geplaatst worden, dus op 12 manieren (1p)
- Speelstuk 3 kan dan nog op 2 plaatsen met 2 draaiingen geplaatst worden, dus op 4 manieren en speelstuk 4 op 1 plaats met 4 draaiingen, dus 4 manieren (1p)
- Het totaal aantal manieren is 16 ·12 · 4 · 4 = 3072 manieren (1p)
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Bij het spel zit ook een boekje waarin verschillende 'spelopdrachten' staan. Het is bij het spelen van het spel de bedoeling deze spelopdrachten te maken.
In het vervolg van deze opgave gaan we een van deze spelopdrachten oplossen met behulp van logisch redeneren. Daarvoor spreken we eerst een notatie af: B2 betekent "speelstuk 2 moet op veld B worden geplaatst". Voor de overige speelstukken en velden gelden vergelijkbare notaties.
Spelopdracht 19 uit het boekje is het plaatsen van de speelstukken zodanig dat er vijf zebra's en twee olifanten zichtbaar zijn en verder geen enkel ander dier.
Volgens spelopdracht 19 moeten er dus vijf zebra's zichtbaar zijn. Daaruit volgt de conclusie dat speelstuk 3 op veld A moet liggen, dus gebruikmakend van bovenstaande notatie moet gelden: A3 .
Vraag 19 3 punten
Leg uit hoe je tot deze conclusie kunt komen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Speelstuk 3 bedekt de vier hoekvakjes en het middenvakje (1p)
Op veld C staat de zebra in een hoek, dus speelstuk 4 kan daar niet liggen. De volgende stappen in de redenering zijn: ( A3 ∧ ¬ C4 ) ⇒ (C1 ∨ C2 ) ¬C1 ⇒ C2
Vraag 20 4 punten
Vertaal deze logische redenering in gewone Nederlandse zinnen en leg uit hoe ¬C1 ⇒ C2 uit spelopdracht 19 volgt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Stap 1 luidt: als speelstuk 3 op veld A wordt geplaatst en speelstuk 4 niet op veld C, dan moet op veld C speelstuk 1 of speelstuk 2 worden geplaatst (1)
- Stap 2 luidt: als speelstuk 1 niet op veld C wordt geplaatst, dan moet op veld C speelstuk 2 worden geplaatst (1)
- Uit spelopdracht 19 blijkt dat er behalve olifanten en zebra’s geen andere dieren zichtbaar mogen zijn (1)
- Als speelstuk 1 op veld C zou worden geplaatst, zó dat de zebra zichtbaar blijft, dan zouden er ook een leeuw en een antilope zichtbaar zijn (en dat mag niet volgens spelopdracht 19) (1)
Op de uitwerkbijlage is in foto 5 al gearceerd hoe speelstuk 3 op veld A moet liggen voor de juiste oplossing van spelopdracht 19.
Vraag 21 6 punten
Beredeneer wat de oplossing van spelopdracht 19 moet zijn en geef op de uitwerkbijlage door middel van arcering aan hoe de andere speelstukken geplaatst moeten worden voor de oplossing van de spelopdracht.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als de redenering opgeschreven is met behulp van de notatie zoals beschreven in de opgave, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
- Als alleen de arceringen in de foto als antwoord zijn gegeven zonder redenering, ten hoogste 3 scorepunten voor deze vraag toekennen.
- Als de redenering begint of na het eerste antwoordelement verdergaat met het plaatsen van speelstuk 4 op veld B en daarna via een correcte redenering met de juiste oplossing geëindigd wordt, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-1/vw-1026-a-22-1-o
Andere examens wiskunde C vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1?
Het centraal examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (11), kansrekening (4) en rijen (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-1/vw-1026-a-22-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.