Eindexamen wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Meer werklozen?, Wonen in New York, foto afbeelding, Incomplete open kubussen, Babynamen, Zevenheuvelenloop.
Het centraal examen wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (8), statistiek (6) en logisch redeneren (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Formules en grafieken | 8, 10, 18-19, 21-24 | 8 |
| Statistiek | 5-7, 16-17, 20 | 6 |
| Logisch redeneren | 1-4 | 4 |
| Ruimtemeetkunde | 11-14 | 4 |
| Rijen | 9 | 1 |
| Kansrekening | 15 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens wiskunde C vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over statistiek (25% van de vragen, gemiddeld 11%). Minder over formules en grafieken (33% van de vragen, gemiddeld 41%) en rijen (4% van de vragen, gemiddeld 11%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Meer werklozen?
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) presenteert ieder kwartaal cijfers over de beroepsbevolking van Nederland. Hierbij wordt onder andere het aantal werklozen vermeld.
Volgens de overheid is iemand werkloos als die persoon aan de volgende drie criteria voldoet: I De persoon heeft geen betaald werk. II De persoon heeft in de afgelopen vier weken naar betaald werk gezocht. III De persoon kan binnen twee weken starten met werken.
We voeren de volgende notaties in:
B Een persoon heeft betaald werk Z Een persoon heeft in de afgelopen vier weken naar betaald werk gezocht S Een persoon kan binnen twee weken starten met werken W Een persoon is volgens de overheid werkloos
In de figuur hieronder is een Venndiagram weergegeven. Dit Venndiagram staat ook vergroot op de uitwerkbijlage.
figuur
Vraag 1 2 punten
Arceer in het Venndiagram op de uitwerkbijlage het gebied waarin zich een persoon bevindt die volgens de drie criteria van de overheid werkloos is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor deze vraag mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.
Vraag 2 2 punten
Leg uit of S een voldoende voorwaarde is voor W en leg uit of S een nodige voorwaarde is voor W.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- S is geen voldoende voorwaarde voor W, want een persoon moet aan drie voorwaarden tegelijk voldoen om (volgens de criteria van de overheid) werkloos te zijn (1)
- Als een persoon niet binnen twee weken kan starten met werken, dan is die persoon (volgens de criteria van de overheid) niet werkloos, dus S is een nodige voorwaarde voor W (1)
Gegeven is de bewering ( S ∧ ¬Z ) ⇒ ¬W .
Vraag 3 3 punten
Vertaal deze bewering in een gewone zin en bepaal of de bewering in overeenstemming is met de drie criteria van de overheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De vertaling van het deel tussen de haakjes: een persoon kan binnen twee weken starten met werken en heeft de afgelopen vier weken niet naar betaald werk gezocht (1)
- De volledige vertaling: als een persoon binnen twee weken kan starten met werken en de afgelopen vier weken niet naar betaald werk heeft gezocht, dan is die persoon (volgens de criteria van de overheid) niet werkloos (1)
- (Deze persoon voldoet niet aan criterium II (of voldoet niet aan alle criteria) en is daarom niet werkloos,) dus) de bewering is in overeenstemming met de drie criteria van de overheid (1)
Of iemand wel of niet werkloos is, wordt bepaald aan de hand van een ingevulde vragenlijst. In de vragenlijst die tot en met 2021 werd gebruikt, werden onderstaande drie meerkeuzevragen gesteld. Bij de drie vragen is met ● aangegeven wat een bepaalde persoon op deze vragen heeft geantwoord.
1) Heeft u op dit moment betaald werk? ○ ja ● nee 2) Heeft u de afgelopen 4 weken naar betaald werk gezocht? ● ja ○ nee 3) Op welke termijn kunt u beginnen met werken? ○ Binnen 2 weken ● 2 weken tot 3 maanden ○ 3 maanden tot 6 maanden ○ 6 maanden of langer
Vraag 4 2 punten
Geef met een redenering in logische symbolen weer, of deze persoon wel of niet volgens de drie criteria van de overheid tot de werklozen wordt gerekend. Gebruik in je antwoord alle vier de symbolen B, Z, S en W.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als in het antwoord in het tweede antwoordelement de haakjes ontbreken, hiervoor geen scorepunt in mindering brengen.
Het CBS is inmiddels overgegaan op een nieuwe methode voor het bepalen van het aantal werklozen. In oktober 2021 is het aantal werklozen zowel met de oude als met de nieuwe methode bepaald. Hierbij bleek dat de nieuwe methode een hoger aantal werklozen opleverde.
In oktober 2021 had Nederland volgens de oude methode 277 duizend werklozen. Dit kwam neer op 2,9% van de beroepsbevolking. Met de nieuwe methode was het 4,02%.
Vraag 5 3 punten
Bereken hoeveel werklozen er met de nieuwe methode meer werden bepaald dan met de oude methode. Geef je antwoord in duizendtallen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- In oktober 2021 bestond de beroepsbevolking uit 277 (= 9551, 7...) (duizend personen) (1)
- Volgens de nieuwe methode was het aantal werklozen 9551, 7... · 0, 0402 ( = 383, 9...) (duizend) (1)
- Het antwoord: (383,9... − 277 =)106,9... dus 107 duizend (of 107 000) (werklozen meer) (1)
Wonen in New York
Wonen in het centrum van een grote stad is in het algemeen duurder dan wonen buiten het centrum. In figuur 1 staan de huurprijzen per maand in
2016 van 1- en 3-kamerappartementen in New York, uitgezet tegen de reistijd met het openbaar vervoer tot 42nd Street, een van de belangrijkste straten in het commerciële centrum. Figuur 1 staat ook vergroot op de uitwerkbijlage.
[figuur 1: zie het originele examen]
Een punt in figuur 1 stelt niet de huurprijs van één appartement voor, maar de gemiddelde huurprijs van alle appartementen met dezelfde reistijd.
Verhuurders van appartementen gebruiken soms de volgende vuistregel:
Voor elke kamer meer in een appartement stijgt de huurprijs met ongeveer 25%.
We bekijken appartementen met een reistijd van 25 minuten.
Vraag 6 3 punten
Onderzoek met behulp van figuur 1 op de uitwerkbijlage of de gemiddelde huurprijs van deze appartementen aan bovenstaande vuistregel voldoet.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- = 1,51... en 1,51...2 = 1, 229... (dus de toename is 22,9…% per 2250 kamer) (1p)
Opmerkingen
- De toegestane marge bij het aflezen van de huurprijzen is $ 100;
- Als er niet exponentieel gerekend is maximaal 1 scorepunt aan deze vraag toekennen.
In figuur 2 op de uitwerkbijlage zijn aan figuur 1 twee trendlijnen toegevoegd. In het vervolg van deze opgave gaan we uit van deze trendlijnen en niet meer van de individuele datapunten.
We bekijken een 1-kamerappartement met een reistijd van 15 minuten tot 42nd Street. Voor de huurprijs van dit appartement kun je ook een 3-kamerappartement huren. De reistijd tot 42nd Street vanaf dat 3-kamerappartement is wel langer dan de reistijd vanaf het 1-kamerappartement.
Vraag 7 3 punten
Bepaal met behulp van figuur 2 op de uitwerkbijlage hoeveel langer de reistijd vanaf dat 3-kamerappartement is. Licht je antwoord toe en geef je antwoord in hele minuten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De toegestane marge bij het bepalen van de reistijd voor het 3-kamerappartement is 2 minuten.
De formule die past bij de trendlijn van de 3-kamerappartementen is:
20 367 H= r 0,571 Hierin is H de huurprijs per maand van een 3-kamerappartement in dollars en r de reistijd tot 42nd Street in minuten.
Vraag 8 2 punten
Beredeneer aan de hand van de formule, zonder getallen in te vullen of een schets/tekening te maken, dat de huurprijs H hoger wordt als de reistijd r korter wordt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als r kleiner wordt, wordt r 0,571 kleiner (1)
- Als r kleiner wordt, wordt er in de formule door een kleiner getal gedeeld dus wordt H groter (1)
foto afbeelding
Elke toren bestaat uit 29 lagen gestapelde kratten. De bovenste laag geven we nummer 1, de laag direct daaronder nummer 2, enzovoorts.
Voor de bovenste 11 lagen geldt voor het aantal kratten per laag: A(n) = 3,5n + 3,5 voor lagen met een oneven nummer A(n) = 3,5n + 3 voor lagen met een even nummer Hierin is A(n) het aantal kratten en n het nummer van de laag.
Neem aan dat voor de overspanning in totaal 4950 kratten zijn gebruikt. Voor beide torens geldt dat laag 12 tot en met laag 29 elk evenveel kratten bevatte als laag 11.
Vraag 9 4 punten
Bereken het totaal aantal kratten in de hele krattenbrug.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (Een tabel met) de aantallen 7, 10, 14, 17, 21, 24, 28, 31, 35, 38, 42 in laag 1, 2, …, 11 (1)
- Het aantal kratten in laag 11 tot en met 29 is (19 · 42 = ) 798 (1)
- Het aantal kratten in de bovenste 10 lagen is (7 + 10 + 14 + 17 + 21 + 24 + 28 + 31 + 35 + 38 =)225 (1)
- Het antwoord: ( 4950 + 2 · (798 + 225) = ) 6996 (kratten) (1)
Op de foto is te zien dat de krattenbrug over een rivier is gebouwd. Deze rivier, de Dommel, stroomt midden onder de brug door. In de figuur is de situatie schematisch weergegeven in een assenstelsel. In deze figuur zijn van de brug alleen de torens en de onderkant van de overspanning weergegeven. Deze onderkant noemen we de boog.
figuur
In de figuur is de grond als x-as genomen en gaat de y-as door het hoogste punt van de boog.
Verder zijn de volgende gegevens bekend, zie de figuur:
- De boog is 26,7 meter breed.
- De maximale hoogte van de boog is 5,3 meter ten opzichte van de grond.
- De Dommel is 9,0 meter breed.
Voor de boog kan een formule worden opgesteld van de vorm y = a · x 2 + 5,3 .
Na afronding geldt a =
- 0, 030 .
Vraag 10 3 punten
Bereken met behulp van de gegevens a in vier decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- ( = 13,35 , dus) het punt (13,35; 0 ) (of ( − 13, 35; 0) ) ligt op de boog (1)
- Invullen in y = a · x 2 + 5, 3 geeft a · ( − 13, 35) 2 + 5,3 = 0 (1)
- (Oplossen van deze vergelijking geeft a = − 0, 02973... , dus na afronding geldt) a = − 0, 0297 (1)
Een persoon met een lengte van 1,90 meter loopt op een afstand van
6 meter van de waterkant onder de brug door.
Vraag 11 2 punten
Onderzoek of deze persoon rechtop onder de brug door kan lopen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als gewerkt is met de (nauwkeurigere) waarde van a uit de vorige vraag, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Incomplete open kubussen
Op foto 1 is een kunstwerk te zien van de foto 1 Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt.
Dit kunstwerk is onderdeel van een serie kunstwerken. Elk kunstwerk in de serie is een zogeheten frame. Een frame bestaat uit een aantal ribben van een kubus.
Alle frames zijn 106,7 cm hoog. Foto 1 staat ook op de uitwerkbijlage.
Vraag 12 4 punten
Bereken op welke hoogte de foto is genomen. Geef je antwoord in een geheel aantal centimeters.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als gevolg van onnauwkeurigheden bij het opmeten in de foto kunnen redelijk grote afwijkingen in de gevonden hoogte voorkomen.
Bij de ribben van een frame onderscheiden we drie verschillende richtingen zoals in foto 2 met de dubbele pijlen is aangegeven.
[foto 2: zie het originele examen]
LeWitt stelde een aantal voorwaarden aan de frames in zijn serie: I In elk frame ontbreken één of meerdere van de twaalf ribben die een kubus heeft, waardoor er een incomplete kubus ontstaat. II Een frame mag niet uit verschillende delen bestaan. III Een frame bevat in elk van de drie richtingen ten minste één ribbe.
Op foto 3 is een frame te zien dat bestaat uit vijf ribben. Figuur 1 is het vooraanzicht van dit frame.
foto 3 figuur 1
Er bestaan meerdere frames die ook een vooraanzicht hebben zoals figuur 1. Deze frames hebben niet allemaal vijf ribben.
Vraag 13 2 punten
Beredeneer hoeveel ribben een frame met een vooraanzicht als in figuur 1 minimaal heeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (In figuur 1 zijn ribben zichtbaar in twee richtingen.) Om het aanzicht te krijgen zoals in figuur 1 zijn minimaal drie ribben nodig (1)
- Het frame moet in drie richtingen een ribbe hebben, (er moet dus minimaal één ribbe naar achteren of naar voren toegevoegd worden,) dus het minimale aantal ribben is vier (1)
In het vervolg van de opgave kijken we naar frames waarvan de drie aanzichten zijn zoals weergegeven in figuur 2.
[figuur 2: zie het originele examen]
vooraanzicht bovenaanzicht zijaanzicht
Er kan geconcludeerd worden dat zo’n frame in alle drie de richtingen ten minste twee ribben heeft, dus dat zo’n frame minimaal zes ribben heeft.
Het is mogelijk om verschillende frames te maken die bestaan uit zes ribben waarvan de drie aanzichten zijn zoals in figuur 2. Een aantal van die frames voldoet aan alle voorwaarden van LeWitt en een aantal van die frames voldoet niet aan alle voorwaarden van LeWitt.
In de figuur op de uitwerkbijlage zijn met behulp van stippellijnen de ribben van twee kubussen getekend. Hierin kan je een frame tekenen door stippellijnen te vervangen door doorgetrokken lijnen. Hierbij betekent een doorgetrokken lijn dat het frame daar een ribbe heeft en een stippellijn dat het frame daar geen ribbe heeft.
Vraag 14 4 punten
Teken op de uitwerkbijlage twee frames, die bestaan uit zes ribben en waarvan de aanzichten zijn zoals in figuur 2, waarbij het eerste frame wél voldoet aan alle voorwaarden van LeWitt en het tweede frame niet.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Voor beide antwoordelementen uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
- Als een kandidaat correcte frames getekend heeft, maar dit niet op de juiste plek gedaan heeft (dus eerst een frame dat niet aan alle voorwaarden voldoet en daarna een die wel aan alle voorwaarden voldoet), dan maximaal 3 scorepunten toekennen voor deze opgave.
Babynamen
In april 2022 verwelkomde een Belgisch koppel hun twaalfde kindje. Deze dochter kreeg een voornaam die bestaat uit dezelfde letters als die van de namen van de elf andere kinderen. De broertjes en zusjes van de pasgeboren dochter Laex heten Alex, Axel, Xela, Lexa, Xael, Xeal, Exla, Leax, Xale, Elax en Alxe.
Alle voornamen van de kinderen bestaan uit vier letters: een A, een E, een L en een X. Omdat de namen uitspreekbaar moeten zijn, nemen we aan dat een naam niet mag beginnen of eindigen met LX of XL.
Vraag 15 3 punten
Bepaal hoeveel verschillende namen met deze vier letters er nog mogelijk zijn voor dit koppel als ze nog meer kinderen zouden krijgen. Licht je antwoord toe.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- De namen LXAE, LXEA, XLAE, XLEA, AELX, EALX, AEXL en EAXL, mogen niet gebruikt worden (1p)
- De nog mogelijke namen zijn AXLE, ELXA, EXAL en LAXE, dus er zijn nog 4 namen mogelijk (3p)
Opmerking In het derde antwoordalternatief voor elke ontbrekende of foutieve naam
1 scorepunt in mindering brengen, met een maximum van 3 scorepunten.
In de Nederlandse Voornamenbank is vanaf het jaar 1880 bijgehouden hoe vaak een voornaam per jaar in Nederland gegeven wordt.
In de tabel staan voor de voornaam Axel van jongens in Nederland een aantal gegevens voor het jaar 2000 en voor het jaar 2005.
tabel
2000 2005 aantal jongens dat de naam Axel kreeg 62 61 percentage ten opzichte van het totaal 0,0598% 0,0654% aantal jongens dat in hetzelfde jaar geboren is
Vraag 16 3 punten
Beredeneer, zonder een berekening te maken, of er in het jaar 2005 in totaal meer of minder jongens geboren werden dan in het jaar 2000.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan het eerste antwoordelement mogen uitsluitend 0 of 2 scorepunten worden toegekend.
De voornaam Kevin kwam tot 1970 nauwelijks voor in Nederland, maar tussen 1970 en 1992 groeide het aantal baby’s met deze voornaam explosief. Na 1992 nam de populariteit van de voornaam Kevin weer af. Zie figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen]
Het totaal aantal Kevins dat ooit in Nederland geboren is, kan vanaf 1950 worden benaderd met de formule: 23162 N=
1 + 10 301 · 0,8025t Hierin is N het totaal aantal Kevins dat ooit in Nederland geboren is en t de tijd in jaren met t = 0 het einde van het jaar 1950.
Volgens de formule groeide in de jaren 1971 tot en met 1974 het aantal geboren Kevins per jaar bij benadering exponentieel.
Vraag 17 4 punten
Toon dit met behulp van een berekening aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- ( N (20) tot en met N (24) geven) de (afgeronde) aantallen 182, 226, 281, 349 en 434 (1)
- Het aantal geboren Kevins per jaar (in 1971 tot en met 1974 is achtereenvolgens) 44, 55, 68 en 85 (1)
- De groeifactoren = 1, 25 ; = 1, 236... en = 1, 25 (1)
- De groeifactoren zijn (nagenoeg) gelijk(, dus het aantal geboren Kevins per jaar nam in de periode 1971-1974 bij benadering exponentieel toe) (1)
De formule nadert naar een grenswaarde. Deze grenswaarde is het totaal aantal Kevins dat ooit in Nederland geboren zal worden.
Vraag 18 4 punten
Bereken met behulp van de formule in welk jaar de helft van het totaal aantal Kevins dat ooit geboren zal worden, al geboren was.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- De vergelijking = 0,5 · 23162 moet opgelost worden (1p)
1 + 10 301· 0,8025t
De verspreiding van de voornaam Ingrid verloopt op vergelijkbare wijze als die van de voornaam Kevin. Het totaal aantal Ingrids dat ooit geboren is, is voor de jaren 1910-2018 in figuur 2 weergegeven. Figuur 2 staat vergroot op de uitwerkbijlage.
[figuur 2: zie het originele examen]
Aan de helling van de grafiek in figuur 2 is te zien dat vanaf 1950 de populariteit van de naam Ingrid echt begon toe te nemen, maar dat die later weer afnam. Er was een jaar waarin er net zoveel baby’s met de naam Ingrid bijkwamen als in 1950.
Vraag 19 3 punten
Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage in welk jaar dat was.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het antwoord moet in het interval [1975, 1981] liggen.
Zevenheuvelenloop
De Zevenheuvelenloop is een jaarlijks terugkerend hardloopevenement in Nijmegen. Deelnemers kunnen kiezen tussen de korte afstand van 7 km en de lange afstand van 15 km.
In 2019 waren er voor de korte afstand 8000 deelnemers en voor de lange afstand 24 000. Bij de korte afstand waren de vrouwen met 57% in de meerderheid. Bij de lange afstand waren de mannen met 69% in de meerderheid.
Vraag 20 4 punten
Bereken het percentage vrouwen dat in 2019 deelnam aan de Zevenheuvelenloop. Geef je antwoord in één decimaal.
Bekijk het antwoord
- Het aantal vrouwen op de korte afstand is 0, 57 · 8000 ( = 4560) (1)
- Het aantal vrouwen op de lange afstand is 0, 31 · 24 000 ( = 7440) (1)
- Het gevraagde percentage is ·100% (1)
- Het antwoord: 37, 5 (%) (1)
Zoals de naam doet vermoeden, is het parcours van de Zevenheuvelenloop heuvelachtig. In het jaar 2019 werd de New Balance Kilometer (NBK) geïntroduceerd. Dat is de 11e kilometer van de lange afstand. In deze kilometer wordt omhoog gelopen. Voor deze kilometer wordt op de volgende manier een winnaar bepaald:
- Na afloop wordt op basis van de eindtijd voor elke deelnemer de gemiddelde kilometertijd op de lange afstand berekend.
- De deelnemer die op de NBK een tijd heeft gelopen die relatief het verst onder zijn berekende gemiddelde kilometertijd zit, wint de NBK.
rekenvoorbeeld Rogier finisht op de lange afstand van 15 km in een tijd van 1:30:00, dus in 1 uur, 30 minuten en 0 seconden. Zijn berekende gemiddelde kilometertijd is dus 360 seconden. Over de NBK deed Rogier 5 minuten en 40 seconden. Dit is 20 seconden sneller dan zijn gemiddelde kilometertijd.
20 · 100% ≈ 5,6% minder tijd nodig voor de NBK dan zijn Rogier had 360 gemiddelde kilometertijd.
Pieter van der Ark liep in 2019 de lange afstand van 15 km in een tijd van 2:03:38 (dus in 2 uur, 3 minuten en 38 seconden). Hij eindigde daarmee in de achterhoede van de lange afstand. Van der Ark had 56,3% minder tijd nodig voor de NBK dan zijn gemiddelde kilometertijd en won daarmee wel de NBK.
Vraag 21 4 punten
Bereken hoelang van der Ark over de NBK deed. Geef je antwoord in gehele seconden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het verschil met de NBK is 0, 563 · 494, 5... = 278, 4... (seconden) (1p)
We bekijken nu een model met drie factoren die de prestatie tijdens het hardlopen beïnvloeden: de leeftijd, het lichaamsgewicht en de afstand.
invloed van de leeftijd Vanaf het 35e levensjaar gaat het fysieke prestatievermogen achteruit. Hierdoor zal een hardloper elk jaar gemiddeld 0,8% langer over dezelfde afstand doen dan het jaar ervoor.
Henk Stevens (bedenker van de Zevenheuvelenloop) doet jaarlijks mee aan de Zevenheuvelenloop. In tabel 1 zie je zijn eindtijden op de 15 km in
2016 op 64-jarige leeftijd en in 2019 op 67-jarige leeftijd.
[tabel 1: zie het originele examen] leeftijd eindtijd (in jaren) (in seconden)
64 3842
67 3937
Stevens deed er in 2019 iets langer over dan je zou verwachten op basis van zijn tijd in 2016 en de invloed van de leeftijd.
Vraag 22 3 punten
Bereken hoeveel seconden langer. Geef je antwoord in gehele seconden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De (groei)factor per jaar is 1,008 (1)
- Onder invloed van de leeftijd zou de nieuwe tijd gelijk zijn aan 1, 0083 · 3842 ( = 3934,94...) (seconden) (1)
- ( 3937 − 3934, 94... = 2, 05... , dus) hij deed er 2 (seconden) langer over (1)
invloed van de verandering in lichaamsgewicht Hoe zwaarder je bent, des te langzamer je gaat. Er geldt: G2 S2 = (1,9
- 0,9 )·S (formule 1) G1 1 Hierin is: G1 het gewicht in kilogram op moment 1; S1 de (gemiddelde) snelheid in kilometer per uur die gelopen is bij gewicht G1 ; G2 het gewicht in kilogram op moment 2; S2 de voorspelde (gemiddelde) snelheid in kilometer per uur die gelopen wordt bij gewicht G2 .
Een hardloper met gewicht G1 loopt met een gemiddelde snelheid S1 . Stel dat deze hardloper 5% zwaarder wordt.
Vraag 23 3 punten
Bereken met hoeveel procent zijn gemiddelde snelheid dan afneemt volgens formule 1. Geef je antwoord in één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het gebruik van een eigen gekozen getallenvoorbeeld, bijvoorbeeld S1 = 10 (kilometer per uur), G1 = 60 (kg) en G2 = 63 (kg) (1)
- Dit geeft S 2 = (1,9 − 0,9 · ) ·10 = 9,55 (kilometer per uur) (1)
- Het antwoord: ( 10 − 9,55 = 0, 45 en ·100% = 4,5% , dus) 4,5(%) (1)
invloed van de afstand Op een korte afstand kun je een hogere gemiddelde snelheid lopen dan op een langere afstand.
Hardlooptrainer Jan Willem Nieboer bracht de drie invloeden samen in onderstaande formule: 0,06
A G2 S2 = 1 · (1,9
- 0,9 ) ·1,008 L1
- L2 · S1 (formule 2) A2 G1 Nieuw in formule 2 ten opzichte van formule 1 zijn: L1 de leeftijd in jaren op moment 1; L2 de leeftijd in jaren op moment 2; A1 de afstand in kilometer op moment 1; A2 de afstand in kilometer op moment 2. Formule 2 geldt voor leeftijden vanaf 35 jaar.
Erben Wennemars liep toen hij 40 jaar was een tijd van 56 minuten en
49 seconden op de lange afstand van de Zevenheuvelenloop. In het tv-programma Jinek vertelde Wennemars dat hij de marathon van Rotterdam in een tijd van minder dan 2 uur en 50 minuten zou willen afleggen. Wennemars was 44 jaar toen hij de marathon van Rotterdam liep. In tabel 2 staan de afstanden en afgeronde tijden van Wennemars.
[tabel 2: zie het originele examen] afstand (in km) behaalde eindtijd (in uren) Zevenheuvelenloop 15 0,947 afstand (in km) gewenste eindtijd (in uren) Marathon van Rotterdam 42,195 2,833
Neem aan dat Wennemars tijdens de Zevenheuvelenloop een gewicht van
78 kg had en dat hij alleen invloed op zijn gewicht had om zijn streeftijd op de marathon van Rotterdam te kunnen behalen.
Vraag 24 5 punten
Bereken met behulp van formule 2 in één decimaal hoeveel procent Wennemars minimaal af had moeten afvallen om zijn streeftijd op de marathon te behalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als een kandidaat met de niet-afgeronde waarden van de tijden rekent, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Wiskunde C 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-24-2-o
Andere examens wiskunde C vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker wiskunde C per vraagtype nakijkt, lees je op wiskunde C toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2?
Het centraal examen wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over formules en grafieken (8), statistiek (6) en logisch redeneren (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1026-a-24-2-c).
Hoe oefen ik met het examen wiskunde C vwo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.